nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben dat het wenselijk is dat de leden
van de Tweede Kamer, de leden van het Europees Parlement, de commissarissen
van de Koning, de gedeputeerden, de burgemeesters en de wethouders hun nevenfuncties
en de daaraan verbonden inkomsten openbaar maken en dat leden van de Eerste
Kamer hun nevenfuncties openbaar maken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet schadeloosstelling leden Tweede Kamer wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 4 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 5
1. De kamerleden maken hun nevenfuncties en de inkomsten uit hun
nevenfuncties openbaar. Zij leggen uiterlijk op 1 april na het kalenderjaar
waarin de nevenfuncties zijn vervuld en de inkomsten zijn genoten een opgave
ter inzage bij de griffie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van
de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen
bedoeld in artikel 31 van die wet.
B
Artikel 7, eerste en tweede lid, komt te luiden:
1. De kamerleden ontvangen naar keuze een Openbaar Vervoer-jaarkaart,
geldig voor reizen in de eerste klas van de N.V. Nederlandse Spoorwegen, of
een compensatie voor de reiskosten in het woon-werkverkeer overeenkomend met
de tegemoetkoming voor het rijkspersoneel van kosten van woon-werkverkeer,
niet zijnde kosten van openbaar vervoer.
2. Voorts ontvangen de kamerleden ter vergoeding van de reiskosten
buiten het woon-werkverkeer een bedrag gelijk aan de op grond van de Wet op
de loonbelasting 1964 maximale belastingvrije vergoeding voor autokosten op
basis van 17 500 kilometer per jaar, vermeerderd met € 0,10
per kilometer.
C
Paragraaf 5 vervalt.
ARTIKEL II
De Wet vergoedingen leden Eerste Kamer wordt als volgt gewijzigd:
A
Na artikel 3 wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 3a
De kamerleden maken hun nevenfuncties openbaar door terinzagelegging van
een opgave bij de griffie van de Eerste Kamer der Staten-Generaal.
B
In artikel 17, eerste lid, wordt de punt aan het eind van de zin vervangen
door een komma en de zinsnede toegevoegd: vermeerderd met € 0,10
per kilometer.
ARTIKEL III
De Wet schadeloosstelling, uitkering en pensioen leden Europees Parlement
wordt als volgt gewijzigd:
Artikel 6 komt te luiden:
Artikel 6
1. De leden van het Europese Parlement maken hun nevenfuncties en
de inkomsten uit hun nevenfuncties openbaar. Zij leggen uiterlijk op 1 april
na het kalenderjaar waarin de nevenfuncties zijn vervuld en de inkomsten zijn
genoten een opgave ter inzage bij de griffie van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
2. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van
de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen
bedoeld in artikel 31 van die wet.
ARTIKEL IV
De Provinciewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 40b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt als volgt te luiden:
3. Een gedeputeerde maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking
geschiedt door terinzagelegging op het provinciehuis.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
4. Een gedeputeerde maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar.
Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het provinciehuis uiterlijk
op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
5. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van
de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen
bedoeld in artikel 31 van die wet.
B
Artikel 66 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt als volgt te luiden:
3. De commissaris maakt nevenfuncties, anders dan uit hoofde van
zijn ambt van commissaris, en de inkomsten uit die functies openbaar.
Openbaarmaking geschiedt door terinzagelegging op het provinciehuis uiterlijk
op 1 april na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van
de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen
bedoeld in artikel 31 van die wet.
ARTIKEL V
De Gemeentewet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 41b wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt als volgt te luiden:
3. Een wethouder maakt zijn nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking
geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis.
2. Er worden twee leden toegevoegd, luidende:
4. Een wethouder in een gemeente met meer dan 18 000 inwoners
maakt tevens de inkomsten uit nevenfuncties openbaar. Openbaarmaking geschiedt
door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april na het
kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
5. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van
de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen
bedoeld in artikel 31 van die wet.
B
Artikel 67 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het derde lid komt als volgt te luiden:
3. De burgemeester maakt nevenfuncties, anders dan uit hoofde van
zijn burgemeestersambt, en de inkomsten uit die functies openbaar. Openbaarmaking
geschiedt door terinzagelegging op het gemeentehuis uiterlijk op 1 april
na het kalenderjaar waarin de inkomsten zijn genoten.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
4. Onder inkomsten wordt verstaan: loon in de zin van artikel 9 van
de Wet op de loonbelasting 1964, verminderd met de eindheffingsbestanddelen
bedoeld in artikel 31 van die wet.
ARTIKEL VI
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte
van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst, met dien verstande dat artikel
I, onderdeel B, en artikel II, onderdeel B, terugwerken tot en met 1 januari
2004.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,