30 402
Wijziging van de Mediawet in verband met additionele bezuinigingen op de rijksomroepbijdrage, verbeteringen in de financiële verslaglegging en de naamswijziging van het Bedrijfsfonds voor de pers

24 095
Frequentiebeleid

nr. 19
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP EN VAN ECONOMISCHE ZAKEN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 augustus 2006

In deze brief informeren de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Economische Zaken u ieder vanuit hun eigen verantwoordelijkheid1 over de stand van zaken ten aanzien van de door het kabinet voorgenomen omschakeling van de analoge publieke televisiezenders naar digitale ethertelevisie.

Op 28 april 2006 is het kabinetsstandpunt met betrekking tot de omschakeling van ethertelevisie aan de Tweede Kamer gezonden2. Deze brief is voor het zomerreces door de Kamer met de toenmalige staatssecretaris van Cultuur en Media besproken. Naar aanleiding van het plenaire debat over het wetsvoorstel Additionele bezuinigingen op de rijksomroepbijdrage3 op 14 en 27 juni 2006 zijn er door de Tweede Kamer ten aanzien van het eerdergenoemde kabinetsstandpunt twee moties en een amendement ingediend4. In verband met de val van het kabinet heeft er geen stemming over deze moties en het amendement plaatsgevonden. De bedenkingen van uw Kamer en de aangereikte oplossingen, verwoord in het debat en de ingediende moties, zijn aanleiding geweest voor het kabinet Balkenende III om het kabinetsstandpunt van 28 april jl. op onderdelen te heroverwegen. In deze brief informeren wij u over de uitkomsten hiervan.

De brief is als volgt ingedeeld:

1. Het kabinetsstandpunt van 28 april 2006

2. Heroverweging van dit standpunt

3. Verzorgingsgebied digitale ethertelevisie

4. Distributie regionale omroep

5. Voorlichting

6. Aantal analoge huishoudens

7. Conclusie

I. Kabinetsstandpunt van 28 april 2006

In het kabinetsstandpunt van 28 april 2006 is voorgesteld om in de nacht van 29 op 30 oktober 2006 de uitzendingen van analoge ethertelevisie te beëindigen om daarmee landelijke uitzending van digitale ethertelevisie mogelijk te maken. Met het beëindigen van de analoge televisie-uitzendingen geeft het kabinet een impuls aan de digitalisering van de ether en aan concurrentie tussen infrastructuren. Voordelen van de digitalisering van de ether zijn een efficiënter ethergebruik, een betere beeld- en geluidskwaliteit en mogelijkheden voor de ontwikkeling van nieuwe (interactieve) diensten en voor mobiele ontvangst. Ook kan met de introductie van landelijk dekkende digitale etherfrequenties een groter digitaal pakket worden uitgerold. Dit bevordert de door het kabinet gewenste concurrentie tussen de infrastructuren. Ten slotte voldoet Nederland als eerste land aan de afspraken die in Europees verband zijn gemaakt over het omschakelen naar de digitale ether. In heel Europa moet de omschakeling in 2012 zijn gerealiseerd.

Na de omschakeling zijn de televisieprogramma’s van de landelijke publieke omroep, alsmede die van de regionale omroepen die nu reeds in de analoge ether aanwezig zijn, zonder abonnementskosten digitaal te ontvangen. Het voorstel was dat hiervoor éénmalig opstartkosten worden gemaakt voor de aanschaf van een digitale ontvanger, antenne en een smartcard. In de brief van 28 april 2006 is aangegeven dat de prijs voor een standaardontvanger inclusief buitenantenne circa € 150,– is en dat de eenmalige kosten van de smartcard circa € 20,– bedragen. Tijdens de behandeling van het wetsvoorstel Additionele bezuinigingen en het kabinetsstandpunt omschakeling in de Tweede Kamer heeft toenmalig staatssecretaris van Cultuur en Media gemeld dat KPN1 heeft toegezegd de prijs van de digitale ontvanger verder te willen verlagen naar € 99,–2.

II. Heroverweging van het standpunt

Naar aanleiding van het debat en de ingediende moties en amendement heeft het kabinet Balkenende III de voorgenomen omschakeling als volgt aangepast:

• De doorgifte van de televisieprogramma’s van de landelijke publieke omroep, alsmede die van de regionale omroepen die nu reeds in de analoge ether aanwezig zijn, zal onversleuteld en dus zonder smartcard plaatsvinden («free-to-air»).

