Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630438 nr. 3

30 438
Wijziging van de Wegenverkeerswet 1994 in verband met de wijziging in de procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

ALGEMEEN

1. Inleiding

a. Algemeen

Het huidige model rijbewijs is al weer een aantal jaren oud. Het merendeel van de lidstaten van de Europese Unie heeft van de mogelijkheid gebruik gemaakt om over te schakelen op een rijbewijs in de vorm van een creditcard. Dit is handzamer, duurzamer en beter te beveiligen dan het papieren document. Zoals ik in mijn brief van 17 september 2004 aan uw Kamer heb gemeld (Kamerstukken II 2003/04, 29 398, nr. 15, blz. 12), is één onderdeel van het nieuwe rijbewijsbeleid de invoering van een nieuw rijbewijsdocument. Voorgesteld wordt ook Nederland te laten overstappen op een nieuw rijbewijsdocument in de vorm van een kunststof kaart op creditcardformaat. Het nieuwe document zal beter worden beveiligd dan het oude om rijbewijzen minder fraudegevoelig te maken. De invoering van een creditcard model rijbewijs brengt een aantal wijzigingen in de procedure betreffende de productie, aanvraag en afgifte van rijbewijzen met zich mee. Het onderhavige wetsvoorstel voorziet in de daarvoor nodige aanpassingen. Tevens zijn wijzigingen van het Reglement rijbewijzen en van diverse ministeriële regelingen noodzakelijk.

In paragraaf 2 van het algemeen deel van de toelichting zal worden ingegaan op het nieuwe rijbewijsdocument en in paragraaf 3 op de veranderingen in de procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen. In paragraaf 4 worden de veranderingen voor de burger uiteengezet. Vervolgens worden de invoeringsdatum (5), de handhavingsaspecten (6), de financiële gevolgen (7) en de administratieve lasten (8) van het onderhavige wetsvoorstel toegelicht. In paragraaf 9 zal worden ingegaan op de voorlichting en in paragraaf 10 op het overleg met de praktijk.

b. Adviezen

Over een concept van het wetsvoorstel zijn adviezen ontvangen van het College Bescherming Persoonsgegevens, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, het College van procureurs-generaal, de Dienst Wegverkeer, de Raad van Hoofdcommissarissen en het Korpsbeheerdersberaad, de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken en de Vereniging voor Nederlandse Gemeenten.

Uit de uitgebrachte adviezen blijkt dat het voorstel in grote lijnen positief is ontvangen en dat ten aanzien van het wetsvoorstel positief wordt geadviseerd. De adviezen hebben geen aanleiding gegeven tot aanpassing van het wetsvoorstel, wel tot verduidelijking van de memorie van toelichting op een aantal punten. In de verschillende paragrafen van deze toelichting zal waar mogelijk nader op de adviezen worden ingegaan.

2. Het nieuwe rijbewijsdocument

De primaire functie van het rijbewijs is het weergeven van de rijbevoegdheid van een persoon. Daarnaast is het rijbewijs sinds 1 januari 2005 in de Wet op de identificatieplicht aangewezen als identificatiedocument. Bij de behandeling van het wetsvoorstel dat heeft geleid tot deze wijziging van de Wet op de identificatieplicht is toegezegd dat het beveiligingsniveau van rijbewijzen zal worden verhoogd. De nieuwe generatie reisdocumenten die per 1 oktober 2001 is ingevoerd, heeft een hoger beveiligingsniveau dan het huidige rijbewijsdocument, waardoor een verschuiving van vervalsing en fraude naar het rijbewijs kan optreden. Teneinde hier weerstand aan te bieden, dient het nieuwe rijbewijsdocument op hetzelfde niveau te worden beveiligd als het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart. Om het risico van vervalsing te ondervangen wordt voorgesteld het nieuwe rijbewijsdocument net als het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart centraal aan te maken. In tegenstelling tot de blanco rijbewijzen die thans bij alle gemeenten en de Dienst Wegverkeer voorradig zijn, zullen bij centrale aanmaak halffabrikaten slechts op één plaats aanwezig zijn. Hierdoor wordt ontvreemding bemoeilijkt. Het fysieke document wordt door middel van diverse echtheidskenmerken beveiligd. Tevens worden de pasfoto en de handtekening in het centrale rijbewijzenregister opgenomen. Vervalste documenten kunnen door een vergelijking met de in het register opgenomen gegevens eenvoudiger worden herkend.

De logistieke processen bij de aanvraag, aanmaak en verzending van rijbewijzen worden beveiligd teneinde te voorkomen dat reeds van de persoonsgegevens van de aanvrager voorziene rijbewijzen worden ontvreemd en vervolgens frauduleus gebruikt door zogenaamde look-alikes. Ook wordt de identiteit niet alleen bij aanvraag maar ook bij uitreiking van het rijbewijs geverifieerd.

Alle situaties waarin een rijbewijs zich niet onder de houder bevindt (bijvoorbeeld in geval van invordering), worden in het rijbewijzenregister op een duidelijkere manier dan tot nu toe opgenomen.

De berichtenuitwisseling tussen de gemeentes, de Dienst Wegverkeer en de leverancier van de rijbewijzen wordt beveiligd om het insluizen van valse gegevens, zoals een pasfoto van een ander of een handtekening, te voorkomen. Tevens worden de aanvragen van rijbewijzen door de behandelende gemeenteambtenaar respectievelijk medewerker van de Dienst Wegverkeer elektronisch ondertekend. In het Reglement rijbewijzen wordt de verplichting voor de gemeenten en de Dienst Wegverkeer opgenomen om voor een functiescheiding tussen de bij de aanvraag, het besluit tot afgifte, het beheer en de uitreiking van rijbewijzen betrokken medewerkers te zorgen om zo fraudemogelijkheden te voorkomen. Voor zover rijbewijzen rechtstreeks bij de Dienst Wegverkeer worden aangevraagd overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van het Reglement rijbewijzen, wordt ook bij de Dienst Wegverkeer het nieuwe rijbewijs door een andere medewerker uitgereikt dan degene die de aanvraag in ontvangst heeft genomen.

Er zal blijvend worden gestreefd naar een vergelijkbaar beveiligingsniveau als bij reisdocumenten om verschuiving van vervalsing te voorkomen. Een eventuele toekomstige beveiligingsmaatregel is het gebruik van chiptechnologie en biometrische kenmerken. De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties heeft in zijn brief aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal van 18 april 2005 aangegeven dat zo spoedig mogelijk in Nederlandse reisdocumenten een chip wordt opgenomen waarin een gecomprimeerd beeldbestand van het gelaat van de houder van het reisdocument wordt opgeslagen (Kamerstukken II 2004/05, 25 764, nr. 26, blz. 2). Bij de vormgeving van het nieuwe rijbewijsdocument dient echter ook rekening te worden gehouden met de Europese regelgeving voor rijbewijzen. De tweede Europese richtlijn voor rijbewijzen (Richtlijn nr. 91/439/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PbEG L 237)) staat het gebruik van een chip niet toe. De derde Europese richtlijn voor rijbewijzen die op dit moment in voorbereiding is en op termijn de tweede Europese richtlijn voor rijbewijzen zal vervangen zal het gebruik van chiptechnologie onder bepaalde voorwaarden wel toestaan. Er worden dan ook voorzieningen getroffen om toekomstige inpassing van een chip in het nieuwe rijbewijsdocument mogelijk te maken.

De derde Europese richtlijn zal alleen nog de afgifte van rijbewijzen in de vorm van een kunststof kaart toestaan. Het papieren model rijbewijs zal worden uitgesloten.

