30 420 Emancipatiebeleid

Nr. 449 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 juni 2026

In Nederland moet iedereen in vrijheid zichzelf kunnen zijn en dat geldt zeker ook voor kinderen. Thuis, op school, in de buurt en bij je vrienden, zonder gepest of bedreigd te worden. De Kinderombudsman publiceerde hierover het rapport «Verborgen in het volle zicht». In het rapport signaleert de Kinderombudsman dat kinderen, die zich als lhbtiq+ identificeren, steeds minder vaak veilig en vrij kunnen opgroeien en ze concludeert dat de rechten van deze groep kinderen steeds vaker onder druk staan. In reactie op het verzoek van de vaste commissie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap reageer ik in deze brief op de aanbevelingen van het rapport.

In haar publicatie staan zeven aanbevelingen gericht op het vergroten van de acceptatie van lhbtiq+ kinderen en hun gevoel van veiligheid. Deze aanbevelingen raken de thema’s onderwijs, veiligheid, zorg en de kinderrechtentoets. In deze brief ga ik per thema op de aanbevelingen in. Hiermee geef ik uitvoering aan de motie van het lid Podt (D66) die verzoekt de aanbevelingen van de Kinderombudsman waar mogelijk en passend over te nemen en de Kamer hierover in 2026 te informeren1.

Onderwijs

Professionalisering en ondersteuning onderwijsprofessionals

De Kinderombudsman benadrukt dat onderwijsprofessionals over voldoende kennis en handvatten moeten beschikken om met kinderen open te spreken over lhbtiq+-zijn, zowel in pestsituaties als in lessen en mentorgesprekken. Ik onderschrijf dit. Kinderen en jongeren moeten kunnen rekenen op de veiligheid van open gesprekken geleid door goed toegeruste professionals. Daarom stimuleer ik het pedagogisch en professioneel handelen in lerarenopleidingen en zet ik in op aanvullende professionalisering.

De aandacht voor diversiteit, gelijkwaardigheid en respect verschilt per lerarenopleiding. Dit hangt samen met de kerndoelen en examenprogramma’s van het vakgebied, zoals identiteitsontwikkeling van kinderen, sociale veiligheid en basiskennis over gender- en seksuele diversiteit. Hogescholen maken per opleiding landelijke afspraken over de minimale kennis en vaardigheden van afgestudeerden, vastgelegd in de kennisbases op basis van bekwaamheidseisen en kerndoelen2. Alle hbo- en wo-lerarenopleidingen zijn gehouden aan wettelijke bekwaamheidseisen. Voor kennisontwikkeling en trainingen kunnen lerarenopleidingen samenwerken met expertiseorganisaties, zoals COC Nederland.

De nieuwe kerndoelen in het funderend onderwijs verplichten leraren kennis en vaardigheden te behandelen die bijdragen aan een open gesprek over diversiteit. Zo maakt «respectvol communiceren» deel uit van de kerndoelen burgerschap. Kennis over diversiteit komt aan bod in het leergebied mens en maatschappij. Bovendien verleen ik een instellingssubsidie aan Stichting School & Veiligheid (SSV), de landelijke expertise-organisatie met informatie en advies voor sociale veiligheid op school. SSV heeft aanbod voor docenten voor het veilig bespreekbaar maken van «gevoelige» thema’s in de klas, waaronder gender en seksuele diversiteit. Voorbeelden zijn de website www.gendi.nl en de leidraad die in samenwerking met het Landelijke Aktie Komitee Scholieren (LAKS) is ontwikkeld. Ook ondersteun ik initiatieven van COC Nederland, zoals Paarse Vrijdag, Gender & Sexuality Alliances (GSA’s) en een docentennetwerk.