• Voor de ontvangst van deze onversleutelde programma’s is geen smartcard noodzakelijk en de burger kan het signaal met een eenvoudige ontvanger uit de lucht halen. Dergelijke ontvangers kunnen nu al worden aangeschaft in de detailhandel voor circa € 30,– tot € 50,–. Onversleutelde verspreiding maakt het daarnaast ook mogelijk om met een eenvoudige ontvanger via de computer digitale ethertelevisie te bekijken.

Met de introductie van de nieuwe «free-to-air» variant worden de eenmalige kosten voor de consument significant verlaagd ten opzichte van de variant met smartcard, dit scheelt circa € 50,– tot € 70,–. Tevens wordt tegemoet gekomen aan de motie Van Dam3. De toegankelijkheid, betaalbaarheid alsmede de gelijkwaardigheid van de «free-to-air» variant ten opzichte van de huidige analoge ethertelevisie blijft daarmee gegarandeerd. Voor de financiering van deze «free-to-air» variant is voor de periode tot en met 2010 zorg gedragen in de Rijksbegroting 2007. Over de dekking wordt de Tweede Kamer bij de behandeling van de OCW-begroting nader geïnformeerd.

Voor de volledigheid dient te worden opgemerkt dat KPN als onderdeel van de «free-to-air» variant ook een gecertificeerde ontvanger met een conditional-access-systeem zal aanbieden, dat wil zeggen een ontvanger die voldoet aan de door KPN en Digitenne opgestelde specificaties. Deze ontvanger is in de «free-to-air» variant ook zonder smartcard te gebruiken voor de ontvangst van het onversleutelde signaal van de landelijke en regionale publieke omroep. Indien de consument in een later stadium tegen betaling van een maandelijks abonnementstarief alsnog wil overstappen op het bredere commerciële pakket, kan deze gecertificeerde ontvanger met conditional-access-systeem worden gebruikt. In dat geval hoeft de consument geen nieuwe ontvanger aan te schaffen, maar alleen een smartcard.

Resumerend kan de burger voor de ontvangst van de landelijke en regionale publieke omroep via de digitale ether derhalve kiezen uit drie varianten:

• gratis en onversleuteld op basis van een niet-gecertificeerde ontvanger;

• gratis en onversleuteld op basis van een gecertificeerde ontvanger met een conditional-access-systeem;

• en, later dit jaar of vanaf begin 2007, als onderdeel van een breder commercieel pakket tegen betaling van een maandelijks abonnementstarief.

Ter illustratie is in de bijlage een overzicht opgenomen met een indicatie van de kosten van alternatieven voor analoge ethertelevisie. Dit zijn de huidige marktprijzen die uiteraard kunnen veranderen. Ter vergelijking is ook de analoge ethertelevisie opgenomen in het overzicht.

III. Verzorgingsgebied digitale ethertelevisie

Op 27 juni 2006 heeft toenmalig staatssecretaris van Cultuur en Media de Tweede Kamer gemeld dat met de digitale ethertelevisie een bereik kan worden geleverd, dat vergelijkbaar is met de huidige analoge ontvangst. De staatssecretaris baseerde zich onder andere op schriftelijke garanties die hierover eerder door Digitenne en NOS waren gegeven. Recent heeft KPN als grootste aandeelhouder van Digitenne deze garanties nogmaals schriftelijk bevestigd voor de zogenaamde «free-to-air»-variant1. KPN stelt dat vanaf de omschakeldatum uitzendingen van de landelijke publieke omroepen door minimaal 98% van de huishoudens in Nederland digitaal te ontvangen zijn. De dekking van de landelijke publieke omroep is daarmee volstrekt vergelijkbaar met de huidige analoge dekking. Voor de regionale omroepen is de dekking in veel gevallen zelfs (veel) beter. Bovenstaande garanties van KPN zijn gebaseerd op de situatie waarbij buiten de Randstad 12 zendmasten zijn opgesteld. Dit aantal zal tot medio 2007 door Nozema verder worden uitgebreid naar een totaal van 21 zendmasten buiten de Randstad2.

