B
nr. 2
ADVIES RAAD VAN STATE EN NADER RAPPORT
Hieronder zijn opgenomen het advies van de Raad van State d.d. 6 juli
2004 en het nader rapport d.d. 31 oktober 2005, aangeboden aan de Koningin
door de minister van Buitenlandse Zaken. Het advies van de Raad van State
is cursief afgedrukt.
Bij Kabinetsmissive van 24 mei 2004, no. 04.001969, heeft Uwe
Majesteit, op voordracht van de Minister van Buitenlandse Zaken, bij de Raad
van State ter overweging aanhangig gemaakt het Verdrag inzake samenwerking
tussen het Koninkrijk der Nederlanden, enerzijds, en de Franse Gemeenschap
van België, het Waalse Gewest en de Franse Gemeenschapscommissie van
het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, anderzijds; Charleroi, 28 maart 2002
(Trb. 2002, 94), met toelichtende nota.
De Raad van State onderschrijft de strekking van het verdrag, maar maakt
daarbij de volgende kanttekeningen.
Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 24 mei
2004, no. 04.001969, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies
inzake het bovenvermelde verdrag rechtstreeks aan mij te doen toekomen. Dit
advies, gedateerd 6 juli 2004, nr. W02.04 0189/II, bied ik U hierbij
aan.
1. De juridisch relevante inhoud van het verdrag is zeer beperkt.
Deze bestaat, afgezien van enige algemeen gestelde intenties, uit de verplichting
opgenomen in sectie 7, tweede lid, van het verdrag om met het oog op de toepassing
en de evaluatie van dit verdrag een Permanente Gemengde Commissie op te richten
en uit de verplichting elkaar regelmatig op politiek niveau te bezoeken. De
toelichting maakt gewag van de wens, na het verdrag met de Vlaamse Gemeenschap
van 1995, ook een verdrag met deze delen van de federale Belgische staatsstructuur
te sluiten. Nu echter de normatieve inhoud van de voorliggende tekst in vergelijking
met het verdrag van 1995 zo beperkt is, adviseert de Raad in de toelichtende
nota te verantwoorden waarom desalniettemin voor de vorm van een volkenrechtelijke
overeenkomst is gekozen.
1. Conform het advies van de Raad is het algemene deel van de toelichting
aangevuld.
2. Gelet op de geringe normatieve betekenis voor de verdragsluitende
partijen trekt het verder de aandacht dat inzake het weinige dat bindend is
voorgeschreven, een voor de hand liggende precisering ontbreekt. Zo is niets
geregeld over de wijze van samenstelling en over de taken van de Permanente
Gemengde Commissie. De Raad adviseert in de toelichtende nota in te gaan op de redenen voor het achterwege laten van bepalingen hierover en
tevens uiteen te zetten op welke wijze hierin alsnog wordt voorzien en welke
status deze commissie naar Nederlands recht zal hebben in verhouding tot de
Kaderwet adviescolleges. Voorts adviseert de Raad toe te lichten welk onderzoek
ten grondslag zal liggen aan de in sectie 4 bedoelde evaluatie van de bilaterale
samenwerking.
2. Na inwerkingtreding van het verdrag zullen tussen de verdragspartijen
afspraken worden gemaakt over de samenstelling en taakstelling van de Permanente
Gemengde Commissie. Met betrekking tot de taakstelling van de Commissie is
in sectie 7, tweede lid, van het Verdrag, een kader gegeven, dat richtinggevend
zal zijn. Op dit moment kan nog niet worden aangegeven wat de status van de
Commissie zal zijn in verhouding tot de Kaderwet Adviescolleges. Te zijner
tijd zal daaraan uiteraard aandacht worden besteed.
3. Als partij bij het verdrag is naast de Franse Gemeenschap van
België en het Waalse Gewest ook de Franse Gemeenschapscommissie van het
Brussels Hoofdstedelijk Gewest opgetreden. De Raad vestigt er de aandacht
op dat de bevoegdheid van deze Gemeenschapscommissie om verdragen af te sluiten,
omstreden is.1Bovendien zou, voorzover de Gemeenschapscommissie
bevoegd zou zijn namens het Brussels Hoofdstedelijk Gewest verdragen te sluiten,
niet de Gemeenschapscommissie maar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest als
verdragspartij moeten worden beschouwd. De Raad adviseert te bezien of het
afsluiten van een verdrag met ook deze wederpartij voldoende gefundeerd is
en daarop in de toelichting in te gaan.
3. Het gaat hier om de benaming van een onderdeel van de wederpartij.
Terzake is de wens van de bevoegde Belgische autoriteiten gevolgd.
4. De Nederlandse taalversie van het verdrag bevat enkele onvolkomenheden
die – nu het hier om een ondertekend verdrag gaat – niet meer
eenzijdig van Nederlandse zijde kunnen worden gecorrigeerd. Dit betreft het
ontbreken van het equivalent van «est confiée» in de aanhef
van sectie 7 en het ontbreken van een Nederlands equivalent van «les
infrastructures sportives» aan het slot van de Bijlage bij het Verdrag.
De Raad adviseert deze misstellingen in de toelichting te vermelden en aan
te geven of en zo ja hoe correctie zal plaatsvinden.
4. De door de Raad voorgestane correcties zijn aangebracht in de
vier originelen van het verdrag, en bekend gemaakt in het Tractatenblad.
5. Voor redactionele kanttekeningen verwijst de Raad naar de bij
het advies behorende bijlage.
5. Aan de redactionele kanttekeningen van de Raad is gevolg gegeven.
De Raad van State geeft U in overweging goed te vinden dat bedoeld Verdrag
wordt overgelegd aan de beide Kamers der Staten-Generaal, nadat aan het vorenstaande
aandacht zal zijn geschonken.
De waarnemend Vice-President van de Raad van State,
P. van Dijk
Ik moge U verzoeken mij te machtigen gevolg te geven aan mijn voornemen
het verdrag vergezeld van de gewijzigde toelichtende nota ter stilzwijgende
goedkeuring over te leggen aan de Eerste en aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
B. R. Bot
Bijlage bij het advies van de Raad van State betreffende no. W02.04.0189/II,
met redactionele kanttekeningen die de Raad in overweging geeft.
– In de toelichtende nota verduidelijken waarom is gekozen voor
de aanduiding «sectie» in plaats van de meer gebruikelijke aanduiding:
artikel.
– Aangezien de toelichtende nota bestemd is voor intern gebruik
binnen het Koninkrijk de aanduiding «Minister voor Buitenlandse Handel»
in de toelichting op sectie 5 vervangen door: Staatssecretaris van Economische
Zaken.
– In de toelichting op sectie 6 het woord «kunnen» vervangen
door: kan.
– In de publicatie van het verdrag in het Tractatenblad (Tr. 2002,
94) de kennelijke zetfout aan het slot van sectie 7, Franse versie, corrigeren
(«uvre» moet zijn «oeuvre»).