Bewustzijn inclusieve schoolomgeving

De Kinderombudsman roept op tot meer bewustzijn bij onderwijsprofessionals over gender-, sekse- en seksuele diversiteit. Ze verwijst daarbij ook naar voorzieningen zoals toiletten en kleedruimtes en in registratiesystemen. Bewustzijn is de eerste belangrijke stap voor pedagogisch en professioneel handelen, zoals bij gesprekken over lhbtiq+-zijn en het bevorderen van een veilig leerklimaat. Hier is aandacht voor in lerarenopleidingen en het genoemde professionaliseringsaanbod. Daarnaast stimuleer ik scholen om diversiteits- en inclusiebeleid te verankeren in de pedagogische basis en het veiligheidsbeleid, zodat elke school een leerklimaat biedt waarin ieder kind zich gezien weet en zich vrij en veilig voelt. Dergelijk beleid sluit aan op de praktijk door in gesprek te gaan met leerlingen, ouders en leraren, bijvoorbeeld via een medezeggenschapsraad of GSA.

Een inclusieve omgeving vraagt ook aandacht voor praktische zaken. Voorbeelden van toegankelijke en veilige voorzieningen zijn toiletten, kleedruimtes en inclusieve registratie. Bij inclusieve registratie worden geslachtsgegevens niet gebruikt voor andere doeleinden dan waarvoor dit (wettelijk) noodzakelijk is. Dit draagt bij aan het gevoel van erkenning bij leerlingen.

Leermiddelen

De Kinderombudsman roept op te stimuleren dat schoolbesturen lesmateriaal kiezen met representatie van de lhbtiq+ gemeenschap. Leermiddelenmakers, scholen en leraren hebben een gezamenlijke taak om te zorgen voor kwalitatief, herkenbaar en representatief lesmateriaal, waarbij leermiddelenmakers divers en herkenbaar aanbod kunnen ontwikkelen. Daarbij staat voorop dat scholen, vanuit hun grondwettelijke vrijheid, de verantwoordelijkheid dragen om lesmateriaal te kiezen dat past bij hun (onderwijs)visie en leerlingen.

Het Nationaal Kennisinstituut Onderwijs en Stichting Leerplan Ontwikkeling werken in opdracht van OCW aan een kwaliteitskader voor leermiddelen, waarin kwaliteit, toegankelijkheid en herkenbaarheid randvoorwaarden zijn. Het streven is het kwaliteitskader leermiddelen deze zomer vast te stellen. Scholen en leermiddelenmakers kunnen dit kwaliteitskader vanaf komend schooljaar gebruiken bij de keuze, beoordeling en ontwikkeling van leermiddelen. Ook zal het kwaliteitskader worden aangevuld met vakspecifieke criteria en waar nodig toepasbaar gemaakt voor alle onderwijstypen en alle leerlingen. Mede via het Expertisepunt Loopbaanontwikkeling en- begeleiding en de decanenvereniging BiOND worden decanen en schoolbegeleiders ondersteund bij het aanbieden van diverse perspectieven.

Veiligheid

Op het vlak van veiligheid doet de Kinderombudsman de aanbeveling de «Versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid 2026–2029» aan te vullen met een aanpak specifiek gericht op kinderen, met aandacht voor alle aspecten van hun leven.

De «versterkte aanpak lhbtiq+ veiligheid 2026–2029» is gericht op het verbeteren van de veiligheid van lhbtiq+ personen. De aanpak kent verschillende thema’s: het vergroten van de persoonlijke vrijheid van lhbtiq+ personen, meer aandacht voor veiligheid van lhbtiq+ personen bij instanties en meer aandacht voor de veiligheid van lhbtiq+ personen als maatschappelijke norm. De aanpak is een intensivering van bestaand beleid. De maatregelen die onder deze thema’s vallen zijn doorgaans gericht op het verbeteren van de veiligheid van iedereen die zich tot de lhbtiq+ doelgroep rekent, ook jongeren. In overleg met de Minister van JenV en (waar passend) de Minister voor Langdurige zorg, Jeugd en Sport verken ik hoe, binnen het bestaande budget, er meer oog kan worden gehouden voor de positie van kinderen en jongeren. In de voortgangsrapportage, die in het laatste kwartaal van 2026 verschijnt, gaan we daar nader op in.