In het convenant dat is afgesloten tussen het ministerie van Economische Zaken, het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de Nederlandse Omroep Stichting (NOS)3, zijn bepalingen opgenomen die een goede landelijke dekking van digitale ethertelevisie waarborgen. Zo is in dit convenant een stappenplan opgenomen voor de omschakeling. Daarnaast zijn verantwoordelijkheden en acties van de eerdergenoemde partijen in het convenant vastgelegd.

Toenmalig staatssecretaris van Cultuur en Media heeft tijdens het plenaire debat van 27 juni 2006 de motie van de heer Atsma inzake de volledige landelijke dekking4 overbodig verklaard. Immers, er is sprake van een landelijk dekkend netwerk. Dat wordt momenteel analoog gebruikt door de publieke omroep. Na de omschakeling worden deze frequenties gebruikt voor de digitale doorgifte. Vandaar dat er nu ook nog geen digitale ontvangst van de publieke omroep mogelijk is buiten de Randstad. Na de omschakeling is dat wel het geval. Ook in de nieuwe situatie die ontstaat bij omschakeling naar een «free-to-air» variant wordt volledig tegemoet gekomen aan de motie van de heer Atsma.

Nu zowel aan de motie van heer Van Dam als aan de motie van de heer Atsma tegemoet wordt gekomen, ziet het kabinet geen belemmeringen meer om tot omschakeling over te gaan. Ook wordt tegemoet gekomen aan de eerder ingediende moties van de heren Atsma en Bakker die tot strekking hebben te garanderen dat voor alle huishoudens gelijkwaardige, toegankelijke en betaalbare alternatieven zijn alvorens de analoge etherverspreiding te beëindigen1. Om de huishoudens die nu nog gebruik maken van analoge ethertelevisie echter in de gelegenheid te stellen zich goed te oriënteren op de beschikbare alternatieven, heeft het kabinet besloten om de datum van omschakeling met één maand uit te stellen en te laten plaatsvinden in de nacht van 26 op 27 november 2006.

IV. Distributie regionale omroep

Tijdens het debat van 27 juni 2006 is ook uitgebreid ingegaan op de distributie van de regionale omroep via de ether. De dertien regionale omroepen, verenigd in de stichting Regionale Omroep Overleg en Samenwerking (ROOS) hebben meermalen aandacht gevraagd voor hun standpunt ten aanzien van de omschakeling. Op dit moment geven acht regionale omroepen hun televisieprogramma’s door via de analoge ether. Op 17 mei jl. heeft toenmalig staatssecretaris van Cultuur en Media u een afschrift doen toekomen van haar antwoord op een aantal door ROOS naar voren gebrachte punten2. Ook daarna heeft ROOS een aantal brieven naar betrokken partijen gestuurd.

Het kabinet is van mening dat door de eerdergenoemde heroverweging de belangrijkste bezwaren van de regionale omroepen zijn weggenomen. Zo leidt de «free-to-air» variant tot een significante verlaging van de kosten voor kijkers van regionale omroepen ten opzichte van het oorspronkelijke plan. Daarnaast heeft KPN aan de regionale omroepen schriftelijk de volgende zaken toegezegd:

– De dekkingsgraad van de digitale ether wordt voor de regionale omroepen in veel gevallen (veel) beter dan de huidige analoge dekking;

– Op basis van projecties en berekeningen over de dekking is er thans er geen enkele aanleiding om te veronderstellen dat grote aantallen huishoudens binnen een beperkte locatie en gedurende langere tijd, met gebruik van een dakantenne, de uitzendingen van genoemde omroepen niet zouden kunnen ontvangen. Mocht dit toch het geval zijn, dan is KPN bereid voor die locatie een steunzender in te zetten;

– De beeldkwaliteit voor aanlevering van de programma’s aan kabelkopstations blijft vergelijkbaar met de huidige analoge uitzendingen;

– Nozema zal geen kosten in rekening brengen als de overeenkomsten tussen de regionale omroepen en Nozema betreffende analoge distributie van ethertelevisie tussentijds worden opgezegd;

– KPN neemt de kosten voor haar rekening voor de aanlevering van de televisieprogramma’s van de regionale omroepen ten behoeve van digitale etheruitzendingen op een centraal punt (Hilversum) in Nederland.

Verder is in goed overleg met het Interprovinciaal Overleg (IPO) en ROOS besloten om voor de komende jaren doorgifte van de regionale televisieprogramma’s via de satelliet gezamenlijk financieel mogelijk te maken. Hiertoe zal vanuit de begroting van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap voor de periode tot en met 2010 éénmalig een bedrag van € 1,6 mln. worden vrijgemaakt binnen de cultuurbegroting.