Het College van procureurs-generaal heeft erop gewezen dat bij de invoering van het nieuwe paspoort het aantal aangiftes van vermissing en diefstal van paspoorten is toegenomen. In reactie hierop wordt vermeld dat het aantal aangiftes van vermissing en diefstal van rijbewijzen met de invoering van het nieuwe rijbewijsdocument zal worden bewaakt. Daarbij wordt voor de volledigheid nog melding gemaakt van het volgende. Tot nu toe kan de aanvrager van een rijbewijs ter vervanging van een vermist of gestolen rijbewijs blijkens artikel 39 van het Reglement rijbewijzen volstaan met een eigen verklaring over de omstandigheden van verlies of diefstal. Deze bepaling zal echter worden gewijzigd. Net zo als bij reisdocumenten zal in de toekomst bij verlies of diefstal van een rijbewijs aangifte bij de politie gedaan moeten worden en bij de aanvraag van een rijbewijs ter vervanging van het verloren geraakte of gestolen document een proces verbaal van deze aangifte moeten worden overgelegd. Bij het doen van aangifte zal de vermissing van het rijbewijs meteen in het rijbewijzenregister worden geregistreerd. Hoe de politiële bedrijfsprocessensystemen hiervoor aan het centrale rijbewijzenregister kunnen worden gekoppeld, wordt nog onderzocht. Indien blijkt dat iemand frequent zijn rijbewijs verliest, kan de politie een onderzoek na de reden voor het frequente verlies instellen. Hierover worden nog afspraken gemaakt.

De Raad van Hoofdcommissarissen heeft erop gewezen dat op het nieuwe rijbewijsdocument de datum van eerste afgifte moet komen te staan om voor de handhaving van de grens van 0,2 promille te kunnen vaststellen of iemand beginnend bestuurder is. In reactie hierop wordt vermeld dat op het nieuwe rijbewijsdocument, net zoals op het huidige rijbewijs, de datum van eerste afgifte zal worden aangegeven.

Op het nieuwe rijbewijsdocument zullen, vooruitlopend op de derde Europese richtlijn voor rijbewijzen waarin deze categorieën zullen worden verplicht, de volgende nieuwe rijbewijscategorieën worden vermeld: AM voor bromfietsen, C1 voor lichte vrachtwagen, C1 + E voor lichte vrachtwagen met een andere aanhangwagen dan op grond van rijbewijs C1 mag worden voortbewogen, D1 voor lichte bussen en D1 + E voor lichte bussen met een andere aanhangwagen dan op grond van rijbewijs D1 mag worden voortbewogen.

Tegen de achtergrond van de invoering van het trekkerrijbewijs, die voor 1 september 2007 is gepland, wordt bekeken of een trekker als «loze» categorie (dat is een categorie die wel op het rijbewijs staat, maar nog niet wordt ingevuld, omdat nog niet is voorzien in een rijbewijsplicht en een bijbehorend examen voor de desbetreffende categorie) op het nieuwe rijbewijsdocument zal worden vermeld.

3. De nieuwe procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, de Dienst Wegverkeer en de gemeenten werken aan nieuwe procedures om te komen tot een efficiënt, snel, veilig en betrouwbaar elektronisch proces voor de afgifte van rijbewijzen. Het gehele proces zal vanaf het moment van de aanvraag van het rijexamen tot en met de uitreiking van het rijbewijs elektronisch worden ondersteund door de centrale registratie van gegevens in het rijbewijzenregister. De papieren informatiestroom komt daarmee grotendeels te vervallen. Hierna volgt een overzicht van de veranderingen bij de verschillende autoriteiten.

a. Ontwikkelingen bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen vervangt zijn huidige systemen in het kader van zijn programma digitalisering. Binnen het nieuwe proces vervallen de huidige papieren verklaring van rijvaardigheid en verklaring van geschiktheid. Deze worden elektronisch vastgelegd in het rijbewijzenregister. Ook het papieren uitslagformulier komt te vervallen. Het doel van dit programma is het zoveel mogelijk uitsluiten van fraude en invoerfouten in de keten Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen – Dienst Wegverkeer – gemeenten. Daartoe wordt het proces van de examenaanvraag tot en met de resultaatmelding aan de examenkandidaat en de Dienst Wegverkeer volledig elektronisch afgehandeld. Uiteraard is voor de nodige back-ups van het rijbewijzenregister gezorgd.

b. Veranderingen bij de gemeenten

De komst van het nieuwe rijbewijsdocument verandert de technologie en de werkprocessen bij de gemeenten. Deze werkprocessen zullen een sterkere gelijkenis krijgen met de werkprocessen van het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart. Als gevolg van de centrale productie wordt de aanvraagprocedure in tweeën gedeeld. Eerst moet men naar het gemeentehuis om het rijbewijs aan te vragen, een pasfoto te overhandigen en een handtekening te zetten. Eén week later kan de aanvrager het rijbewijs persoonlijk afhalen. Er is tevens voorzien in een spoedprocedure waarbij het nieuwe document binnen een kortere termijn gereed is zonder dat de afgifteprocedure inhoudelijk afwijkt.

1°. Centrale aanmaak van het nieuwe rijbewijs

Het huidige rijbewijs wordt decentraal bij de verschillende gemeenten respectievelijk de Dienst Wegverkeer aangemaakt. Thans beschikken de gemeenten en de Dienst Wegverkeer daarvoor over blanco rijbewijzen die door een door de Dienst Wegverkeer gecontracteerde leverancier worden geproduceerd. Het nieuwe rijbewijs zal om een aantal redenen centraal worden geproduceerd. Voor de aanmaak en het voorzien van de gegevens van een aanvrager van een goed beveiligd document in creditcarduitvoering is relatief omvangrijke en dure apparatuur nodig die alleen mag worden ingezet in een beveiligde omgeving. Alleen deze economische criteria al maken het instandhouden van de huidige decentrale opzet niet rendabel. Centrale aanmaak vereenvoudigt bovendien het beheer en het onderhoud van apparatuur en software. De fraudegevoeligheid en foutenmarge van het afgifteproces worden verminderd, omdat het document op slechts één locatie en op steeds identieke wijze wordt geproduceerd en van de gegevens van de aanvrager wordt voorzien. Centrale aanmaak maakt centraal voorraadbeheer mogelijk. Dit verhoogt de efficiency en vermindert de kans op diefstal.

