E
nr. 21
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 14 september 2007
Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen
op 14 september 2007.
De wens dat het in de maatregel te regelen onderwerp bij de wet wordt
geregeld kan door of namens een van beide Kamers of door ten minste vijftien
leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen
worden gegeven uiterlijk op 12 oktober 2007.
Hierbij bied ik u aan een afschrift van het op 12 september 2007
vastgestelde Besluit openbare biedingen Wft1.
Volgens artikel 5:82 van de Wet ter implementatie van de overnamerichtlijn2 dient dit besluit na vaststelling aan beide kamers der
Staten-Generaal te worden overlegd. Het Besluit openbare biedingen Wft zal
in werking treden op een tijdstip dat minimaal vier weken na de overlegging
is gelegen (medio oktober 2007), tenzij ten minste een vijfde van het aantal
leden van één der kamers verzoekt om inwerkingtreding bij wet
te regelen. Dat zou in feite betekenen dat voorlopig geen nieuwe biedingsregels
zullen gaan gelden en Nederland in gebreke blijft met de verplichting om de
Europese overnamerichtlijn3 te implementeren.
De uiterste implementatietermijn van die richtlijn is nu reeds meer dan een
jaar verstreken.
Het Besluit openbare biedingen Wft (hierna: Bob) bevat de regels die gelden
voor een openbaar biedingsproces op aandelen in een beursgenoteerde onderneming
en vindt zijn grondslag in de Wet ter implementatie van de overnamerichtlijn.
Praktisch gezien vervangt het Bob de thans in het Besluit toezicht effectenverkeer
1995 (hierna: Bte 1995) opgenomen biedingsregels. Deze biedingsregels waren
afkomstig uit de SER Fusiecode 1975 en zijn in 1995 vrijwel ongewijzigd overgezet
naar het Bte 1995. In 1995 is dan ook toegezegd dat de biedingsregels in een
later stadium zouden worden gemoderniseerd.
Deze modernisering van de biedingsregels heeft plaatsgevonden in het Bob.
Tevens zijn in het Bob specifieke regels die de overnamerichtlijn voorschrijft
voor het biedingsproces geïmplementeerd. Om inzicht te verkrijgen in
de wensen van de markt met betrekking tot het biedingsproces, heeft in 2006
uitgebreide marktconsultatie plaatsgevonden.
Een en ander heeft geleid tot biedingsregels die gemakkelijker leesbaar
zijn en duidelijker weergeven aan welke vereisten een bieder en een doelvennootschap
ingeval van een openbaar bod precies moeten voldoen. Tevens zijn
nieuwe regels geïntroduceerd. Hieronder worden de belangrijkste beknopt
beschreven.
1. vijandig bod. Een vijandige bieder zal
eerder aan toezicht door de Autoriteit Financiële Markten worden onderworpen,
omdat het biedingsproces voor hem aanvangt wanneer hij een prijs en de naam
van de doelvennootschap op enige wijze openbaar maakt.
2. concurrerend bod. Er zijn regels geïntroduceerd
voor de situatie dat meerdere bieders willen bieden op dezelfde doelvennootschap
(concurrerende biedingen), die ervoor zorgen dat alle bieders gelijke kansen
hebben en dat geen voordeel kan worden behaald door tactisch opereren.
3. positie werknemers. In het biedingsproces,
zoals neergelegd in het Bob, wordt meer aandacht gegeven aan de positie van
werknemers. Het belangrijkste daarbij is dat de bieder in het biedingsbericht
moet opnemen wat zijn voornemens zijn ten aanzien van het in dienst houden
van werknemers, of daarbij bijvoorbeeld een sociaal plan is opgesteld en wat
zijn voornemens zijn met betrekking tot de locatie van de arbeidsplaatsen.
De bieder dient dit biedingsbericht vervolgens aan werknemers te verstrekken.
Overigens tast het Bob andere wettelijke regels ter bescherming van werknemers
op geen enkele wijze aan. Zo blijft gelden dat op grond van artikel 25 van
de Wet op de Ondernemingsraden het bestuur van de doelvennootschap, indien
deze een ondernemingsraad heeft, advies moet vragen aan de ondernemingsraad
op een tijdstip dat dit advies nog wezenlijke invloed kan hebben op de besluitvorming.
Voor de bieder geldt dezelfde verplichting, wanneer het een onderneming betreft
in de zin van de bedoelde wet.
4. Vergoedingen bestuurders. In het biedingsbericht
dient bekend te worden gemaakt welke vergoedingen worden verstrekt aan bestuurders
en commissarissen, en welke adviseurs zijn ingehuurd door de bieder. Tijdens
een algemeen overleg met de Vaste Commissie voor Financiën van de Tweede
Kamer op 5 juli 2007 heb ik toegezegd deze laatste verplichting nog op
te nemen in het Bob.
Al met al zal het Bob aan de in het biedingsproces betrokken partijen
houvast geven. Verder verschaft het Bob duidelijke bevoegdheden aan de Autoriteit
Financiële Markten. Tenslotte zal Nederland hiermee voldoen aan de Europese
vereisten.
Het is echter niet zo dat de biedingsregels in de toekomst niet meer zullen
worden aangepast of aangevuld. Zoals ik in de behandeling van het wetsvoorstel
ter implementatie van de overnamerichtlijn in de Eerste Kamer1 heb aangegeven ben ik bereid om in een later stadium, na afloop van
de huidige omvangrijke overnameprocessen, met u en met betrokkenen in de markt
te bezien of de Nederlandse overnamemarkt gebaat is bij het introduceren van
elementen zoals die thans in het Verenigd Koninkrijk bestaan bij het Takeover
Panel. Deze kwestie wordt ook wel geduid als «de marktmeester».
In dit verband wijs ik u er nog op dat, zoals is gemeld in mijn brief
van 19 juni jl. het kabinet de SER heeft verzocht uiterlijk medio oktober
een gericht advies uit te brengen over de vraag of de positie van werknemers
in de onderneming versterking behoeft en hoe dit gerealiseerd kan worden,
zodanig dat de belangen van werknemers voldoende worden meegewogen bij de
besluitvorming in en over Nederlandse ondernemingen. Het kabinet heeft de
SER daarbij onder meer verzocht de opties van een spreekrecht van de ondernemingsraad
(OR) in de AvA en de betrokkenheid van werknemers bij een fusie of overname
te bezien.
Meer in algemene zin ligt in de rede om, wanneer gedurende enige jaren
ervaring is opgedaan met de nieuwe biedingsregels die in het Bob zijn opgenomen,
te evalueren of het Besluit openbare biedingen in voldoende mate aan de doelstellingen
en verwachtingen beantwoord.
Ik hoop dat ik u hiermee voldoende heb geïnformeerd over het Besluit
openbare biedingen Wft en mijn voornemens en toezeggingen omtrent de discussie
over de «marktmeester».
De minister van Financiën,
W. J. Bos