Aan de bedoeling van het amendement van mevrouw Vergeer1 wordt tegemoet gekomen nu mede uit rijksmiddelen doorgifte van de regionale televisieprogramma’s via de satelliet mogelijk wordt gemaakt. Het kabinet blijft overigens van mening dat de distributiekosten integraal deel uit maken van de reguliere kosten van de regionale omroep die sinds 1 januari 2006 voor rekening komen van de provincies. Het amendement van mevrouw Vergeer dient derhalve te worden ontraden. Daarnaast staat de omschakeling niet in de weg aan een mogelijke, toekomstige rol van de regionale televisieomroep als rampenzender, aangezien KPN heeft aangegeven dat de dekkingsgraad van de digitale ether voor de regionale omroepen in veel gevallen (veel) beter zal zijn dan het huidige analoge bereik. Ook de doorgifte van de regionale omroep via de satelliet zal de rol als rampenzender verder waarborgen.

Op 27 juni 2006 heeft toenmalig staatssecretaris van Cultuur en Media toegezegd de Tweede Kamer te informeren over de kosten die regionale omroepen dienen te maken voor de aanlevering van hun televisieprogramma’s aan kabelkopstations. Dit naar aanleiding van een vraag van het kamerlid Vergeer die stelde dat hier duizenden euro’s per maand mee zouden zijn gemoeid. Dit is niet het geval. De kosten zijn zeer beperkt en hoeven in de meeste, zo niet alle gevallen, niet te worden gemaakt. Ten eerste heeft – zoals eerder in deze brief is beschreven – KPN aangegeven de kosten die regionale omroepen moeten maken voor de aanlevering van hun televisieprogramma’s ten behoeve van digitale etheruitzendingen naar een centraal punt in Hilversum voor zijn rekening te nemen. Ten tweede halen de meeste kabelmaatschappijen hun televisiesignalen op in Hilversum en hoeft er in dat geval door de regionale omroepen niet voor verdere distributie te worden betaald. In die gevallen waar de kabelmaatschappijen het televisiesignaal niet ophalen in Hilversum, kunnen de desbetreffende kabelmaatschappijen het signaal van de landelijke en regionale publieke omroep op het desbetreffende kabelkopstation van de satelliet betrekken en/of gratis uit de lucht halen.

V. Voorlichting

Het is van belang dat huishoudens tijdig weten dat ze moeten overschakelen naar een nieuwe vorm van televisieontvangst, of ze nu overstappen naar digitale ethertelevisie of kiezen voor één van de andere alternatieven: kabel, TV via internet (IPTV) of satelliet televisie. Daarom is al direct nadat het besluit was genomen om eind oktober om te schakelen door het vorige kabinet, begonnen met voorlichting naar de burgers. Om dezelfde reden wordt nu zo snel mogelijk doorgegaan met de voorlichting, wordt deze met een maand verlengd en zoveel mogelijk geïntensiveerd. Wij zullen de burger informeren over de overschakeling door middel van advertenties, artikelen, radiospots en de internetsite www.signaalopdigitaal.nl. Dit om de huishoudens die het betreft zo goed en snel mogelijk te informeren over de noodzakelijke stappen die moeten worden gezet om na 27 november aanstaande de landelijke en regionale publieke omroepen via één van de alternatieven te kunnen ontvangen.

VI. Aantal analoge huishoudens

Ten slotte nog een opmerking over Tabel 1 Analoge ontvangst publieke omroep in de brief over het kabinetsstandpunt van 28 april 2006. Deze tabel geeft over een aantal jaren een overzicht van het aantal huishoudens dat gebruik maakt van de analoge ethertelevisie, uitgesplitst naar een aantal deelcategorieën. Helaas zijn in deze tabel twee getallen abusievelijk verwisseld. De juiste gegevens zijn dat er in 2006 niet 14 100 maar 42 300 huishoudens waren die analoge ethertelevisie gebruiken zonder de mogelijkheid van een kabelaansluiting. In 2006 waren er niet 42 300 huishoudens met de mogelijkheid van een kabelaansluiting, maar 14 100. Het totaal aantal huishoudens dat in 2006 gebruik maakt van analoge ethertelevisie voor de ontvangst van de publieke omroep verandert als gevolg hiervan niet.