2°. Scheiding werkprocessen aan de balie en achter de balie

Bij de gemeenten zal het werkproces worden gescheiden in het proces aan de balie (front-office) en achter de balie (back-office). Het front-office proces betreft op hoofdlijnen de aanmelding en verificatie van de relevante gegevens, het verifiëren van de identiteit van de burger en, indien de aanvrager geen onderdaan is van een lidstaat van de Europese Gemeenschappen of van een andere Staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, van het rechtmatig verblijf. Verder wordt aan de balie het aanvraagformulier voorzien van de persoonsgegevens, de rijbewijscategorieën, de pasfoto en de handtekening. Achter de balie wordt het aanvraagformulier met de pasfoto en de handtekening gescand en in een elektronische aanvraag omgezet. De aanvraag wordt geaccordeerd en versleuteld en met een digitale handtekening van de gemeenteambtenaar aan de Dienst Wegverkeer verzonden. De Dienst Wegverkeer registreert de pasfoto, de handtekening en de aanvraaggegevens in het rijbewijzenregister, controleert of de aanvraag afkomstig is van een geautoriseerde gemeenteambtenaar en zendt vervolgens een opdracht aan de leverancier om een rijbewijs met de persoons- en rijbewijsgegevens aan te maken. De leverancier zendt de aangemaakte rijbewijzen rechtstreeks naar de afgiftelocatie van de gemeente waar de aanvraag is ingediend. De zending mag alleen door een geautoriseerde medewerker in ontvangst worden genomen die de rijbewijzen in de back-office inklaart en op juistheid controleert. Het rijbewijs wordt na hernieuwde identificatie in de front-office door een andere medewerker uitgereikt dan degene die de aanvraag in ontvangst heeft genomen. Rijbewijzen die door de Dienst Wegverkeer worden afgegeven en die bij de gemeente zijn aangevraagd overeenkomstig de artikelen 28 en 29 van het Reglement rijbewijzen, worden door de leverancier naar de afgiftelocatie van de desbetreffende gemeente gestuurd waar het rijbewijs wordt uitgereikt in de front-office wederom door een andere medewerker dan degene die de aanvraag in ontvangst heeft genomen. Voor zover het rijbewijzen betreft waarvoor de aanvraag is ingediend bij de Dienst Wegverkeer overeenkomstig de artikelen 30 en 31 van het Reglement rijbewijzen, reikt een andere medewerker het rijbewijs uit dan degene die de aanvraag in ontvangst heeft genomen of wordt het rijbewijs per post naar de aanvrager gestuurd.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten heeft in haar advies aangegeven dat de functiescheiding van processen voor en achter de balie niet bij iedere gemeente eenvoudig te realiseren zal zijn, met name bij de kleinere gemeenten, die met beperkte capaciteit en menskracht moeten werken. Deze scheiding is echter een essentieel schakel om de beveiliging van het rijbewijs als identiteitsdocument te verbeteren. Daarmee wordt ook aangesloten bij de procedure voor de reisdocumenten. Ik zie het daarom als verantwoordelijkheid van de gemeenten om voor de functiescheiding en daarmee ook voor de uitreiking van het rijbewijs door een andere medewerker dan degene die die aanvraag in ontvangst heeft genomen zorg te dragen.

c. Veranderingen bij de Dienst Wegverkeer

Het door de Dienst Wegverkeer beheerde rijbewijzenregister ondergaat diverse aanpassingen aan de nieuwe procedure van aanvraag en afgifte van rijbewijzen. De Dienst Wegverkeer wordt tevens eigenaar van en verantwoordelijk voor het onderhoud van het computersysteem met scanner in de back-office bij de afdeling Burgerzaken van iedere gemeente. Daarmee wordt het van alle gegevens met pasfoto en handtekening voorziene aanvraagformulier gescand en elektronisch verzonden naar de Dienst Wegverkeer. Deze back-office wordt in meer dan 650 afgiftelocaties van de gemeenten geïnstalleerd en beheerd. Daarnaast zorgt de Dienst Wegverkeer voor de levering van het nieuwe rijbewijsdocument. De leverancier moet aan strenge veiligheidseisen voldoen. Hiertoe sluit de Dienst Wegverkeer een contract met een leverancier. De Dienst Wegverkeer zal zijn ICT-infrastructuur aanpassen aan de eisen van de nieuwe procedure van aanvraag en afgifte van rijbewijzen. Dit betreft het centrale rijbewijzenregister waarin pasfoto’s en handtekeningen worden opgenomen. Het register zal vaker worden geraadpleegd omdat het meer en actuelere informatie bevat. Daarnaast wordt de infrastructuur met de gemeenten en de leverancier van het nieuwe rijbewijsdocument complexer. Er wordt een elektronische koppeling van de Dienst Wegverkeer met het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen gelegd.

Ook bij de Dienst Wegverkeer zal er een functiescheiding worden ingevoerd: rijbewijzen die rechtstreeks bij de Dienst Wegverkeer worden aangevraagd, worden door een andere medewerker uitgereikt dan degene die de aanvraag in behandeling heeft genomen.

4. Wat verandert er voor de burger?

Het nieuwe rijbewijsdocument heeft een kleiner formaat dan het oude rijbewijs waardoor het gemakkelijker te dragen is en naar verwachting meer burgers het bij zich zullen hebben. De kunststof kaart zal minder snel slijten dan het huidige papieren document. Dit is des te meer van belang daar het rijbewijs als identificatiedocument kan worden gehanteerd.

De meeste gemeenten hebben momenteel voor de afgifte van rijbewijzen een «klaar terwijl u wacht-service». In de nieuwe afgifteprocedure zal dit komen te vervallen, omdat de rijbewijsdocumenten niet meer bij de gemeenten van de gegevens van de aanvrager worden voorzien, maar centraal worden aangemaakt. De aanvrager kan het rijbewijs na één week bij het gemeentehuis afhalen. Bij die gelegenheid moet de aanvrager zich net als bij de indiening van de aanvraag van het rijbewijs identificeren. Dit kan ook met een eerder aan hem afgegeven rijbewijs dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur.

Indien de aanvrager tussen het moment van aanvraag en het moment van uitreiking is verhuisd, dient het rijbewijs te worden afgehaald bij het gemeentehuis waar het is aangevraagd.

Indien de aanvrager geen week kan wachten met het afhalen van het nieuwe document, bijvoorbeeld in verband met een aanstaande reis naar het buitenland, is het mogelijk een spoedprocedure aan te vragen. In dat geval kan het nieuwe document reeds na één werkdag worden afgehaald, indien de aanvraag vóór 16.00 uur is ingediend. Hiervoor zullen wel hogere leges betaald moeten worden.

In de toekomst zal de rijbewijshouder tijdig middels een brief van de Dienst Wegverkeer worden geattendeerd op het aanstaande verloop van zijn rijbewijs om hem zo in staat te stellen op tijd een nieuw rijbewijs aan te vragen.

5. Invoeringsdatum

Als invoeringsdatum voor het nieuwe rijbewijsdocument wordt 1 oktober 2006 beoogd. Vanaf het moment van invoering ontvangen burgers bij aanvraag het nieuwe rijbewijsdocument. Mensen met een rijbewijs van het oude model hoeven geen nieuw rijbewijs aan te vragen zolang de geldigheidsdatum niet is verstreken. De oude en nieuwe modellen zullen, gezien de geldigheidsduur van een rijbewijs, nog maximaal tien jaar naast elkaar bestaan.

6. Handhaving

In de vorige paragrafen is al uiteengezet dat het nieuwe rijbewijsdocument beter beveiligd zal zijn dan het huidige en daarmee minder fraudegevoelig. Het nieuwe rijbewijsdocument zal op hetzelfde niveau beveiligd worden dan het paspoort en de Nederlandse identiteitskaart. De politie zal daardoor, beter dan nu, in staat zijn de echtheid van een rijbewijs te controleren. Ook de procedures voor aanvraag en afgifte van het rijbewijs worden aangescherpt, waardoor fraude met de identiteit zo goed mogelijk wordt voorkomen.

Het centrale register voor rijbewijzen zal in toenemende mate actuele adresgegevens, pasfoto’s en handtekeningen bevatten; van alle uitgegeven nieuwe rijbewijzen worden deze gegevens opgenomen. Na verloop van tien jaar na inwerkingtreding van de voorgestelde wijziging zullen alle rijbewijzen door het verstrijken van de geldigheidsduur zijn vernieuwd. Dan zullen in het rijbewijzenregister de pasfoto en de handtekening van iedere rijbewijshouder zijn opgenomen. Aan de bevoegde autoriteiten kunnen pasfoto’s en handtekeningen voor onderzoek ter beschikking worden gesteld. Vervalsingen door het vervangen van foto’s en handtekeningen kunnen zo worden gesignaleerd. Dit biedt grote voordelen voor de handhaving van zowel rijbewijsgerelateerde wetgeving als opsporing in het algemeen.

