Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 november 2012
Met de motie van Van Gent, Dijkstra en Marcouch1 drong de meerderheid van de Tweede Kamer aan op een directe aanpassing van het beleid
van de Stichting Sanquin Bloedvoorziening met betrekking tot het uitsluiten van mannen
die seks hebben gehad met andere mannen (MSM) van bloeddonatie. In mijn reactie van
29 mei 2012 op deze motie heb ik – mede namens de minister van Onderwijs, Wetenschap
en Cultuur – aangegeven dat ik op dat moment geen uitvoering kon geven aan de motie.
Ook de daaropvolgende vragen van Dijkstra, Van Gent en Marcouch (Aanhangsel Handelingen II,
vergaderjaar 2011/12 nr. 3055) heb ik gelijkluidend beantwoord. Wel heb ik daarbij toegezegd om met Sanquin en
andere experts de mogelijkheden te verkennen om onder bepaalde voorwaarden MSM bloed
te laten doneren zonder dat de veiligheid van ontvangers van bloedproducten in het
geding komt. Hieronder volgen de resultaten van deze verkenning met Sanquin. Experts
op het gebied van risico-analyse van buiten Sanquin zullen betrokken worden bij de
verdere uitwerking van voorgestelde maatregelen.
Wat betreft het selectiebeleid voor bloeddonors ben ik nog steeds van mening dat de
veiligheid van de ontvanger van bloedproducten voorop moet staan. Hiervoor is het
nodig om de donor bij elke donatie te bevragen over mogelijke risicofactoren (via
anamnese), en zijn/haar donatie te testen op mogelijke bloedoverdraagbare besmettingen.
De beperkte betrouwbaarheid van de anamnese en van toegepaste tests bij recente infecties,
waren de afgelopen decennia voor Sanquin aanleiding om MSM permanent uit te sluiten
van bloeddonatie, zoals ook andere personen met een sterk verhoogd risico op bloedoverdraagbare
infecties werden en worden uitgesloten van bloeddonatie. Het uitvragen van de donor
bij elke donatie is gericht op het niet toelaten van donors van wie de donatie een
verhoogd risico vormt voor transfusieontvangers (bijvoorbeeld door een recente c.q.
nieuwe HIV-besmetting).
Voor het selectiebeleid worden profielen van risicogroepen opgesteld, waaraan donors
door middel van anamnese individueel worden getoetst. Bij het opstellen van de risicoprofielen
wordt rekening gehouden met een bepaalde mate van onbetrouwbaarheid van de antwoorden
van donors en de daarmee gepaard gaande effecten op de veiligheid van bloedproducten.
Doordat het selectieproces zelf niet 100% feilloos is, kan zich een aantal ongewenste
ontwikkelingen voordoen. Bijvoorbeeld als een donor of donatie onterecht wordt goedgekeurd,
kan dat gevolgen hebben voor de veiligheid van de ontvanger van het bloedproduct.
En indien een donor of donatie onterecht wordt afgekeurd, heeft dat gevolgen voor
de donorwerving. Sanquin wordt in die situatie immers gedwongen om meer nieuwe donors
te werven dan noodzakelijk is. Voor de veiligheid van de ontvanger van het bloedproduct
is daarom continue optimalisering van het selectieproces van groot belang.
Aanpassingen van het selectiebeleid mogen niet leiden tot vermindering van de betrouwbaarheid
(of sensitiviteit) van de anamnese. De betrouwbaarheid van de anamnese kan worden
beïnvloed door inrichting van de vragen en vragenlijst (aantal vragen, woordkeuze,
formulering, detailniveau, achtergrond vragensteller) en door de donor uitleg te geven
over de redenen voor de wijze van het uitvragen. Een en ander zou kunnen leiden tot
wijziging van de risicoprofielen en de wijze van toetsen van de donors. Daarvoor is
het noodzakelijk om niet alleen inzicht te hebben in de wens van MSM-donors in Nederland
om te doneren en de risicoperceptie van deze donors als het gaat om het overdragen
van infecties via gedoneerd bloed, maar ook om te bepalen wat het effect van aanpassing
van de donorvragenlijst zelf is op de betrouwbaarheid (sensitiviteit) van de antwoorden.
Donorwens, risicoperceptie en vragenlijst zijn daarom onlosmakelijk met elkaar verbonden.
Er zijn op korte termijn (nog) geen verbeteringen op het gebied van laboratoriumtesten
te verwachten, waardoor eventuele infecties in het donorbloed in de nabije toekomst
niet eerder opgespoord kunnen worden dan nu het geval is. Snelle opsporing van infecties
in het donorbloed is van cruciaal belang, gelet op de beperkte houdbaarheid van bloedproducten.
Ik zal Sanquin vragen inzicht te verschaffen in de donorwens en risicoperceptie binnen
de doelgroep MSM, en tevens te bepalen wat het effect is van aanpassing van de donorvragenlijst
op de betrouwbaarheid van de gegeven antwoorden binnen de doelgroep MSM. De genoemde
inzichten in donorwens en risicoperceptie kunnen dan input zijn voor de beantwoording
van de vraag over de donorvragenlijst. Bij de vervolgstappen zullen ook deskundigen
van buiten Sanquin worden betrokken. Over de resultaten zal ik uw Kamer nader informeren.
De resolutie van de Raad van Europa over seksueel risicogedrag van bloeddonors met
consequenties voor de veiligheid van bloedtransfusie wordt, zodra deze is vastgesteld,
eveneens bij de beantwoording van de vragen betrokken.
De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E. I. Schippers