30 424
Wijziging van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers en enige andere wetten in verband met de harmonisatie van de uitkeringsrechten en het onder de werking van de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers brengen van de commissarissen van de Koning, de burgemeesters en de bestuurders van waterschappen

nr. 14
VIJFDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 19 juni 2008

Artikel I, onderdeel GG, wordt van het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

a. In artikel 163b, eerste lid, wordt «artikel 13, vijfde lid,» vervangen door: artikel 134, vijfde lid,.

b. Artikel 163b, tweede lid, komt te luiden:

2. Ten aanzien van de belanghebbende die op het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 132, derde en vierde lid, is benoemd als lid van gedeputeerde staten, wethouder, lid van het dagelijks bestuur van een deelgemeente of lid van het dagelijks bestuur van een waterschap dat op het tijdstip voorafgaand aan de inwerkingtreding van artikel 132, derde en vierde lid, niet overheidswerknemer in de zin van de Wet privatisering ABP was, en na de eerstvolgende verkiezing voor de leden van provinciale staten, de gemeenteraad onderscheidenlijk het algemeen bestuur van het waterschap niet wordt herbenoemd, wordt in artikel 132, tweede lid, voor «55 jaar» gelezen: 50 jaar. Artikel 130, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, en derde lid, is in dat geval niet van toepassing. In afwijking van artikel 134, vijfde lid, geschiedt de verrekening, bedoeld in artikel 134, eerste lid, aldus dat de uitkering wordt verminderd met het bedrag waarmee de uitkering vermeerderd met de inkomsten, de wedde overschrijdt.

Toelichting

Met deze nota van wijziging worden in het voorgestelde artikel 163b twee omissies in het overgangsrecht hersteld. In het eerste lid was in de verwijzing naar artikel 134, vijfde lid, het cijfer «4» weggevallen. In het tweede lid was ten onrechte geen rekening gehouden met leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente of de leden van het dagelijks bestuur van een waterschap op wie de Appa thans reeds van overeen-komstige toepassing is. Deze ambtsdragers dienen in het kader van het overgangsrecht hetzelfde te worden behandeld als gedeputeerden en wethouders.

De minister van Binnenlandse zaken en Koninkrijksrelaties,

G. ter Horst

Naar boven