De huidige infrastructuur in politiewagens maakt het nog niet mogelijk om pasfoto’s en handtekeningen uit het centrale rijbewijzenregister te tonen. Ontwikkelingen op technologisch gebied gaan echter snel. In politieauto’s zal naar verwachting in toenemende mate apparatuur aanwezig zijn die het wel mogelijk maakt extra informatie direct beschikbaar te hebben. Indien in politieauto’s naast persoonsgegevens uit het rijbewijsregister ook direct de pasfoto (en handtekening) van de betrokkene opgeroepen kan worden, zal dit de handhaving zeer ten goede komen, omdat de identiteit gemakkelijk kan worden gecontroleerd.

7. Financiële gevolgen

De kosten van het nieuwe rijbewijsdocument worden doorberekend aan de burger via tarieven of leges. De Dienst Wegverkeer en de gemeenten verhalen hun kosten via de rijbewijsleges bestaande uit een aan het rijk verschuldigde vergoeding ter zake van de afgifte van rijbewijzen en gemeentelijke leges.

De kostenstructuur van het nieuwe rijbewijsdocument vertoont grote gelijkenis met die van de Nederlandse identiteitskaart. De processen lijken immers sterk op elkaar. De geldigheidsduur van deze twee documenten verschilt echter van elkaar. De identiteitskaart is vijf jaar geldig, het rijbewijs daarentegen is tien jaar geldig. Het tarief van de identiteitskaart bedraagt momenteel (april 2005) maximaal € 31,26.

Als gevolg van de overstap naar een kunststof kaart met geavanceerde beveiligingskenmerken inclusief een zwaar beveiligd afgifteproces in twee stappen (aanvraag en uitreiking), zullen de productiekosten voor het nieuwe rijbewijsdocument ten opzichte van het huidige rijbewijs toenemen.

De kosten van de productie van de kaart en de kosten van het afgifteproces bij de gemeenten voor het huidige rijbewijs en het nieuwe rijbewijs zijn onderzocht. Deze kosten worden voor het huidige rijbewijs geraamd op circa € 19 en voor het nieuwe rijbewijs op circa € 27. Het verschil tussen het huidige rijbewijs en het nieuwe rijbewijs bedraagt derhalve circa € 8. Hiervan is circa € 4 bestemd voor het terugverdienen van de initiële projectkosten die over een periode van vier jaren worden afgeschreven. Het gaat hierbij om investeringen in onder andere de soft- en hardware, voorlichting en opleidingen. In totaal gaat het om een bedrag van circa € 24 miljoen. Deze kosten zullen door de rijksoverheid worden gefinancierd. De overige € 4 zijn structurele kosten voor de vervanging van het papieren document door een plastic kaart. Deze kosten zullen in de tarieven tot uitdrukking komen. Voor welk tarief het nieuwe rijbewijs daadwerkelijk zal worden aangeboden, wordt bepaald per gemeente op basis van artikel 229 van de Gemeentewet en is sterk afhankelijk van de gemeentelijke omstandigheden en de wijze waarop de gemeente invulling geeft aan haar tariefbeleid. Momenteel bevindt het tarief zich tussen circa € 20 en € 50 (met een gemiddelde van circa € 30).

Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen verhaalt zijn kosten via de examentarieven. Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen betaalt jaarlijks een vergoeding aan de Dienst Wegverkeer van € 72 828 (inclusief BTW) voor het raadplegen van het rijbewijzenregister en het digitaal registreren van verklaringen van geschiktheid en verklaringen van rijvaardigheid in het rijbewijzenregister. Hiermee wordt foutieve verwerking van gegevens voor de burger voorkomen. Deze structurele kosten hebben betrekking op jaarlijks 500 000 aanvragen voor het praktijkexamen. Dit betekent dat het tarief van het praktijkexamen structureel met € 0,15 zal worden verhoogd. De initiële kosten van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen voor het nieuwe rijbewijsdocument bedragen € 986 363 (inclusief BTW) en hebben ook alleen betrekking op het praktijkexamen. Deze kosten worden over een periode van 4 jaren via een tariefsverhoging van € 0,49 in de examentarieven doorberekend.

De invoering van het nieuwe rijbewijsdocument brengt geen nieuwe taak voor de politie met zich. Politieambtenaren zullen worden opgeleid om de echtheidskenmerken van het nieuwe rijbewijsdocument te leren kennen.

8. Administratieve lasten

Het onderhavige tekstvoorstel heeft geen gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven, het heeft echter wel gevolgen voor de administratieve lasten voor de burger. Deze lasten betreffen het vernieuwen van het rijbewijs en de afgifte van een eerste rijbewijs voor burgers die het rijexamen met goed gevolg hebben afgelegd. Alternatieven zijn onderzocht (zoals de aanvraag via internet indienen en het nieuwe rijbewijs per post naar de aanvrager sturen) doch afgevallen omdat ze niet voldoen aan de beveiligingseisen voor identiteitsdocumenten. De in deze paragraaf opgenomen tijden en bedragen zijn gebaseerd op de nulmeting Administratieve lasten burger, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, eindrapportage 1.0, 2004, peildatum 2002.

Het nieuwe rijbewijs verenigt twee functies: bewijs van rijbevoegdheid en bewijs van identificatie. Als gevolg van de Wet op de Identificatieplicht is de verwachting dat de meeste burgers het rijbewijs zullen aanwenden als primair identificatiemiddel in het publieke verkeer. Eventuele lastenverlichtingen die hieruit voortvloeien zijn moeilijk te voorspellen en zijn daarom buiten beschouwing gelaten.

De identificatiefunctie van het rijbewijs noodzaakt tot een nieuw afgifteproces met een hoger veiligheidsniveau. Dit betekent dat de «klaar, terwijl u wacht»-service die een aanzienlijk aantal gemeenten nu biedt, zal verdwijnen. Bij een vernieuwing van het rijbewijs zal het aantal contactmomenten met de gemeente van één naar twee gaan. Aanvraag en uitreiking vinden straks, net als bij de reisdocumenten, gescheiden in de tijd plaats.

Nieuwe situatie: Afgifte eerste rijbewijs

De tijdsinzet zal in de nieuwe situatie 152 minuten bedragen. Deze tijdsinzet vloeit voort uit de volgende activiteiten met de daarvoor in de bovengenoemde nulmeting berekende tijdsbeslag: het maken van één pasfoto (30 minuten), twee bezoeken aan het gemeentehuis (2 x 60 minuten, aanvraag en uitreiking) en het uitreiken van het nieuwe rijbewijs (raming 2 minuten). Volgens de hierboven genoemde nulmeting bedragen de kosten van de pasfoto (€ 2) en het vervoer (2 x € 1,28) € 4,56. In de nieuwe situatie hoeven geen bewijsstukken te worden overgelegd. De verklaring van rijvaardigheid en de verklaring van geschiktheid staan tenslotte in het rijbewijzenregister geregistreerd.

