30 322
Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van enige andere wetten, in het kader van het versterken van de fiscale rechtshandhaving en het verkorten van beslistermijnen (Versterking fiscale rechtshandhaving)

nr. 20
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID DE NERÉE TOT BABBERICH C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 19

Ontvangen 5 februari 2007

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I wordt gewijzigd als volgt:

A. Na onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Aa. Artikel 5a vervalt.

B. Na onderdeel B en vóór onderdeel Ba wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Bbis. In artikel 25 vervallen het eerste, tweede en derde lid, onder vernummering van het vierde tot en met zevende lid tot eerste tot en met vierde lid.

C. Na onderdeel Ba en vóór onderdeel Bb wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Babis. In artikel 25a, elfde lid, vervalt de zinsnede «en doet de inspecteur daarop uitspraak binnen een jaar na het onherroepelijk worden van eerstbedoelde uitspraak».

II

Na artikel VI wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL VIA

In artikel 131 van de Waterschapswet vervalt de zinsnede «, in afwijking in zoverre van artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet,».

III

Aan artikel VII wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. Het tweede lid wordt vervangen door:

2. Op een bezwaarschrift dat niet is ingediend in de laatste zes wekenvan een kalenderjaar, doet de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, bedoelde gemeenteambtenaar uitspraak in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen.

IV

Artikel IX wordt als volgt gewijzigd:

A. Vóór onderdeel 1 worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

01. In het eerste lid wordt «de artikelen 1, vierde lid, 5, eerste lid, tweede volzin, 5a, 22j tot en met 30» vervangen door: de artikelen 1, vierde lid, 5, eerste lid, tweede volzin, 22j tot en met 30.

02. In het vierde lid wordt «artikel 25, zevende lid» vervangen door: artikel 25, vierde lid.

B. Na onderdeel 1 en vóór onderdeel 2 wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

1bis. In het zesde lid wordt «artikelen 25, tweede lid en 28, eerste lid» vervangen door: artikel 28, eerste lid.

C. Aan het artikel wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

3. Het achtste lid wordt vervangen door:

8. Op een bezwaarschrift dat niet is ingediend in de laatste zes weken van een kalenderjaar, doet de in artikel 1, tweede lid, bedoelde gemeenteambtenaar uitspraak in het kalenderjaar waarin het bezwaarschrift is ontvangen.

V

Artikel X wordt als volgt gewijzigd:

A. Na onderdeel A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Abis. Artikel 3 156, zesde lid, vervalt.

B. Onderdeel Aa komt te luiden:

Aa. Artikel 3 157 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt «hoofdstuk IV» vervangen door: hoofdstuk 4.

2. In het tweede lid wordt «tweede tot en met zesde lid» vervangen door: tweede tot en met vijfde lid.

VI

Artikel XI, onderdeel B, wordt als volgt gewijzigd:

A. Na het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:

2bis. Het tot zevende lid vernummerde tiende lid wordt vervangen door:

7. Indien in verband met een gevraagde beschikking informatie is gevraagd aan een persoon of instantie buiten Nederland en om die reden de beschikking niet binnen de termijn, bedoeld in afdeling 4.1.3 van Algemene wet bestuursrecht, gegeven kan worden, wordt die termijn verlengd met ten hoogste zes maanden en wordt de aanvrager van deze verlenging schriftelijk in kennis gesteld.

B. Aan onderdeel B wordt een lid toegevoegd, luidende:

4. In het negende lid wordt «Het zevende lid, tweede volzin» vervangen door: Het zevende lid.

VII

De aanhef van artikel XIV wordt vervangen door «De artikelen van deze wet treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld, met dien verstande dat daarbij zal worden bepaald dat:».

Toelichting

Dit amendement beoogt te regelen dat de beslistermijnen die zijn opgenomen in de Algemene wet bestuursrecht, op termijn ook gaan gelden voor beslissingen van de Rijksbelastingdienst. In eerste instantie wordt de termijn teruggebracht naar 13 weken zoals reeds in het wetsvoorstel opgenomen. Afhankelijk van de resultaten van het in de nota naar aanleiding van het verslag (blz. 17) aangeduide onderzoek, kan vervolgens worden overgegaan naar de beslistermijnen van de Algemene wet bestuursrecht. De wetswijzigingen die daarvoor nodig zijn, zijn reeds in dit amendement opgenomen en zijn gekoppeld aan inwerkingtreding bij KB. Hiermee wordt de wettelijke beslistermijn van een jaar voor beschikkingen op aanvraag (artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) en voor beslissingen op bezwaar (artikel 25, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen) via de tussenfase van dertien weken teruggebracht naar acht respectievelijk zes weken.

De artikelen in andere wetten die verwijzen naar artikel 5a en artikel 25, eerste, tweede en derde lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen zijn op dit punt technisch aangepast aan de nieuwe situatie die ontstaat in de eindfase.

De onderdelen van het wetsontwerp die bij KB later in werking zullen treden afhankelijk van de resultaten van het onderzoek, zijn:

– artikel I, onderdelen Aa, Bbis en Babis;

– artikel VIA;

– artikel VII, onderdeel 3;

– artikel IX, onderdelen 01, 02, 1bis en 3;

– artikel X, onderdelen Abis en Aa, tweede lid;

– artikel XI, onderdeel B, leden 2bis en 4.

De Nerée tot Babberich

Crone

Irrgang

Dezentjé Hamming-Bluemink

Naar boven