Voor de volledigheid is Tabel 1 Analoge ontvangst publieke omroep hieronder met de juiste cijfers weergegeven.

Tabel 1. Analoge ontvangst publieke omroep

Categorie analoge ontvangst200220042006
Uitsluitend huisontvangst   
I.Huishoudens zonder de mogelijkheid van een kabelaansluiting (afgelegen woningen), met uitsluitend analoge ontvangst.62 80035 30042 300
Ia.Huishoudens met uitsluitend analoge ontvangst, onbekend of kabelaansluiting mogelijk is.  14 100
II.Huishoudens met de mogelijkheid van een kabelaansluiting, met uitsluitend analoge ontvangst34 90042 30014 100
III.Huishoudens met analoge ontvangst naast kabel of schotelontvangst (voor tweede of derde toestel)202 30049 40056 400
     
Ontvangst buiten vast huisadres
IV.Buitenshuis gebruik van analoge uitzendingen (recreanten)216 300112 80091 700
V.Binnenvaartschippers met analoge ontvangst (schatting)1 000–2 0001 000–2 0001 000–2 000
VI.Kermisondernemers (schatting)1 0001 0001 000
     
Totaal aantal huishoudens met gebruik analoge ontvangst519 300242 800221 600

VII. Conclusie

Op basis van een integrale heroverweging hebben de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de minister van Economische Zaken besloten om de televisieprogramma’s van de landelijke en regionale publieke omroep vanaf 27 november 2006 tot en met 2010 «free-to-air» via de digitale ether te laten distribueren. Dit betekent dat deze programma’s onversleuteld worden uitgezonden en dat consumenten geen smartcard hoeven aan te schaffen en zich niet hoeven te laten registreren. Daardoor zal de prijs van een digitale ontvanger significant lager komen te liggen (plusminus € 50,– tot 70,–) dan in het oorspronkelijke voorstel het geval was.

Wij zijn van mening dat er voldoende garanties zijn verstrekt en voorbereidingen zijn getroffen, om de landelijke omschakeling van analoge naar digitale ethertelevisie in de nacht van 26 op 27 november aanstaande zonder problemen te laten verlopen. Bovendien wordt door de keuze voor de «free-to-air» variant en de getroffen flankerende maatregelen (o.a. satelliet doorgifte regionale omroep), tegemoet gekomen aan de wensen van de Tweede Kamer zoals uitgedrukt in het debat en verwoord in de eerdergenoemde moties en het amendement. Zoals in de brief van 28 april 2006 is beschreven, zijn er na de omschakeling diverse alternatieven beschikbaar voor de ontvangst van de publieke omroep: de satelliet, de kabel, de digitale ether en internettelevisie (IPTV).

Resumerend kan de burger voor de ontvangst van de landelijke en regionale publieke omroep via de digitale ether derhalve kiezen uit drie varianten: gratis en onversleuteld op basis van een niet-gecertificeerde ontvanger, gratis en onversleuteld op basis van een gecertificeerde ontvanger met een conditional-access-systeem en tegen betaling van een maandelijks abonnementstarief als onderdeel van een breder commercieel pakket.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

M. J. A. van der Hoeven

De Minister van Economische Zaken,

J. G. Wijn

BIJLAGE

Overzicht kosten televisiekijken bij verschillende alternatieven1

 OntvangerAbonnementAansluitkostenAantal zenders
     
Analoge etherAanschaf hark antenne (kosten in het verleden gemaakt) circa € 50 – € 100,–Nederland 1,2 en 3 en regio + buitenlandse publieke televisiezenders
Digitale ether    
Free-to-airNiet gecertificeerd: € 30 – € 50Richten harkantenne door burger zelf (gratis)2. Eventuele inhuur antenne-specialist maximaal € 150,–. Eventueel aanschaf kleine buitenantenne € 10 – € 30,–Nederland 1, 2 en 3 en regio + buitenlandse publieke televisiezenders
 Gecertificeerd: € 99,– Nederland 1,2 en 3 en regio + buitenlandse publieke televisiezenders
Met smartcardGecertificeerde decoder: € 10 – € 40 – € 139 (afhankelijk van pakket)Circa € 8 – € 13,95 per maand afhankelijk van pakketCirca € 30,–27 televisiezenders (inclusief Nederland 1,2,3 en regio), 17 radiozenders
Analoge kabelCirca € 7 – € 15 per maandIndien nodig: circa € 27,50 + eventueel extra kosten aanleg kabel (plusminus € 150,–)30 à 35 televisiezenders, 20 à 25 radiozenders
Digitale kabelAdviesprijs: plusminus € 89,–, maar veelal gratis of in bruikleenGratis aangeboden naast analoog pakket of voor additionele prijs van € 2,16 per maandIndien nodig: circa € 27,50 + eventueel extra kosten aanleg kabel (plusminus € 150,–)Circa 100 tv-zenders
     