Nieuwe situatie: Vernieuwen van het rijbewijs

De tijdsinzet zal in de nieuwe situatie 157 minuten bedragen. Deze tijdsinzet vloeit voort uit de volgende activiteiten: het maken van één pasfoto (30 minuten), twee bezoeken aan het gemeentehuis (2 x 60 minuten, aanvraag en uitreiking), het overleggen van het oude rijbewijs (5 minuten) en het uitreiken van het nieuwe rijbewijs (raming 2 minuten). Volgens de hierboven genoemde nulmeting bedragen de kosten van de pasfoto (€ 2) en het vervoer (2 x € 1,28) € 4,56.

Ter vergelijking worden hierna de administratieve lasten uiteengezet die in de huidige situatie ontstaan.

Huidige situatie: Afgifte eerste rijbewijs

Voor de afgifte van het rijbewijs bedraagt de tijdsinzet thans 115 minuten (het maken van twee pasfoto’s (30 minuten), een bezoek aan het gemeentehuis (60 minuten, aanvraag en uitreiking van het rijbewijs), het overleggen van bewijsstukken (20 minuten) en het vervaardigen van het rijbewijs (raming 5 minuten)). De kosten van twee pasfoto’s en een keer vervoer bedragen volgens de genoemde nulmeting € 5,28.

Huidige situatie: Vernieuwen van het rijbewijs («klaar, terwijl u wacht»)

Voor de afgifte van het rijbewijs bedraagt de tijdsinzet thans 100 minuten. Deze inzet bestaat uit het maken van twee pasfoto’s (30 minuten), één bezoek aan het gemeentehuis (60 minuten), het overleggen van het oude rijbewijs (5 minuten) en het vervaardigen van het rijbewijs (raming 5 minuten). De kosten van twee pasfoto’s en eenmaal vervoer bedragen € 5,28.

De vergelijking van de nieuwe situatie met de huidige situatie leidt bij de afgifte van het eerste rijbewijs per burger tot een hoger tijdsbeslag van 37 minuten en een afname van € 0,72 aan administratieve lasten. Bij het vernieuwen van het rijbewijs betekent dit per burger een hoger tijdsbeslag van 57 minuten en een afname van € 0,72 aan administratieve lasten. Bij de omrekening van deze gegevens naar jaarlijkse administratieve lasten, wordt van de volgende aantallen uitgegaan. Per jaar worden 276 997 eerste rijbewijzen en 980 600 vernieuwingen afgegeven. De vergelijking van de huidige situatie met de nieuwe situatie geeft als tussenresultaat een hoger tijdsbeslag van 1 102 385 uren en een afname van € 905 470.

Verder dient rekening te worden gehouden met de volgende aanpassingsvoorstellen:

• In de nieuwe situatie wordt bij vermissing geen vervangend rijbewijs met een resterende geldigheid meer afgegeven maar een nieuw rijbewijs met een volledige geldigheid van tien jaren. Naar verwachtingzullen hierdoor jaarlijks circa 33 000 rijbewijzen minder worden afgegeven. Deze berekening is gebaseerd op de huidige 75 000 vervangingen per jaar met een gemiddelde geldigheid van 5,5 jaren. De bijbehorende afname van de administratieve lasten bedraagt dan 63 250 uren en € 174 240.

• In de huidige situatie worden jaarlijks voor circa 8 000 rijbewijzen die versleten of geheel of ten dele onleesbaar zijn vervangende rijbewijzen met de resterende geldigheidsduur afgegeven. Verwacht wordt dat dit aantal zal minimaliseren met de invoering van de duurzame kunststof kaart. In de berekening van de administratieve lasten wordt voorlopig aangehouden dat hierdoor circa 4 000 rijbewijzen per jaar minder zullen worden afgegeven. Dit levert een tijdsbesparing op van circa 6 667 uren en een afname van circa € 21 120.

• Voor de omwisseling van buitenlandse rijbewijzen zijn in de nieuwe situatie twee bezoeken aan het gemeentehuis vereist (aanvraag en uitreiking) in plaats van het ene bezoek in de huidige situatie. Daarbij ontstaan dezelfde administratieve lasten als bij een reguliere vernieuwing. Uitgaande van de omwisseling van 11 948 buitenlandse rijbewijzen per jaar leidt dit tot een hoger tijdsbeslag van 10 952 uren en een afname van € 8 603.

• De afgifte van rijbewijzen tegen overlegging van een militair rijvaardigheidsbewijs kent niet tot nauwelijks aanpassingen in de administratieve lasten.

Als deze punten worden verwerkt in het bovengenoemde tussenresultaat, leidt dit tot het eindresultaat van een hoger tijdsbeslag van circa 1 043 420 uren en een afname van circa € 1 109 433 per jaar.

Afgezien van een aparte voorlichtingscampagne bij de invoering van het nieuwe rijbewijs ontvangt iedere burger tijdig van de Dienst Wegverkeer een attentiebrief met eenvoudige uitleg als de geldigheid van het rijbewijs teneinde loopt. Het lezen van deze brief vergt ca. 5 minuten. Uitgaande van 980 600 vernieuwingen per jaar leidt dit tot eenmalige administratieve lasten door kennisname van 81 717 uren.

Het wetsvoorstel is voorgelegd aan het adviescollege toetsing administratieve lasten. Het college heeft de gevolgen voor de administratieve lasten voor het bedrijfsleven en burgers getoetst en geadviseerd het wetsvoorstel in te dienen.

9. Voorlichting

In de voorlichting wordt onderscheid gemaakt naar de verschillende doelgroepen. Dit zijn de burgers, de handhavers met een wettelijke taak en organisaties die om legitimatie kunnen vragen. De belangrijkste communicatiemiddelen waarmee de burgers worden geïnformeerd zijn een website, folders, posters en eventueel advertenties. Daar veel belangstelling wordt verwacht, wordt tevens ingezet op het genereren van publiciteit in pers en andere media. Gemeenteambtenaren zullen worden opgeleid voor de veranderde procedure van aanvraag en afgifte van rijbewijzen en het nieuwe rijbewijsdocument. Ook de handhavers zullen worden opgeleid om vertrouwd te raken met de echtheidskenmerken van het nieuwe rijbewijsdocument. De organisaties die om legitimatie kunnen vragen zullen worden voorgelicht via specifieke folders en documenten waarin duidelijkheid wordt gegeven over de echtheidskenmerken van het nieuwe rijbewijsdocument. Ook zal een specialistische helpdesk bij de Dienst Wegverkeer worden opgezet.

ARTIKELEN

Artikel I, onderdeel A

In de nieuwe procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen worden de in artikel 4b, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 aan de Dienst Wegverkeer opgedragen taken uitgebreid. Zoals in het algemene gedeelte van de toelichting reeds is aangegeven, zorgt de Dienst Wegverkeer voor de productie en aflevering van de rijbewijzen. Daartoe sluit de Dienst Wegverkeer een contract met een leverancier. Tevens wordt de Dienst Wegverkeer eigenaar van het computersysteem in de back-office bij de afdeling Burgerzaken van iedere gemeente en onderhoudt de Dienst Wegverkeer dit systeem ook. In het voorgestelde onderdeel o van artikel 4b, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 worden deze werkzaamheden aan de lijst van taken van de Dienst Wegverkeer toegevoegd. In onderdeel p wordt aan de Dienst Wegverkeer de taak opgedragen de rijbewijshouders te attenderen op het aanstaande verloop van de geldigheid van het rijbewijs.

Artikel I, onderdeel B

De voorgestelde wijziging van artikel 111, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 heeft een dubbele aanleiding. Ten eerste is in de huidige procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen een identificatieplicht alleen voor het indienen van de aanvraag voorzien. In de nieuwe procedure vallen het moment van aanvraag en het moment van uitreiking niet meer samen. De in het voorgestelde tweede lid voorziene verplichting om zich ook bij de uitreiking van het rijbewijs te identificeren, strekt ertoe fraude bij het verkrijgen van een rijbewijs tegen te gaan.

