Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630404 nr. 6

30 404
Wijziging van diverse wetten in verband met enkele aanpassingen met betrekking tot persoonsgebonden nummers in het onderwijs

nr. 6
VERSLAG

Vastgesteld 23 januari 2006

De vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen. Onder het voorbehoud dat de hierin gestelde vragen en gemaakte opmerkingen voldoende zullen zijn beantwoord, acht de commissie de openbare behandeling van het wetsvoorstel genoegzaam voorbereid.

Inhoudsopgave

1. Inleiding

2. Uitbreiding gegevensset en de controle op de identiteit van de leerling/deelnemer

3. Levering adres en woonplaats

4. Vervallen verblijfsstatus

5. Bewaartermijn gegevens BRON

6. Beschikbaar stellen van gegevens ter bestrijding van verzuim leerplicht en voortijdig schoolverlaten

7. Uitvoerbaarheid

8. Reactie op advies Actal

9. Reactie op advies College bescherming persoonsgegevens

10. Relatie met wetsvoorstel burgerservicenummer

1. Inleiding

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het voorliggende wetsvoorstel. Een deel van de wijzigingen is mede tot stand gebracht op instigatie van het onderwijsveld, de gebruikers van het onderwijsnummer en wordt gezien als een welkome aanvulling op de gebruiksmogelijkheden en -toepassingen van het onderwijsnummer. Er resten de leden van de deze fractie nog enkele vragen.

De leden van de PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de wijziging van diverse wetten in verband met enkele aanpassingen met betrekking tot persoonsgebonden nummers in het onderwijs. Zij verbazen zich over het grote aantal wijzigingen dat nu moet worden aangebracht en vragen of er ook na daadwerkelijk invoering in primair onderwijs, beroeps- en volwasseneneducatie en hoger onderwijs weer diverse wijzigingen zullen moeten worden aangebracht.

De leden van de VVD-fractie hebben met veel belangstelling kennisgenomen van de voorgenomen wijziging van een aantal wetten om de invoering van het persoonsgebonden nummer in het onderwijs mogelijk te maken. Het gaat hier om een sluitstuk van een langlopend traject. De eerder gesignaleerde bezwaren, met name in de sfeer van de privacybescherming, zijn volgens deze leden inmiddels voldoende weggenomen. Zij hebben nog een vraag met betrekking tot de uitwisseling van gegevens tussen de verschillende relevante overheidsdiensten.

De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van het voorliggende voorstel van wet. Deze leden zijn voorstander van het persoonsgebonden onderwijsnummer en kunnen zich goed vinden in de voorgestelde wetswijzigingen. Zij hechten belang aan een snelle invoering van het onderwijsnummer, maar die invoering moet wel soepel verlopen. Daarom hebben deze leden behoefte aan nadere toelichting van de regering over één thema: de samenloop met het burgerservicenummer.

De leden van de ChristenUnie-fractie hebben kennisgenomen van het wetsvoorstel hetgeen beoogt enkele aanpassingen door te voeren in diverse wetten. Zij hebben op dit moment behoefte aan het stellen van een enkele vraag.

2. Uitbreiding gegevensset en de controle op de identiteit van de leerling/deelnemer

De leden van de CDA-fractie constateren dat het gebruik van het persoonsgebonden nummer tot doel heeft om (geautomatiseerde) administratieve handelingen met betrekking tot leerlingen/deelnemers op basis van een uniek nummer te kunnen laten plaatsvinden. Eerst moet dan natuurlijk worden vastgesteld dat een persoon een bepaald uniek nummer heeft. Dit wordt geregeld in de artikelen 40a, 42a en 27b van respectievelijk de Wet op het primair onderwijs (WPO), de Wet op de expertisecentra (WEC) en de Wet op het voorgezet onderwijs (WVO). Het lijkt de leden van deze fractie echter overbodig om in het reguliere uitwisselingsverkeer tussen scholen en de Informatie Beheer Groep (IB-Groep) de identificerende sleutel uit te breiden met het geslacht en de geboortedatum van de drager van het betreffende nummer. Leidt dit niet tot extra administratieve lasten, zo vragen deze leden. In de praktijk blijkt dat aanvullende sleutelgegevens in de Gemeenschappelijke Basisadministratie Persoonsgegevens (GBA) kunnen resulteren in ongewenste foutberichten en afwijzingen van door scholen aangeleverde gegevens. Dit levert voor hen een onnodige belasting op. Is het, indien het de bedoeling is om gewijzigde gegevens in de GBA aan scholen mee te delen, niet mogelijk daarvoor een andere route te volgen die de reguliere uitwisseling van gegevens op basis van het persoonsgebonden nummer niet belast, zo vragen deze leden.

