Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730322 nr. 16

30 322
Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van enige andere wetten, in het kader van het versterken van de fiscale rechtshandhaving en het verkorten van beslistermijnen (Versterking fiscale rechtshandhaving)

nr. 16
AMENDEMENT VAN HET LID DEZENTJÉ HAMMING-BLUEMINK

Ontvangen 30 januari 2007

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

Artikel I, onderdeel C, vervalt.

Toelichting

Dit amendement beoogt te regelen dat het voorgestelde artikel 64 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen niet wordt ingevoerd. Hiermee zou een soepele wetstoepassing worden ondermijnd en zullen beperkingen opkomen in de bereidheid van de Belastingdienst tot het sluiten van vaststellingsovereenkomsten. Tevens zal het opnieuw maken van te ruime contralegemafspraken door een nieuw wetsartikel als artikel 64 Awr niet worden voorkomen. Evenmin voorkomt artikel 64 Awr dat de inspecteur gebonden is aan contralegemafspraken die de grenzen van artikel 64 lid 2 Awr overschrijden. Het voorgestelde artikel zou ook het gelijkheids- en het vertrouwensbeginsel en de uitgebreide jurisprudentie daarover niet opzij kunnen zetten. Dit geldt te meer nu het voor een belastingplichtige, al dan niet met deskundige bijstand, in het algemeen niet eenvoudig zal zijn vast te stellen of een afspraak die hij met een inspecteur maakt de grenzen van artikel 64 lid 2 Awr overschrijdt. Hij zal er in het algemeen van uit mogen gaan dat die grenzen niet worden overschreden als hij een bepaalde afspraak met de inspecteur maakt; hij mag er immers op rekenen dat de inspecteur verifieert of de te maken afspraak binnen de grenzen van artikel 64 lid 2 Awr valt en dat zulks het geval is als de inspecteur met de afspraak akkoord gaat. Te vergaande contralegemafspraken moeten worden voorkomen door de uitvoerende ambtenaren van de Belastingdienst, niet door wetgeving.  

Dezentjé Hamming-Bluemink