Ten tweede is artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht waarnaar de huidige tekst van artikel 111, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 verwijst, gewijzigd. In de Wet op de identificatieplicht worden met ingang van 1 januari 2005 ook rijbewijzen die zijn afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Gemeenschappen of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte aangewezen als identificatiedocument. Deze rijbewijzen worden voor de procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen niet als identificatiedocument geaccepteerd. De belangrijkste doelstelling van dit wetsvoorstel is het proces van aanvraag en afgifte van rijbewijzen beter te beveiligen teneinde fraude met identiteitsbewijzen te voorkomen. Daartoe dient ook het uitsluiten van buitenlandse rijbewijzen als identificatiedocument bij de aanvraag van een Nederlands rijbewijs. Dit doet niets af aan de erkenning van buitenlandse rijbewijzen als bewijs van rijvaardigheid in Nederland ingevolge artikel 108, eerste lid, onderdeel h, van de Wegenverkeerswet 1994. Verschil moet echter worden gemaakt tussen het incidenteel tonen van een buitenlands rijbewijs als bewijs van rijvaardigheid of het identificeren in het kader van de Wet op de identificatieplicht en het definitief omwisselen van een buitenlands rijbewijs voor een Nederlands rijbewijs. Aan dat laatste moeten strenge eisen worden gesteld om te voorkomen dat iemand zich een identiteit kan aanmeten die niet bij de persoon hoort. Daartoe hoort dat de medewerker van de afgevende instantie de echtheid van het buitenlands rijbewijs kan nagaan. In de Europese Unie zijn 110 modellen van rijbewijzen in omloop in 20 verschillende talen. Het is niet te realiseren dat de medewerkers van alle 650 gemeentelijke afgiftelocaties de vereiste kennis verwerven om te kunnen beoordelen of een buitenlands rijbewijs in der daad is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag in een andere lidstaat van de Europese Unie of in een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of dat het om een vervalsing gaat. Weliswaar heeft de Europese Commissie een handleiding uitgegeven met afbeeldingen van alle 110 modellen. Dit is echter onvoldoende om bijvoorbeeld vervalsingen middels kleurenkopieën te kunnen vaststellen. Hiervoor zouden specimen van alle 110 modellen aan alle 650 afgiftelocaties ter beschikking moeten worden gesteld. Dat is niet mogelijk.

Bovendien hebben sommige huidige rijbewijzen van andere lidstaten een onbeperkte geldigheidsduur waardoor de pasfoto slecht gebruikt kan worden om de identiteit vast te stellen. Het kan voorkomen dat iemand zich in Nederland vestigt die houder is van een rijbewijs dat reeds 20 jaar oud is. In dat geval is het vergelijk tussen de pasfoto en de persoon aan de balie veel moeilijker dan bij een Nederlands rijbewijs waarop de pasfoto maximaal 10 jaar oud is. Het merendeel van rijbewijzen van andere lidstaten van de Europese Unie of andere staten die partij zijn bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte is geen identificatiedocument in het land van herkomst. Hiervan is dan ook onvoldoende bekend of de betrokken documenten voldoen aan de eisen die aan een identificatiedocument worden gesteld.

Het is geen onevenredig nadeel voor de aanvrager van een rijbewijs afkomstig uit een andere lidstaat van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte om zich bij de aanvraag van een Nederlands rijbewijs te moeten identificeren met een ander identiteitsdocument. De buitenlandse aanvrager zal regelmatig ook over een paspoort of een identiteitskaart beschikken of over een vreemdelingendocument.

Een derde aspect van de voorgestelde redactie van artikel 111, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is dat men zich na inwerkingtreding van de hier voorgestelde wijziging alleen nog met rijbewijzen die op basis van de Wegenverkeerswet 1994 zijn afgegeven kan identificeren. Rijbewijzen die op basis van de voorloper van de Wegenverkeerswet 1994, de Wegenverkeerswet, zijn afgegeven, kunnen niet meer ter identificatie gebruikt worden. Hiermee wordt dan ook gevolg gegeven aan een suggestie van de Nederlandse Vereniging voor Burgerzaken en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten. Hiervoor is gekozen omdat het daarbij om oude documenten gaat waarbij aan hand van de foto’s niet meer eenduidig de identiteit kan worden geverifieerd. Overigens zijn op het beoogde tijdstip van inwerkingtreding van onderhavige wijziging geen geldige rijbewijzen die op basis van de Wegenverkeerswet zijn afgegeven meer in omloop. Voor de rijbewijzen die op basis van de Wegenverkeerswet 1994 zijn afgegeven geldt dat met zich ook met een rijbewijs kan identificeren dat zijn geldigheid heeft verloren door het verstrijken van de geldigheidsduur. Doorgaans gaat het hierbij om rijbewijzen waarvan de geldigheidsduur van tien jaar net verstreken is. De meeste aanvragen voor vernieuwing zullen worden ingediend voordat de geldigheidsduur van het rijbewijs verloopt. De verwachting is dat er maar weinig gevallen zijn waarin een al langer verlopen rijbewijs wordt overgelegd. Dit des te meer daar de rijbewijshouder in de nieuwe situatie ook tijdig door de Dienst Wegverkeer wordt geattendeerd op het aanstaande verloop van de geldigheidsduur van zijn rijbewijs.

Artikel I, onderdeel C

Artikel 112 van de Wegenverkeerswet 1994 beschrijft de gevallen waarin een rijbewijs niet wordt afgegeven. Deze worden met de voorgestelde wijziging uitgebreid met een onderdeel e dat uitdrukking geeft aan het principe dat onderdanen van een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte slechts houder kunnen zijn van één rijbewijs zoals neergelegd in artikel 7, vijfde lid, van richtlijn nr. 91/439/EEG. Indien blijkt dat de aanvrager van een Nederlands rijbewijs reeds een rijbewijs heeft die is afgegeven in een Lid-Staat van de Europese Gemeenschappen of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, wordt geen Nederlands rijbewijs afgegeven. Uiteraard geldt dit niet, voor zover het andere rijbewijs in het kader van de aanvraagprocedure wordt omgewisseld tegen een Nederlands rijbewijs.

Artikel I, onderdeel D

In de nieuwe procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen vallen de aanvraag en de uitreiking uit elkaar. De toevoeging «of uitreiking» in artikel 115 strekt ertoe de in dit artikel voorziene bevoegdheid tot het innemen van rijbewijzen ook te kunnen toepassen wanneer de afgevende instantie in het kader van de uitreiking de beschikking krijgt over een rijbewijs ten aanzien waarvan de zogenoemde «inpikbevoegdheid» geldt.

Artikel I, onderdelen E, J en K

De nieuwe procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen maakt een omschrijving van het begrip «datum van afgifte» zoals weergegeven in onderdeel E voorgestelde nieuwe artikel 118a van de Wegenverkeerswet 1994 met het oog op de geldigheid van het rijbewijs noodzakelijk.

In de huidige situatie waar rijbewijzen decentraal worden aangemaakt bestaat in veel gemeenten een «Klaar terwijl u wacht-service». De aanvrager kan het rijbewijs op dezelfde dag meenemen als waarop hij het aanvraagt. In dat geval is de datum van aanvraag gelijk aan de datum van afgifte.