3. Levering adres en woonplaats

De leden van de CDA-fractie vragen of de IB-Groep bij de aangeleverde gegevens over adres en woonplaats ook direct een koppeling kan en mag leggen met het GBA om zo te kunnen beoordelen over de adresgegevens werkelijk kloppen. Deze leden achten dit gewenst voor onder meer de controle op de verstrekking van een beurs aan uitwonende studenten.

4. Vervallen verblijfsstatus

De leden van de VVD-fractie merken op dat de regering terecht stelt dat leraren geen opsporingsambtenaren zijn. Het kan nooit zo zijn dat leraren worden ingezet om illegalen op te sporen. Wel zijn zij van mening dat de Vreemdelingendienst toegang moet hebben tot de gegevens die de IB-Groep bezit. Kan de regering bevestigen dat de gegevens van de IB-Groep ongeclausuleerd met de Vreemdelingendienst gedeeld kunnen worden, op verzoek van deze dienst?

5. Bewaartermijn gegevens BRON

De leden van de CDA-fractie constateren dat de bewaartermijn van de persoonsgegevens in het Basisregister Onderwijsnummer (BRON) gesteld is op vijf jaar en voor een beperkt aantal gegevens van personen die Hoger Onderwijs hebben genoten deze termijn gesteld is op 50 jaar. Hierbij wordt dan verwezen naar mogelijkheden van controle op de bekostiging. De gegevens uit het BRON worden tevens gebruikt ten behoeve van het beschikbaar stellen van gegevens door de IB-Groep aan gemeenten ter bestrijding van verzuim en voortijdig schoolverlaten. Kan het in dat kader niet van belang zijn om de bewaartermijn te verlengen, ten einde bij de vormgeving van de leerwerkplicht door gemeenten niet tot de ontdekking te hoeven komen dat de gegevens die de gemeente nodig heeft niet meer voor handen zijn, zo vragen deze leden? Het belang van een gedegen vormgeving aan de verlengde leerwerkplicht weegt naar de mening van de leden van deze fractie op tegen argumentatie in de sfeer van de privacy.

6. Beschikbaar stellen van gegevens ter bestrijding van verzuim leerplicht en voortijdig schoolverlaten

De leden van de CDA-fractie zijn van mening dat bedoelde wijziging een grote stap voorwaarts betekent voor gemeenten. Een meer sluitende administratie van gegevens met betrekking tot de in- en uitschrijving aan onderwijsinstellingen en het opleidingsniveau van haar ingezetenen maakt het voor gemeenten immers mogelijk om gericht actie te ondernemen tegen voortijdig schoolverlaters. Wel vragen deze leden of het melden bij mutaties (in- en uitschrijvingen) wel voldoet ten einde effectief vorm te kunnen geven aan een actief beleid om jongeren tot 23 jaar zonder startkwalificatie als gemeente te traceren. Is overwogen om niet slechts mutatiegegevens toe te zenden, maar tevens alle scholingsgegevens op te nemen in de GBA, zo vragen deze leden. Zij kunnen zich voorstellen dat scholingsgegevens in de GBA voor de gemeenten buitengewoon bruikbaar zouden zijn, zeker wanneer straks actief wordt vormgegeven aan de verlengde leerwerkplicht. Zou in dat kader een maandelijkse update en realtime update, niet slechts van de wijzigingen, maar van de GBA-bestanden op het gebied van scholing niet wenselijk zijn? Tevens vragen deze leden zich af of die jongeren die bij de start van deze werkwijze reeds zonder startkwalificatie ’thuiszitten’ voldoende in beeld kunnen worden gebracht.

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in het wetsvoorstel dat is vastgelegd dat de gegevens over in- en uitschrijvingen door de IB-groep aan de gemeenten verstrekt kunnen worden. Dit voorbehoud is gemaakt omdat de wijze van de verstrekking nader bepaald moet worden. Het voornemen van de regering is om hiervoor de gegevensuitwisseling op beperkte schaal te beproeven. De leden van deze fractie vragen naar de uitvoering van deze proef. Is deze al gestart? Zo niet, wanneer zal dit het geval zijn? Hoeveel gemeenten en welke gemeenten doen mee in deze proef? Mede in verband daarmee vragen deze leden hoe lang de wettelijke verplichting voor scholen en instellingen om gegevens te verschaffen aan gemeenten blijft bestaan.

7. Uitvoerbaarheid

De leden van de CDA-fractie vragen de regering of zij nader kan toelichten waarom de regeling voor het verstrekken van het sofi-nummer door de IB-Groep aan scholen en instellingen is geschrapt. Zij begrijpen niet waarom scholen daar weinig behoefte aan zouden hebben.