Digitale satellietAanschaf ontvanger + schotel: circa € 200–300,–. Aanschaf smartcard € 70,–€ 7,95 – € 19,95, per maand afhankelijk van omvang pakketRegistratie-kosten €  19,95Circa 15 televisie-zenders, exclusief ontvangst free-to-air televisiezenders
IPTVAfhankelijk van aanbieder, circa € 149 (personal recoder)Afhankelijk van aanbieder, circa € 14,95 – € 19,95€ 29,9560 televisiezenders, 70 radiozenders + aanvullende diensten

1  Situatie augustus 2006. Kosten kunnen wijzigingen als gevolg van speciale aanbiedingen van marktpartijen. Niet alle alternatieven zijn overal in Nederland te verkrijgen.

2 Bestaande antennes voor analoge televisie kunnen worden hergebruikt, maar moeten opnieuw worden gericht.


XNoot
1

De minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is verantwoordelijk voor het beleid ten aanzien van de (ether-)ontvangst van de landelijke publieke omroep. De minister van Economische Zaken is verantwoordelijk voor de vergunningen en in deze brief genoemde frequentietechnische aspecten.

XNoot
2

Kamerstukken II, 2005–2006, 24 095, nr. 201.

XNoot
3

Kamerstukken II, 2005–2006, 30 402.

XNoot
4

Motie van het lid Van Dam c.s., Kamerstukken II, 2005–2006, 30 402, nr. 15, Motie van het lid Atsma c.s., Kamerstukken II, 2005–2006, 30 402, nr.16 en gewijzigd amendement van het lid Vergeer, Kamerstukken II, 2005–2006, 30 402, nr. 17.

XNoot
1

KPN bezit 40% van de aandelen van Digitenne en heeft recent Nozema overgenomen. Door de overname van Nozema, dat eveneens 40% van de aandelen van Digitenne heeft, is KPN de belangrijkste eigenaar van de exploitant van digitale ethertelevisie én volledig eigenaar van de beheerder van het digitale ethernetwerk geworden.

XNoot
2

Handelingen 2005–2006, nr. 95, Tweede Kamer, pag. 5894–5902.

XNoot
3

Motie van het lid Van Dam c.s., Kamerstukken II, 2005–2006, 30 402, nr. 15.

XNoot
1

Zie de brief van KPN d.d. 15 augustus 2006 met kenmerk 2006-U-00 183-RvB die als bijlage is toegevoegd. Deze brief is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
2

De 12 zendmasten garanderen de eerder in deze paragraaf omschreven dekking die is gebaseerd op dakontvangst. De 9 extra zendmasten zullen de binnenhuis (indoor) dekking buiten de Randstad verder verbeteren. De extra zendmasten zijn ook nodig voor de uitrol van pakket aan commerciële televisiezenders via digitale ether. Voor de volledigheid dient te worden opgemerkt dat de dekking van digitale ethernetwerken in de ons omringende landen ook is gebaseerd op dakantenne ontvangst.

XNoot
3

Dit convenant is gepubliceerd in de Staatscourant van 14 juli jongstleden.

XNoot
4

Motie van het lid Atsma c.s., Kamerstukken II, 2005–2006, 30 402, nr. 16.

XNoot
1

Motie van het lid Atsma, Kamerstukken II, 2004–2005, 29 800 VIII, nr. 88 en motie van het lid Bakker, Kamerstukken II, 2005–2006, 30 300, nr. 44.

XNoot
2

Brief van SC van der Laan aan ROOS, kenmerk MLB/M/2006/18896.

XNoot
1

Gewijzigd amendement van het lid Vergeer, Kamerstukken II, 2005–2006, 30 402, nr. 17.

Naar boven