Op rijbewijzen die door de Dienst Wegverkeer worden afgegeven, wordt momenteel op het rijbewijs als afgiftedatum de dag vermeld waarop het rijbewijs bij de Dienst Wegverkeer is aangemaakt. Tussen het indienen van de aanvraag bij de gemeente en de aanmaak van het document door de Dienst Wegverkeer kunnen in de huidige situatie meerdere weken liggen. Vervolgens wordt het rijbewijs thans per post naar de aanvrager gestuurd. Indien personen die een rijbewijs willen vernieuwen of een vervangend rijbewijs willen aanvragen, persoonlijk hun aanvraag bij de Dienst Wegverkeer te Veendam indienen, wordt het rijbewijs in de huidige situatie op de dag van de aanvraag aangemaakt en uitgereikt.

Omdat het nieuwe rijbewijs centraal geproduceerd zal worden, kan het niet meer op de dag van de aanvraag worden uitgereikt. Er is voor gekozen om als datum van afgifte te hanteren de datum waarop de tot afgifte bevoegde autoriteit het besluit heeft genomen om tot afgifte over te gaan. Dit is feitelijk het moment waarop de gemeenteambtenaar het gescande aanvraagformulier naar de Dienst Wegverkeer verstuurt. Bij rijbewijzen die bij de Dienst Wegverkeer worden aangevraagd en uitgereikt, wordt het besluit tot afgifte genomen met de opdracht aan de leverancier om het rijbewijs aan te maken. Daarmee wordt aangesloten bij het systeem van afgifte van paspoorten.

Artikel 122 van de Wegenverkeerswet 1994 koppelt de geldigheid van een rijbewijs aan de dag van afgifte. Met de in onderdeel J voorgestelde wijziging wordt de redactie van artikel 122 van de Wegenverkeerswet 1994 in overeenstemming gebracht met de in het nieuwe artikel 118a van de Wegenverkeerswet 1994 opgenomen omschrijving.

Volgens de huidige wetgeving verliest het oude rijbewijs zijn geldigheid door afgifte van het nieuwe rijbewijs. Op de datum van afgifte zoals bepaald in de voorgestelde definitie kan de aanvrager in de nieuwe procedure echter nog niet over het nieuwe respectievelijk vervangende rijbewijs beschikken. Het rijbewijs moet dan eerst nog worden geproduceerd en opgestuurd naar de gemeente respectievelijk naar de Dienst Wegverkeer. Om de ongewenste situatie te voorkomen dat het oude rijbewijs al ongeldig is voordat het nieuwe rijbewijs in ontvangst kan worden genomen, wordt voorgesteld in artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994 de term «afgifte» te vervangen door«uitreiking», het moment waarop de gemeenteambtenaar of de medewerker van de Dienst Wegverkeer het nieuwe respectievelijk vervangende rijbewijs feitelijk aan de aanvrager overhandigt.

Met de voorgestelde onderdelen g en h van artikel 123, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 worden twee gevallen geïntroduceerd waarin het rijbewijs zijn geldigheid van rechtswege verliest: ten eerste de wijziging van de geslachtsnaam, de voornamen, de geboortedatum of het geslacht van de houder en ten tweede indien aangifte van vermissing van het rijbewijs wordt gedaan. Hiermee wordt misbruik voorkomen en tevens aangesloten bij de paspoortwetgeving.

Het College van procureurs-generaal vraagt in zijn advies aandacht voor de situatie dat iemand wordt staande gehouden die zodanig veel heeft gedronken dat zijn rijbewijs moet worden ingevorderd ingevolge artikel 164 van de Wegenverkeerswet 1994. De rijbewijshouder heeft echter reeds een aanvraag ingediend voor een nieuw rijbewijs in verband met het aanstaande verloop van de geldigheidsduur.

Zolang het rijbewijs niet is uitgereikt, worden bij raadpleging van het rijbewijzenregister alleen de gegevens getoond van het geldige (oude) rijbewijs dat de houder in zijn bezit heeft. Dit document is immers nog niet ongeldig geworden omdat het nieuwe rijbewijs nog niet is uitgereikt. Het oude rijbewijs kan dan ook worden ingevorderd en voor dit document kan de handhaver de invordering in het rijbewijzenregister vermelden. De rijbewijshouder kan de invordering niet omzeilen door het reeds aangevraagde nieuwe rijbewijs bij de gemeente respectievelijk de Dienst Wegverkeer op te halen. Voor de uitreiking controleert de medewerker van de afgevende instantie in het rijbewijzenregister of er geen tussentijdse belemmering is opgetreden zoals de invordering van het oude rijbewijs waardoor het nieuwe rijbewijs ingevolge het voorgestelde nieuwe artikel 120a van de Wegenverkeerswet 1994 niet mag worden uitgereikt (zie verder de toelichting bij onderdeel H). Tevens registreert de medewerker van de afgevende instantie de datum van uitreiking. Op het moment dat er een belemmering is, maakt het systeem hier melding van en kan de registratie en daarmee ook de uitreiking niet plaatsvinden.

Voor de volledigheid zij vermeld dat de datum van afgifte van belang is om de geldigheidsduur van het document vast te kunnen stellen en de datum van uitreiking om vast te kunnen stellen vanaf welke dag betrokkene het rijbewijs daadwerkelijk in zijn bezit heeft en het oude rijbewijs ongeldig is geworden.

Tevens dient de aanvrager bij uitreiking van het nieuwe rijbewijs zijn oude rijbewijs in te leveren. Aan deze plicht kan de aanvrager niet voldoen als het rijbewijs is ingevorderd. Het nieuwe rijbewijs verblijft bij de afgevende instantie. Indien de uitreiking in verband met de maatregel niet binnen drie maanden kan plaatsvinden, wordt het nieuwe rijbewijs van rechtswege ongeldig ingevolge het voorgestelde artikel 123a van de Wegenverkeerswet 1994 (zie verder de toelichting bij onderdeel L). Als de overgifte van het rijbewijs gevorderd wordt, maar de aanvrager het oude rijbewijs nog in zijn bezit heeft, zal de medewerker van de afgevende instantie het oude rijbewijs innemen als de aanvrager het overlegt en doorsturen naar de vorderende instantie.

Artikel I, onderdelen F en G

Onder de vigerende wetgeving wordt in geval van vermissing van een rijbewijs en in het geval dat een rijbewijs versleten of ten dele onleesbaar is, een vervangend rijbewijs afgegeven. Dit wordt vaak als lastig ervaren omdat het kan gebeuren dat kort voor verloop van de geldigheid het rijbewijs verloren of onleesbaar werd en vervolgens een vervangend rijbewijs aangevraagd moest worden voor de resterende geldigheidsduur om kort daarna een nieuw rijbewijs aan te vragen voor een nieuwe geldigheidsperiode. Om hier de burger tegemoet te komen, wordt overgegaan tot afgifte van een nieuw rijbewijs in geval het eerder afgegeven rijbewijs verloren is geraakt of teniet is gegaan dan wel versleten of geheel of ten dele onleesbaar is geworden zodat een nieuwe geldigheidsduur overeenkomstig artikel 122 van de Wegenverkeerswet 1994 ingaat.

