30 411
Regels omtrent instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (Wet handhaving consumentenbescherming)

nr. 17
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 juni 2006

Tijdens de behandeling van het de voorstel van wet inzake regels omtrent instanties die verantwoordelijk zijn voor handhaving van de wetgeving inzake consumentenbescherming (Wet handhaving consumentenbescherming) (Kamerstukken II, 2005/2006, 30 411) is door de heer Crone van de fractie van de Partij van de Arbeid een amendement ingediend strekkende tot een uitbreiding van de bestuursrechtelijke handhaving van de consumentenbeschermende bepalingen (Kamerstukken II, 2005/2006, 30 411, nr. 13).

Naar aanleiding van deze discussie en de bredere ondersteuning daarvan in Uw Kamer, heb ik onderzocht welke bepalingen, die krachtens het wetsvoorstel handhaving consumentenbescherming moeten worden gehandhaafd, zich goed lenen voor bestuursrechtelijke handhaving. De bepalingen van het wetsvoorstel die voldoende duidelijk zijn en een concreet verbod respectievelijk gebod bevatten, wil ik krachtens de Wet handhaving consumentenbescherming ook daadwerkelijk bestuursrechtelijk doen handhaven in plaats van privaatrechtelijk.

De bijgevoegde tweede nota van wijziging (kamerstuk 30 411, nr. 18) strekt hiertoe.

De Staatssecretaris van Economische Zaken,

C. E. G. van Gennip

Naar boven