Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630483 nr. 2

30 483
Wijziging van de Wet milieubeheer en enige andere daarmee verband houdende wetten (modernisering van de algemene milieuregels voor inrichtingen)

nr. 2
VOORSTEL VAN WET

Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van Oranje-Nassau, enz. enz. enz.

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is enige bepalingen van de Wet milieubeheer en enige andere daarmee verband houdende wetten te wijzigen teneinde mogelijke belemmeringen voor het stroomlijnen en wijzigen van de huidige algemene milieuregels en het vergroten van het toepassingsbereik van die regels weg te nemen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

ARTIKEL I

De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 1.2, zesde lid, onderdeel a, wordt «het in artikel 8.1, eerste lid, gestelde verbod, niet geldt» vervangen door: de in artikel 8.1 gestelde verboden niet gelden.

B

Artikel 8.1 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «inrichting» ingevoegd: waartoe een gpbv-installatie behoort.

2. Het tweede lid komt te luiden:

2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen andere categorieën van inrichtingen worden aangewezen, waarvoor de in het eerste lid bedoelde verboden gelden.

C

In artikel 8.4, eerste lid, wordt na «artikel 8.1, eerste lid, onder b,» toegevoegd: of artikel 8.1, tweede lid, juncto artikel 8.1, eerste lid, onder b,.

D

Artikel 8.11 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vijfde lid wordt «die regels» vervangen door: wettelijk voorschrift.

2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

6. Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waartoe een gpbv-installatie behoort, wordt in de voorschriften die aan de vergunning worden verbonden, van de in het vijfde lid bedoelde regels afgeweken voor zover met die regels voor de gpbv-installatie niet wordt voldaan aan het bepaalde in de artikelen 8.8 en 8.11, derde lid.

E

In artikel 8.13, eerste lid, onder e, wordt «krachtens artikel 8.44 gestelde regels» vervangen door: bij of krachtens artikel 8.40 gestelde regels.

F

Artikel 8.19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid vervalt.

2. Het tweede tot en met zevende lid worden vernummerd tot eerste tot en met zesde lid.

3. In het tweede lid (nieuw) wordt «Het tweede lid» vervangen door: Het eerste lid.

4. In het derde lid (nieuw) wordt «een verklaring als bedoeld in het tweede lid, onder c» vervangen door: een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder c.

G

Artikel 8.21 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «de in artikel 8.1, eerste lid, vervatte verboden» vervangen door: de bij of krachtens artikel 8.1 gestelde verboden.

2. In het derde lid wordt «Indien de in artikel 8.1, eerste lid, vervatte verboden met betrekking tot de inrichting niet golden ingevolge het tweede lid van dat artikel» vervangen door: Indien de bij of krachtens artikel 8.1 gestelde verboden met betrekking tot de inrichting niet golden.

H

De opschriften van paragraaf 8.2.1 en paragraaf 8.2.2 vervallen.

I

Artikel 8.40, eerste lid, komt te luiden:

1. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld, die nodig zijn ter bescherming van het milieu tegen de nadelige gevolgen die inrichtingen daarvoor kunnen veroorzaken. Daarbij kan worden bepaald dat daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

J

Na artikel 8.40 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 8.40a

1. Indien bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 een verplichting is opgenomen voor degene die de inrichting drijft om daarbij aangegeven maatregelen te treffen, kan daarbij worden bepaald dat hij in plaats daarvan andere technische maatregelen kan treffen, indien:

a. het voornemen tot het treffen van die maatregelen door degene die de inrichting drijft, schriftelijk aan het bij de maatregel aangewezen bestuursorgaan is gemeld, en

b. dat bestuursorgaan schriftelijk heeft verklaard dat met die maatregelen een ten minste gelijkwaardig niveau van bescherming van het milieu wordt bereikt.

2. Een besluit inzake een verklaring als bedoeld in het eerste lid, onder b, wordt zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen zes weken na ontvangst van de melding, bekendgemaakt. Het bestuursorgaan kan deze termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen.

K

Artikel 8.41 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «wordt de verplichting opgelegd» vervangen door: kan met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen de verplichting worden opgelegd.