Er zijn echter uitzonderingen waarin de afgifte van een vervangend rijbewijs zal worden gehandhaafd. Het gaat om gevallen van uiteenlopende aard. Zo zijn er rijbewijshouders met medische beperkingen die bij de aanvraag van een nieuw rijbewijs wederom een verklaring van geschiktheid moeten overleggen. Bij de afgifte van een vervangend rijbewijs is dat niet nodig. Ook mag aan personen die niet rechtmatig in Nederland verblijven als bedoeld in artikel 8, onder a tot en met d en l, van de Vreemdelingenwet 2000 geen nieuw rijbewijs worden verstrekt, maar wel een vervangend rijbewijs. De gevallen waarin in plaats van een nieuw rijbewijs een vervangend rijbewijs wordt afgegeven zullen worden vastgesteld in het Reglement rijbewijzen. De in artikel 119, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 voorgestelde delegatiebepaling dient daarvoor als basis.

Artikel I, onderdeel H

In de nieuwe procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen vindt de uitreiking plaats een aantal dagen nadat het nieuwe of vervangende rijbewijs is aangevraagd. In de tussenliggende periode kunnen zich gevallen voordoen als beschreven in artikel 112 van de Wegenverkeerswet 1994 die een belemmering vormen voor de afgifte van een nieuw of vervangend rijbewijs. De gemeenteambtenaar dient dit door een bevraging van het rijbewijzenregister te controleren voordat hij tot uitreiking van het rijbewijs overgaat. Indien hij vaststelt dat er een belemmering is, wordt het nieuwe of vervangende rijbewijs niet uitgereikt.

Anders dan voor het nog bij de rijbewijshouder verblijvende document in artikel 115 van de Wegenverkeerswet 1994 is bepaald, wordt het nieuwe of vervangende rijbewijs niet naar de instantie waar het rijbewijs dient te worden ingeleverd gezonden, maar wordt het bij de afgevende autoriteit bewaard. Dit strekt ertoe te voorkomen dat twee rijbewijzen in het maatschappelijke verkeer komen. Indien ook het nieuwe of vervangende rijbewijs zou worden doorgezonden naar de instantie waar het rijbewijs dient te worden ingeleverd, zou deze instantie namelijk ervan uit kunnen gaan dat het rijbewijs is ingeleverd terwijl de rijbewijshouder het oude rijbewijs nog in zijn bezit heeft.

Als de uitreiking niet binnen drie maanden plaatsvindt, wordt het nieuwe of vervangende rijbewijs van rechtswege ongeldig ingevolge het voorgestelde nieuwe artikel 123a van de Wegenverkeerswet 1994 (onderdeel L).

Artikel I, onderdeel I

Onderdeel I voorziet in een wijziging van de bepaling over de afdracht van de vergoeding die de gemeenten aan de Dienst Wegverkeer zijn verschuldigd. Uit deze vergoeding, die is verdisconteerd in het tarief dat de burger voor zijn rijbewijs betaalt, worden verschillende kosten gefinancierd. Dit zijn de exploitatiekosten van het rijbewijzenregister, de kosten van het ongeldig verklaren van rijbewijzen door de Dienst Wegverkeer en de kosten van rijbewijzen die door de Dienst Wegverkeer worden afgegeven, doch waarvoor de aanvraag wordt ingediend bij de burgemeester. In de huidige procedure voorzien de gemeenten de blanco rijbewijzen zelf van de gegevens van de aanvrager. In de nieuwe procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen geeft de Dienst Wegverkeer de aanvraaggegevens door aan de door de Dienst Wegverkeer gecontracteerde leverancier die het rijbewijsdocument aanmaakt en bij de afgiftelocatie aflevert. De Dienst Wegverkeer attendeert de houders van rijbewijzen op het verloop van de geldigheidsduur. De gewijzigde redactie van artikel 121 van de Wegenverkeerswet 1994 voegt dan ook deze werkzaamheden toe aan de opsomming van handelingen waarvan de kosten worden gedekt door de vergoeding die de gemeenten aan de Dienst Wegverkeer zijn verschuldigd.

Artikel I, onderdeel L

Het kan voorkomen dat nieuwe of vervangende rijbewijzen worden geproduceerd en vervolgens niet door de aanvrager worden afgehaald. Met het oog op eventueel misbruik is het onwenselijk dat deze documenten gedurende hun hele geldigheidsperiode bij de afgiftelocatie blijven liggen. Het voorgestelde nieuwe artikel 123a van de Wegenverkeerswet 1994 bepaalt daarom dat niet binnen drie maanden na aanvraag afgehaalde rijbewijzen van rechtswege ongeldig worden.

Artikel I, onderdeel M

De hier voorgestelde wijziging heeft betrekking op de wens om in een aantal gevallen die verband houden met het ontbreken van de vereiste rijvaardigheid of geschiktheid, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen de bevoegdheid te geven over te gaan tot ongeldigverklaring en deze bevoegdheid niet langer te laten bij de instantie die het rijbewijs heeft afgegeven. In veel gevallen waarin het rijbewijs thans voor (gehele of gedeeltelijke) ongeldigverklaring door de instantie die het rijbewijs heeft afgegeven, in aanmerking komt, gebeurt dit toch niet. Dat is onwenselijk, omdat de ongeldigverklaring aangewezen is om reden van verkeersveiligheid: betrokkene beschikt dan immers niet langer over de vereiste geschiktheid om de motorrijtuigen te besturen. Om dit probleem op te lossen, wordt voorgesteld in de gevallen genoemd in artikel 124, eerste lid, onderdeel d, van de Wegenverkeerswet 1994 niet langer de bevoegdheid tot ongeldigverklaring te laten bij de instantie die het desbetreffende rijbewijs heeft afgegeven (dan wel in bijzondere gevallen de Dienst Wegverkeer), maar deze bevoegdheid in al deze gevallen neer te leggen bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Op deze wijze wordt erin voorzien dat in alle gevallen waarin ongeldigverklaring het gevolg is van het ontbreken van de vereiste rijvaardigheid of geschiktheid, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen de hiervoor verantwoordelijke instantie is.

Artikel I, onderdeel N

Artikel 126, tweede lid, van de Wegenverkeerswet 1994 bevat een opsomming van gegevens die in het rijbewijzenregister worden verwerkt. In het kader van de nieuwe procedure betreffende de aanvraag en afgifte van rijbewijzen dient deze opsomming te worden aangevuld. In het nieuwe, papierloze proces worden geen verklaringen van rijvaardigheid en verklaringen van geschiktheid meer afgegeven. In plaats daarvan neemt het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen de desbetreffende gegevens op in het door de Dienst Wegverkeer beheerde centrale rijbewijzenregister. De tot afgifte bevoegde autoriteit kan in het register zien of de aanvrager beschikt over de vereiste rijvaardigheid en geschiktheid. De aanvrager hoeft geen verklaringen meer te overleggen. Tevens wordt in het register het feit vermeld dat een rijbewijs is aangevraagd.

Artikel I, onderdelen O en P

Het huidige vierde lid van artikel 131 van de Wegenverkeerswet 1994 voorziet in de mogelijkheid dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen een aantekening plaatst in het rijbewijs bij een schorsing die niet voor alle categorieën geldt. Aangezien op het nieuwe kunststof rijbewijsdocument een dergelijke aantekening niet kan worden geplaatst, kan dit lid worden geschrapt. Op het moment dat een bestuurder van een motorrijtuig staande wordt gehouden moet reeds nu het rijbewijzenregister worden geraadpleegd om te controleren of er maatregelen zijn genomen. De schorsing wordt in het rijbewijzenregister vermeld. Hierin komt geen verandering. De handhaving verslechtert daarom niet.

Artikel II

Omdat nu nog niet te voorzien is wanneer alle processen bij de betrokken organisaties zijn aangepast, is voorzien in regeling van de inwerkingtreding bij koninklijk besluit.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

K. M. H. Peijs