nr. 12
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
1
Artikel I wordt als volgt gewijzigd:
a. In het in onderdeel E opgenomen artikel 3 126a, vierde lid, onderdeel a, onder 4°, van de Wet inkomstenbelasting
2001 wordt «binnen zes maanden na het van overlijden» vervangen
door: binnen zes maanden na het overlijden.
b. Na onderdeel N wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:
O. Na artikel 10a.5 wordt een artikel
ingevoegd, luidende:
Artikel 10a.6 Overgangsrecht in verband met afschaffing
indexering vrijstelling kapitaalverzekering eigen woning per 1 januari
2008
1. Voor een op 16 mei 2007 bestaande kapitaalverzekering eigen
woning geldt met betrekking tot na 31 december 2007 betaalde premies
niet de in de artikelen 3 116 en 3 118 opgenomen voorwaarde dat
de hoogste premie niet meer mag bedragen dan het tienvoud van de laagste premie,
met dien verstande dat de na 31 december 2007 betaalde hoogste premie
niet meer mag bedragen dan het tienvoud van de voor 1 januari 2008 betaalde
laagste premie.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing bij een op 16 mei
2007 bestaande kapitaalverzekering eigen woning die na 31 december 2007
met toepassing van artikel 3 119 is omgezet in een spaarrekening eigen
woning of in een beleggingsrecht eigen woning.
2
In artikel V wordt «artikel 4, derde
lid» vervangen door: artikel 4, zesde lid.
Toelichting
I. ALGEMEEN
Inleiding
Met de onderhavige nota van wijziging willen de initiatiefnemers regelen
dat de voorgestelde afschaffing van de indexatie van het bedrag van de voor
het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning geldende vrijstelling geen
onbedoelde fiscale gevolgen heeft voor bestaande gevallen waarbij het niveau
van de premies wordt bijgesteld vanwege de afschaffing van de indexatie. Daartoe
wordt voorgesteld om voor op 16 mei 2007 bestaande overeenkomsten geen
fiscale consequenties te verbinden aan een verlaging van de na 31 december
2007 te betalen premies. Het overgangsrecht geldt ter voorkoming van oneigenlijk
gebruik derhalve uitsluitend voor overeenkomsten die reeds bestonden op de
datum waarop deze nota van wijzing is bekendgemaakt. Dit
overgangsrecht zal worden aangescherpt als zou blijken dat ook bij op die
datum reeds bestaande kapitaalverzekeringen eigen woning sprake zou zijn van
oneigenlijk gebruik. Daarnaast worden twee redactionele onvolkomenheden in
het voorstel van wet hersteld.
II. ONDERDEELSGEWIJS
Onderdeel 1, onder a
Artikel I, onderdeel E (artikel 3 126a Wet inkomstenbelasting
2001)
Met de in dit onderdeel voorgestelde wijziging wordt een redactionele
onvolkomenheid in het voorstel van wet hersteld.
Onderdeel 1, onder b
Artikel I, onderdeel O (artikel 10a.6 Wet inkomstenbelasting
2001)
Deze wijziging hangt samen met de ingevolge de eerste nota van wijziging
in artikel I, onderdeel N, van het voorstel van wet voorgestelde aanpassing
van artikel 10.1 Wet inkomstenbelasting 2001. Ingevolge de laatstgenoemde
aanpassing wordt het bedrag van de in artikel 3 118 Wet IB 2001 opgenomen
vrijstelling voor het voordeel uit kapitaalverzekering eigen woning niet langer
geïndexeerd. Om te voorkomen dat de laatstgenoemde maatregel onwenselijke
fiscale gevolgen heeft voor belastingplichtigen die bij het sluiten van hun
kapitaalverzekering eigen woning reeds rekening hebben gehouden met de toekomstige
indexatie en daar hun premies ook op hebben afgestemd, wordt in deze nota
van wijziging een overgangsregeling voorgesteld. Op grond van deze in artikel
10a.6 Wet inkomstenbelasting 2001 op te nemen overgangsregeling, heeft een
verlaging van de na 31 december 2007 verschuldigde premies geen fiscale
consequenties. Dit wordt bewerkstelligd door in die situaties de regel dat
de hoogste premie niet hoger mag zijn dan het tienvoud van de laagste premie
(de bandbreedte-eis) buiten toepassing te stellen voor de na 31 december
2007 betaalde premies. Deze overgangsregeling is in beginsel bedoeld voor
belastingplichtigen die voor 1 januari 2008 reeds zodanig hoge premies
hebben voldaan, dat zij – gelet op de fiscale voorwaarde dat de hoogste
premie niet hoger mag zijn dan het tienvoud van de laagste premie –
de na 31 december 2007 verschuldigde premies niet meer zodanig kunnen
verlagen dat de uitkering niet hoger uitkomt dan het «bevroren»
bedrag van de in artikel 3 118 Wet IB 2001 opgenomen vrijstelling, terwijl
zij wanneer de indexatie niet zou zijn vervallen voor de totale
uitkering wel in aanmerking zouden komen voor de vrijstelling. Omdat dit tot
een zowel gecompliceerde als lastig uitvoer-bare regeling zou leiden is ervoor
gekozen om naast de voorwaarde dat het moet betreffen een op 16 mei 2007
bestaande kapitaalverzekering eigen woning, geen andere voorwaarden te stellen
waaraan moet zijn voldaan om in aanmerking te komen voor het overgangsrecht.
Het buiten toepassing stellen van de bandbreedte-eis met betrekking tot
de na 31 december 2007 betaalde premies, geldt in de eerste plaats voor
de toepassing van de artikelen 3 116 en 3 118 Wet IB 2001. Ingevolge
het voorgestelde artikel 10a.6, tweede lid, Wet IB 2001 geldt dit in voorkomende
gevallen echter ook voor de bandbreedte-eis die is opgenomen in de artikelen
3 116a en 3 118a Wet IB 2001. Ingevolge artikel 10a.6, tweede lid,
Wet IB 2001 is het eerste lid van dat artikel namelijk van overeenkomstige
toepassing met betrekking tot een op 16 mei 2007 bestaande kapitaalverzekeringen
eigen woning die na 31 december 2007 met toepassing van artikel 3 119
Wet IB 2001 zijn omgezet in een spaarrekening eigen woning of in een beleggingsrecht
eigen woning.
Onderdeel 2
Artikel V (artikel 4 Wet op de dividendbelasting 1965)
Met de in dit onderdeel voorgestelde wijziging wordt een redactionele
onvolkomenheid in het voorstel van wet hersteld, die samenhangt met de inwerkingtreding
van de Wet werken aan winst. Bij de laatstgenoemde wet is artikel 4, derde
lid, Wet op de dividendbelasting 1965 vernummerd tot artikel 4, zesde lid,
Wet op de dividendbelasting 1965. De in artikel V opgenomen verwijzing naar
deze bepaling dient om die reden te worden aangepast.
Depla
Blok