8. Reactie op advies Actal

De leden van de CDA-fractie wijzen op de problemen die van tijd tot tijd door het scholenveld onder hun aandacht zijn gebracht bij de invoering van het persoonsgebonden nummer en met name op de rol die de IB-Groep hierin heeft gespeeld waar het aanpassing van systemen betrof. Kan de regering aangeven of zij met betrekking tot de systeemaanpassing bij de IB-groep als gevolg van de invoering van voorliggende wijzigingen geen soortgelijke problemen verwacht, zo vragen deze leden.

De leden van de PvdA-fractie merken op dat het Adviescollege toetsing administratieve lasten (Actal) een advies heeft uitgebracht op het voorliggende wetsvoorstel. Een aantal adviezen wordt nog uitgevoerd. Wanneer kan de Kamer daar een reactie op verwachten, zo vragen deze leden. Het gaat hierbij om meer mogelijkheden voor gegevensverstrekking via de IB-Groep, het in beeld brengen en kwantitatief onderbouwen van de volledige strekking van het onderwijsnummer binnen het onderwijsveld en de eventuele mogelijkheid om de lastendruk te verminderen. Het zoeken naar mogelijkheden om door gebruik van het persoonsgebonden nummer binnen het niet-bekostigde onderwijs overbodige administratieve lasten voor het bedrijfsleven en burgers te schrappen. Deelt de regering de mening van de verschillende besturenorganisaties dat het uitbreiden van de gegevensset en gebruik ten behoeve van de controle op de identiteit van de leerling/deelnemer onwenselijk is? Worden de administratieve lasten voor scholen en IB-Groep niet verzwaard, zo vragen de leden van deze fractie.

9. Reactie op advies College bescherming persoonsgegevens

De leden van de ChristenUnie-fractie lezen in het wetsvoorstel dat de regering heeft besloten, in reactie op een advies van het College bescherming persoonsgegevens, de bewaartermijn voor gegevens die van belang zijn voor het voorkomen van onterechte bekostiging op te rekken tot vijftig jaar. In het oorspronkelijke voorstel was dit twintig jaar. De leden van deze fractie vragen de regering de noodzaak van deze verlenging nader te onderbouwen. Zij zetten vraagtekens bij de proportionaliteit van deze verlenging en vragen de regering een inschatting te maken van het verschil tussen het aantal onterecht bekostigde studies bij een bewaartermijn van twintig jaar, dan wel vijftig jaar.

10. Relatie met wetsvoorstel burgerservicenummer

De leden van de PvdA-fractie vinden, naar aanleiding van het commentaar van de Raad van State over de samenhang met het burgerservicenummer, de relatie met het burgerservicenummer minimaal toegelicht. Is het voldoende te stellen dat het sofi-nummer wordt vervangen door het burgerservicenummer? Hoe zal deze overgang verlopen en komt hiervoor nog een aparte overgangsregeling, zo vragen deze leden.

De regering vindt een snelle invoering wenselijk om te voorkomen dat ook in het schooljaar 2006–2007 moet worden gewerkt met de gedeeltelijk verouderde regeling van de Wet onderwijsnummer (WON). Is dit, vooral gezien de samenhang met de invoering van het burgerservicenummer, haalbaar, zo vragen de bovengenoemde leden.

De leden van de D66-fractie vragen de regering nader aan te geven welke mogelijke gevolgen de invoering van het burgerservicenummer heeft voor haar plannen met het onderwijsnummer. Welke problemen kunnen ontstaan door de invoering van het burgerservicenummer? Welke problemen kunnen ontstaan indien de invoering van het burgerservicenummer vertraging oploopt? Hoe gaat de regering deze problemen aanpakken of voorkomen, zo vragen deze leden.

De voorzitter van de commissie,

Aptroot

Adjunct-griffier van de commissie,

Jaspers


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), Lambrechts (D66), Hamer (PvdA), Van Bommel (SP), Mosterd (CDA), Blok (VVD), Balemans (VVD), Slob (CU), Vergeer (SP), Tichelaar (PvdA), Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Eski (CDA), Aptroot (VVD), voorzitter, Smeets (PvdA), ondervoorzitter, Eijsink (PvdA), Leerdam, MFA (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Kraneveldt (LPF), Hermans (LPF), Van Dam (PvdA), Visser (VVD), Azough (GL), Roefs (PvdA) en Jungbluth (GL).

Plv. leden: Ferrier (CDA), Bakker (D66), Bussemaker (PvdA), Vacature (SP), Brinkel (CDA), Hirsi Ali (VVD), Örgü (VVD), Van der Vlies (SGP), Kant (SP), Dijksma (PvdA), Hessels (CDA), Sterk (CDA), Atsma (CDA), Van Bochove (CDA), Van Hijum (CDA), Van der Sande (VVD), Verbeet (PvdA), Arib (PvdA), Stuurman (PvdA), De Krom (VVD), Varela (LPF), Herben (LPF), Vacature (PvdA), Nijs (VVD), Halsema (GL), Kalsbeek (PvdA) en Vendrik (GL).