Zorg

Transgender kinderen

Vanuit mijn emancipatieportefeuille vind ik het belangrijk dat lhbtiq+ jongeren met vragen of voor steun een luisterend oor vinden. Daarom ondersteun ik dit jaar de duurzame borging van de jongerenhulplijn Genderpraatjes van Transgender Netwerk in Switchboard, de lhbtiq+ hulplijn van het COC. Door deze samenwerking ontstaat een sterke en brede ondersteuningslijn voor lhbtiq+ personen, die specifiek oog heeft voor jongeren met gendervragen.

In haar rapport doet de Kinderombudsman de aanbeveling te investeren in mogelijkheden voor transgenderzorg en ondersteuning te bieden aan kinderen (en hun ouders) tijdens het transitieproces. De Kinderombudsman ziet kansen door expertise op te bouwen, te vergroten en aan te bieden bij bijvoorbeeld praktijkondersteuners, huisartsenzorg of jeugdgezondheidsartsen en -verpleegkundigen.

De rol van de eerstelijnszorg wordt door de Minister van VWS onderschreven. Huisartsen en praktijkondersteuners huisarts geestelijke gezondheidszorg (POH-GGZ) vormen een eerste toegangspunt in de eerstelijnszorg, ook voor genderzorg. Zij kunnen bijdragen aan vroegtijdige begeleiding, triage en behandeling, waardoor jongeren sneller passende zorg krijgen en de druk op specialistische centra vermindert. Ook dragen ze bij aan de continuïteit en psychosociale ondersteuning binnen de reguliere zorg.

Door het Ministerie van VWS zijn reeds verschillende initiatieven gestart die gericht zijn op het opbouwen van expertise en het vergroten van kennis onder zorgprofessionals. Voorbeelden hiervan zijn: scholingsworkshops voor huisartsen gericht op persoonsgerichte genderzorg; de «Handreiking voor begeleiding bij genderbevestigende hormoontherapie» voor veilige zorg in de eerste lijn, ontwikkeld met Trans In Eigen Hand, Transgenderzorg Utrecht, seksHAG en Transvisie en de website «huisartsenzorg voor transgender en genderdiverse mensen» waarop wetenschappelijke en praktijkgerichte informatie beschikbaar wordt gesteld.

Verder zet de Minister van VWS in op inhoudelijke bijdragen, in de vorm van workshops op de landelijke kennisdagen transgenderzorg, om kennisdeling, scholing en deskundigheidsbevordering op nationaal niveau te versterken. Op dit moment werkt het zorgveld aan de herziening van de kwaliteitsstandaard «transgenderzorg – somatisch».

Intersekse kinderen

Naast zorg voor transgender kinderen vraagt de Kinderombudsman specifiek aandacht voor intersekse kinderen. De Kinderombudsman beveelt aan te stoppen met niet-medisch noodzakelijke ingrepen bij intersekse kinderen die daarvoor geen toestemming hebben gegeven. De Minister van VWS, de Minister van JenV en ik staan pal voor het recht op zelfbeschikking en het recht op lichamelijke integriteit. De expliciete bescherming van deze rechten is een belangrijk onderdeel van de verdere emancipatie van intersekse personen/personen met DSD3. Naast het recht op zelfbeschikking en het recht op lichamelijke integriteit, is het ook belangrijk dat intersekse kinderen met DSD de medische zorg en psychosociale begeleiding krijgen die noodzakelijk is in alle levensfasen. Het is dus net zo goed van belang dat medisch noodzakelijke zorg voor deze kinderen toegankelijk blijft. Regulering moet voldoen aan deze beide uitgangspunten. Om die reden wordt verdiepend wetenschappelijk onderzoek uitgevoerd naar de voor- en nadelen van verschillende vormen van regulering die niet-medisch noodzakelijke behandelingen bij intersekse kinderen/kinderen met DSD zonder hun informed consent moeten voorkomen. Ervaringen in het buitenland, met zelfregulering en met wetgeving, worden daarbij betrokken. Op basis van de uitkomsten van het onderzoek zal het kabinet een weloverwogen besluit nemen over de meest wenselijke vorm van regulering.4

