Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 maart 2026
Een gelijkwaardige positie van vrouwen in onze samenleving, daar zet dit kabinet stevig
op in; onder andere door steun aan initiatieven voor meer vrouwen in de top. Met deze
brief deel ik met uw Kamer de meest recente cijfers over het aandeel vrouwen in de
top in de bijgevoegde SER Scorecard 20261, SEO monitoringsrapportage 2025 «Moedig voorwaarts» en het CPB-rapport «Effecten
diversiteitsquotum op de middellange termijn». Het SEO-rapport bevat een themahoofdstuk
over weerstand en draagvlak voor genderdiversiteit binnen Defensie, daarom stuur ik
u deze brief mede namens de Staatssecretaris van Defensie.
De bevindingen in het themaonderzoek in de SEO-rapportage gaan specifiek over Defensiepersoneel.
Defensie omarmt de bevindingen en onderkent al geruime tijd het belang van een diverse
organisatie en besteedt hier actief aandacht aan. De aanbevelingen worden meegenomen
in de al ingezette lijn.
In de Kamerbrief over de Stand van Defensie, wordt nader ingegaan op deze thematiek.
Voor het vierde jaar op rij stijgt in de (semi-)publieke sector het gemiddelde aandeel
vrouwen in de top met twee procentpunten naar 43% in 2024. In de private sector is
eind 2024 het gemiddelde aantal vrouwelijke bestuurders bij bedrijven die onder de
Topvrouwenwet vallen met 2% gestegen naar 17,3%. Het CPB concludeert in zijn onderzoek
naar de middellangetermijneffecten van de Topvrouwenwet dat het quotum effectief is
om een meer evenwichtige man-vrouwverdeling te realiseren in raden van commissarissen.
Ik ben verheugd over de stijging van het aantal vrouwen in de top. Ook is het goed
dat het ingroeiquotum volgens het CPB effectief blijkt. Tegelijkertijd vind ik het
jammer dat de toename van genderdiversiteit in de top langzaam gaat en her en der
lijkt te stokken. Daarom ga ik graag samen met bedrijven, organisaties en vrouwen
in gesprek over manieren om gelijkwaardigheid te realiseren.
De evaluatie van de Topvrouwenwet in 2027 kan daar te zijner tijd nieuwe inzichten
voor bieden en deze ontwikkeling eventueel helpen te versnellen.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen