Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201730420 nr. 258

30 420 Emancipatiebeleid

Nr. 258 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 april 2017

1. Inleiding

In mijn brief van 19 december 2014, heb ik uw Kamer aangegeven te zullen inzetten op verduurzaming van projecten en samenwerking tussen organisaties.1

Dit betekent meer inhoudelijke sturing bij subsidieaanvragen over doelen en strategieën en aandacht voor de bijdrage van projecten aan het integrale beleid. Ook heb ik meer focus aangebracht op de samenhang tussen projecten en de verschillende interventieniveaus. Deze uitgangspunten zijn voortgekomen uit de Midterm Review (MTR)2 en een Beleidsdoorlichting (BD) van de Auditdienst Rijk.3

Gelet op het aflopen van de Subsidieregeling Emancipatie 2011 heb ik met maatschappelijke organisaties uit het emancipatieveld gewerkt aan een nieuwe regeling die inzet op strategische samenwerking. Dit heeft geleid tot de Subsidieregeling gender- en LHBTI-gelijkheid 2017–2022 die per 1 januari 2017 van kracht is.4 Door het aangaan van strategische partnerschappen met de partijen die instellingssubsidie zullen ontvangen, is er sprake van meer inhoudelijke afstemming en sturing op doelen, strategieën en samenhang. Gelet op de termijnen in de subsidieregelingen informeer ik u met deze brief over de keuze voor de strategische partnerschappen op basis van deze subsidieregeling.

2. Keuze partnerschappen

Op grond van de subsidieregeling konden instellingen, of allianties van instellingen, uiterlijk 1 maart 2017 een aanvraag indienen voor een strategisch partnerschap, voor een periode van vijf jaar. In totaal zijn 17 aanvragen ingediend.

Aan de hand van een beoordelingskader zoals vastgelegd in de Staatscourant van 16 december 2016, zijn de aanvragen beoordeeld op de kwaliteit van het voorstel en het track record van de instellingen.5 Daarnaast is gekeken of met de keuze voor de hieronder genoemde allianties een evenwichtige spreiding van de maatschappelijke organisaties is bereikt over doelstellingen en functies, en over gendergelijkheid en LHBTI-gelijkheid, zoals in de subsidieregeling is vastgesteld. Het betreft de volgende doelen:

Langetermijndoel:

  • Het realiseren van gendergelijkheid en LHBTI-gelijkheid in de Nederlandse samenleving. Dit dient te geschieden op in ieder geval de terreinen: onderwijs, veiligheid, gezondheid, arbeidsmarkt, media, politiek, recht en leefvormen.

Middellangetermijndoelen:

  • Het doorbreken van stereotype beeldvorming over mannelijkheid, vrouwelijkheid en relaties.

  • Het bevorderen van de sociale acceptatie van gendergelijkheid en diversiteit aan seksuele oriëntatie, genderidentiteit of geslachtskenmerken.

  • Het bevorderen van de (sociale) veiligheid van vrouwen en LHBTI’s.

  • Het bevorderen van een machtsbalans en maatschappelijke representatie op basis van gendergelijkheid en diversiteit aan seksuele oriëntatie, genderidentiteit of geslachtskenmerken.

  • Het bevorderen van een gelijke positie van vrouwen en mannen en transgender personen op de arbeidsmarkt, op het gebied van inkomen en op het gebied van onbetaalde zorgtaken.

  • Het bevorderen van gelijkheid en veiligheid in het onderwijs, waaronder het doorbreken van stereotype richtingkeuze.

  • Het bevorderen van gendersensitieve en LHBTI-sensitieve zorg.

  • Het bevorderen van vrije keuze op het gebied van leefvormen.

Daarnaast betreft het de volgende functies:

  • onderzoek, kennis en beleidsadvies;

  • bibliotheek en archief;

  • interventieontwikkeling;

  • agenderen en vertegenwoordigen;

  • platform en netwerk;

  • ondersteunen en begeleiden.

Ik heb op basis hiervan gekozen voor de volgende acht partnerschappen:

  • 1) WOMEN Inc., COC, Rutgers: Iedere patiënt is anders, gericht op een gendersensitieve en LHBTI-sensitieve gezondheidszorg;

  • 2) WOMEN Inc., Movisie, Wo=Men, Proefprocessenfonds Clara Wichmann, NVR: Samen werkt het, gericht op het stimuleren van mannen en vrouwen, in het bijzonder financieel kwetsbare vrouwen, om de mogelijkheden te benutten voor het combineren van betaalde arbeid en onbetaalde zorg;

  • 3) Rutgers, Atria: Act4Respect, gericht op de preventie van gender gerelateerd geweld bij jongeren en jongvolwassenen, zowel via algemene preventie als bij risicogroepen en gericht op (potentiële) slachtoffers en daders;

  • 4) Atria, VHTO, Emancipator, NVR: Nieuwe wegen, naar een werkende toekomst, gericht op het doorbreken van genderstereotiepe beeldvorming in het onderwijs en op de arbeidsmarkt;

  • 5) COC, Transgender Netwerk Nederland, NNID: Gedeelde trots, gedeeld geluk. Brede aanvraag gericht op sociale acceptatie en veiligheid van LHBTI’s;

  • 6) Movisie, Consortium Zelfbeschikking (vertegenwoordiging van migranten- en vluchtelingenorganisaties), Doetank PEER: Verandering van binnenuit, gericht op het bevorderen van de sociale veiligheid en de acceptatie van gender- en LHBTI gelijkheid in vluchtelingen en migrantengemeenschappen;

  • 7) Atria: Bronnen van verandering, de bibliotheek en archieffunctie op het terrein van gender(gelijkheid);

  • 8) IHLIA: LGBT Heritage, de bibliotheek en archieffunctie op het terrein van LHBTI.

3. Verdeling budget

Gelet op deze brede basis, waarin 15 organisaties participeren, ligt het voor de hand de verhouding tussen projectsubsidies en instellingssubsidies aan te passen, binnen de huidige emancipatie begroting. Het budget voor instellingssubsidies stel ik vast op € 8 miljoen, waarmee er € 3,2 miljoen overblijft voor projectsubsidies en € 3 miljoen voor bijdragen aan medeoverheden. Door de verbinding en inbedding van (kleinere) projecten in structurele programma’s en de samenwerking van organisaties in allianties, wordt de slagkracht vergroot. Zodoende worden ook de opbrengsten van de afgelopen kabinetsperiode zoals Kracht on Tour en de Gay-Straight Alliances geborgd.6 Met de keuze voor deze partnerschappen ontstaat een brede maatschappelijke basis voor de ontwikkeling van het emancipatiebeleid in de komende 5 jaren. Bovendien geef ik hiermee invulling aan de aanbevelingen uit de voornoemde Midterm Review en Beleidsdoorlichting (bijlagen bij Kamerstuk 30 420, nr. 211) om meer inhoudelijke sturing en samenhang aan te brengen.

Er blijft ook voldoende ruimte over om in te spelen op de actualiteit. Dit kan zowel binnen de instellingssubsidies als middels projectsubsidies. Nadrukkelijk is daarbij ook aandacht voor nieuwe vraagstukken zoals de uitdagingen die het gevolg zijn van toenemende migratiestromen, waaronder LHBTI-personen en kwetsbare vrouwen. In mijn brief van 10 oktober 2016 heb ik in dat kader aangegeven dat het daarbij onder meer gaat om het belang van zelfbeschikking binnen migranten- en vluchtelingengemeenschappen.7

De subsidieplafonds per strategisch partnerschap zullen op basis van de regeling begin mei 2017 bekend worden gemaakt door publicatie in de Staatscourant. Bij de verdeling van de middelen kijk ik naar een spreiding over de doelstellingen, functies en over gendergelijkheid en LHBTI-gelijkheid. Daarbij betrek ik ook de ramingen die bij de aanvragen zijn gevoegd en houd ik er rekening mee dat het in stand houden van de bibliotheek- en archieffunctie relatief meer budget vraagt.

4. Vervolg

In overleg met de geselecteerde partners zal de komende periode nader invulling worden gegeven aan het partnerschap, het activiteitenplan en de bijbehorende begroting. Met de keuze voor de bovengenoemde acht strategische partnerschappen zorg ik voor een mooie balans tussen de toetreding van nieuwe innovatieve organisaties enerzijds en de bundeling en borging van bestaande kennis en expertise anderzijds. Ook heb ik invulling gegeven aan de wens om krachten, expertise en geldstromen te bundelen en strategische samenwerking te bevorderen. Ik ben ervan overtuigd dat daarmee een mooie basisinfrastructuur ontstaat om de komende jaren verder te werken aan gendergelijkheid en de sociale acceptatie en veiligheid van LHBTI-personen.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, M. Bussemaker


X Noot
1

Kamerstuk 30 420, nr. 211

X Noot
2

Midterm Review Emancipatie, november 2014 (bijlage bij Kamerstuk 30 420, nr. 211)

X Noot
3

Beleidsdoorlichting Emancipatie 2011–2014, december 2014 (bijlage bij Kamerstuk 30 420, nr. 211)

X Noot
4

Subsidieregeling gender- en LHBTI-gelijkheid 2017–2022, publicatie Staatscourant 2 december 2016 (Stcrt. 2016, nr. 64836).

X Noot
5

Beoordelingskader Subsidieregeling gender- en LHBTI-gelijkheid 2017–2022, publicatie Staatscourant 16 december 2016 (Stcrt. 2016, nr. 68844).

X Noot
6

Kamerstuk 30 420, nr. 257

X Noot
7

Kamerstuk 30 420 en 27 017, nr. 253