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het tweede lid, onder c, door een puntkomma, wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. in welke gevallen de melding geheel of gedeeltelijke elektronisch wordt verricht of in welke gevallen het bevoegd gezag geheel of gedeeltelijk elektronisch gedane meldingen in ontvangst neemt.

L

Artikel 8.42 komt te luiden:

Artikel 8.42

1. Bij of krachtens een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften, gesteld door een bij of krachtens die maatregel aangewezen bestuursorgaan. Daarbij kan worden bepaald dat en in hoeverre deze voorschriften kunnen afwijken van bij of krachtens de maatregel gestelde regels. Bij of krachtens de maatregel worden categorieën van gevallen aangegeven, waarin van de beschikking waarbij het voorschrift wordt gesteld, mededeling wordt gedaan door kennisgeving in één of meer dag-, nieuws- of huis-aan-huisbladen.

2. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat het bevoegd gezag bij het verlenen of wijzigen van de vergunning in de daaraan verbonden voorschriften van bij of krachtens de maatregel gestelde regels kan afwijken. In dat geval wordt bij de maatregel aangegeven in hoeverre het bevoegd gezag van de regels kan afwijken. Bij de maatregel kan tevens worden bepaald dat de bevoegdheden tot afwijken slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

3. Bij een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 8.40 kan worden bepaald dat en in hoeverre bij provinciale of gemeentelijke verordening gestelde regels van bij de maatregel gestelde regels mogen afwijken. Bij de maatregel kan worden bepaald dat de daarbij gestelde regels slechts gelden in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

M

Artikel 8.44 vervalt.

N

In artikel 15.20, eerste lid, onder a, wordt na «in gevallen waarin artikel 8.21, tweede lid, niet van toepassing is,» ingevoegd: 8.1, tweede lid, juncto 8.1, eerste lid, onder b, 8.1, eerste lid, onder c, 8.21, eerste lid, in gevallen waarin artikel 8.21, tweede lid, niet van toepassing is,.

O

In artikel 16.21 komt de laatste volzin te luiden: Artikel 8.42 is van overeenkomstige toepassing.

P

In artikel 17.2, eerste lid wordt na «waaraan de melding wordt verricht» toegevoegd: dan wel, in andere gevallen, aan burgemeester en wethouders.

Q

In artikel 17.4, tweede lid, onderdeel a, wordt de zinsnede «aan het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in artikel 8.41, eerste lid, met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan», vervangen door: door het bestuursorgaan waaraan een melding als bedoeld in artikel 8.41, eerste lid, met betrekking tot die inrichting zou moeten worden gedaan of, in andere gevallen, door burgemeester en wethouders.

R

In artikel 18.2, eerste lid, aanhef, wordt na «waaraan de melding wordt verricht», ingevoegd: dan wel, in andere gevallen, aan burgemeester en wethouders.

S

Artikel 21.6 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het vierde lid vervalt: 8.44,.

2. In het zevende lid vervalt:, 8.44.

ARTIKEL II

In artikel 18 van de Kernenergiewet vervalt: , tweede tot en met zevende lid,.

ARTIKEL III

Artikel 40 van de Mijnbouwwet wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een volzin toegevoegd, luidende: «Het verbod geldt niet voor mijnbouwwerken, behorende tot een categorie die bij of krachtens algemene maatregel van bestuur van dit verbod is uitgezonderd en waarvoor die algemene maatregel van bestuur regels stelt ter bescherming van het milieu.».

2. In het negende lid, onder a, vervallen de zinsneden «8.1, tweede lid,», «8.19, eerste lid,» en «8.44, eerste lid,».

ARTIKEL IV

De Wet ammoniak en veehouderij wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1 wordt in het eerste lid, onder de begripsomschrijving maximale grenswaarde, en in het derde lid «krachtens artikel 8.44 van de Wet milieubeheer» vervangen door: krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer.

2. In artikel 3, eerste lid, wordt «8.44» vervangen door: 8.40.

3. In artikel 8 wordt «Artikel 8.19, tweede lid, van de Wet milieubeheer» vervangen door: Artikel 8.19, eerste lid, van de Wet milieubeheer.

4. Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a. In het eerste lid wordt «een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.44 van de Wet milieubeheer» vervangen door: een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer.

b. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

1°. «artikel 8.19, tweede lid, onder b, van de Wet milieubeheer» wordt vervangen door: artikel 8.19, eerste lid, onder b, van de Wet milieubeheer.

2°. «artikel 8.19, tweede lid, onder c, van de Wet milieubeheer» wordt vervangen door: artikel 8.19, eerste lid, onder c, van de Wet milieubeheer.

3°. «een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.44 van de Wet milieubeheer» wordt vervangen door: een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 8.40 van de Wet milieubeheer.

c. In het vierde lid wordt «artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer» vervangen door: artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.

ARTIKEL V

Artikel 1a van de Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:

1. Onder 1° vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer: «8.42, tweede lid, 8.43, 8.44, eerste en zesde lid,».

2. Onder 2° vervalt in de zinsnede met betrekking tot de Wet milieubeheer: «8.44, vijfde lid,».

ARTIKEL VI

De Wet stankemissie veehouderijen in landbouwontwikkelings- en verwevingsgebieden wordt als volgt gewijzigd:

1. In artikel 1, eerste lid, wordt in de begripsomschrijving na vergunning «artikel 8.1, eerste lid, van de Wet milieubeheer» vervangen door: artikel 8.1 van de Wet milieubeheer.

2. In artikel 2, tweede lid, wordt «8.44» vervangen door: 8.40.

3. In artikel 3, derde lid, onderdeel a, wordt na «artikel 8.1, eerste lid, onder b,» ingevoegd: of artikel 8.2 juncto 8.1, tweede lid, jo. 8.1, eerste lid, onder b,.

ARTIKEL VII

De Wet verontreiniging oppervlaktewateren wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2a, eerste lid, wordt «Bij algemene maatregel van bestuur» vervangen door: Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.

B

Artikel 2b wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid komt te luiden:

1. Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 2a, eerste lid, waarbij toepassing is gegeven aan artikel 2a, tweede lid, kan de verplichting worden opgelegd het betrokken brengen van stoffen in het oppervlaktewater of het brengen van verandering daarin te melden. Bij die maatregel kan worden bepaald dat de verplichting slechts geldt in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. Bij de maatregel kan worden bepaald dat van de melding openbaar wordt kennisgegeven op de daarbij aangegeven wijze.

C

Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:

1. In de eerste volzin wordt «dat bevoegd is» vervangen door: dat bevoegd is of zou zijn.

2. In de eerste volzin vervalt «dan wel ingevolge artikel 2b, tweede lid, onder a, het orgaan is waaraan de melding wordt gericht,».

ARTIKEL VIII

Na de inwerkingtreding van deze wet berusten de volgende algemene maatregelen van bestuur en regelingen, voor zover zij vóór de inwerkingtreding van deze wet berustten op artikel 8.44 van de Wet milieubeheer, op de artikelen 8.40, 8.41 en 8.42 van de Wet milieubeheer:

– Besluit beheer autowrakken

– Besluit beheer elektrische en elektronische apparatuur

– Besluit emissie-eisen titaandioxide-inrichtingen

– Besluit externe veiligheid inrichtingen

– Besluit glastuinbouw

– Besluit hefschroefvliegtuigen bij ziekenhuizen milieubeheer

– Besluit informatie inzake rampen en zware ongevallen

– Besluit LPG-tankstations milieubeheer

– Besluit opslaan in ondergrondse tanks 1998

– Besluit organische oplosmiddelen in verven en vernissen Wms

– Besluit risico’s zware ongevallen 1999

– Besluit stortplaatsen en stortverboden afvalstoffen

– Besluit verbranden afvalstoffen

– Inrichtingen- en vergunningenbesluit milieubeheer

– Oplosmiddelenbesluit omzetting EG-VOS-Richtlijn milieubeheer

– Regeling grenswaarde VCM-luchtemissies s-PVC-inrichtingen milieubeheer

– Regeling grenswaarden luchtemissies VCM-inrichtingen milieubeheer

– Regeling op-, overslag en distributie benzine milieubeheer

– Regeling scheiden en gescheiden houden van gevaarlijke afvalstoffen

– Regeling stortplaatsen voor baggerspecie op land

– Scheepsafvalstoffenbesluit Rijn- en binnenvaart

– Vuurwerkbesluit

ARTIKEL IX

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Gegeven

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,