Kinderrechtentoets

In haar publicatie gaat de Kinderombudsman in op het belang van de kinderrechtentoets. Ze beveelt aan bij het vormgeven van wet- en regelgeving en beleid een kinderrechtentoets uit te voeren, waardoor er meer rekening wordt gehouden met kwetsbare groepen zoals lhbtiq+ kinderen. De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en ik onderschrijven de (internationale) verplichting om kinderrechten te waarborgen. Door het Ministerie van VWS wordt in alle toekomstige wetgeving over de jeugdzorg in de memorie van toelichting opgenomen hoe kinderrechten – en daarmee het belang van het kind als eerste overweging – zijn meegenomen. Verder wordt op dit moment binnen de rijksoverheid ervaring opgedaan met het toepassen van de kinderrechtentoets. Op basis daarvan moet blijken of en hoe de toets in de praktijk goed uitvoerbaar is binnen beleidsvorming en wetgevingstrajecten naast alle andere wetgevings- en uitvoeringstoetsen. Hierover staat de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport in goed contact met de Kinderombudsman.

Tot slot, wil ik de Kinderombudsman bedanken voor haar inzet voor lhbtiq+ kinderen. Elk kind moet zich veilig en vrij kunnen voelen als het is. Samen met tal van personen, ervaringsdeskundigen, (maatschappelijke) organisaties, patiëntenorganisaties, scholen en de Ministers van JenV en VWS zet ik mij hiervoor in. Met interesse kijk ik uit naar het onderzoek dat de Europese Kinderombudsmannen dit jaar uitvoeren naar de situatie van lhbtiq+ kinderen in Europa.

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, J.Z.C.M. Tielen


X Noot
1

Kamerstuk II 36 800 VIII, nr. 28

X Noot
2

In opdracht van de Vereniging Hogescholen worden de verschillende kennisbases op dit moment herijkt, inhoudelijk in lijn met het advies voor de vernieuwde bekwaamheidseisen onderwijspersoneel en de vernieuwde kerndoelen en examenprogramma’s voor het primair en voortgezet onderwijs. Naar verwachting zullen de herijkte kennisbases in studiejaar 2026–2027 in gebruik worden genomen.

X Noot
3

De term intersekse verwijst naar de ervaringen van mensen die geboren zijn met een lichaam dat niet overeenkomt met het beeld dat de meeste mensen hebben van man en vrouw.

De afkorting DSD staat voor de medische aanduiding: differences in sex development.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2024–2025, 30 420, nr. 420.


X Noot
1

Kamerstuk II 36 800 VIII, nr. 28

X Noot
2

In opdracht van de Vereniging Hogescholen worden de verschillende kennisbases op dit moment herijkt, inhoudelijk in lijn met het advies voor de vernieuwde bekwaamheidseisen onderwijspersoneel en de vernieuwde kerndoelen en examenprogramma’s voor het primair en voortgezet onderwijs. Naar verwachting zullen de herijkte kennisbases in studiejaar 2026–2027 in gebruik worden genomen.

X Noot
3

De term intersekse verwijst naar de ervaringen van mensen die geboren zijn met een lichaam dat niet overeenkomt met het beeld dat de meeste mensen hebben van man en vrouw.

De afkorting DSD staat voor de medische aanduiding: differences in sex development.

X Noot
4

Kamerstukken II, 2024–2025, 30 420, nr. 420.

Naar boven