Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2006-200730322 nr. 14

30 322
Wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en van enige andere wetten, in het kader van het versterken van de fiscale rechtshandhaving en het verkorten van beslistermijnen (Versterking fiscale rechtshandhaving)

nr. 14
DERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 11 december 2006

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1.

Na artikel XII wordt een artikel ingevoegd, luidende:

ARTIKEL XIIA

De Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan artikel 9, derde lid, wordt aan het slot een volzin toegevoegd, luidende:

Indien de medebewoner een alleenstaande minderjarige vreemdeling is in de zin van artikel 1, onderdeel e, van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005, geldt de eerste volzin niet tot het moment waarop het recht op opvang ingevolge die regeling eindigt.

2. Artikel 32, zesde lid, komt te luiden:

6. Een derde die aan de belanghebbende loon, pensioen, lijfrente of uitkeringen, een en ander als bedoeld in artikel 19 van de Invorderingswet 1990, verschuldigd is, of een bank als bedoeld in artikel 1:1 van de Wet op het financieel toezicht waarbij belanghebbende een tegoed op een rekening heeft, kan op vordering van de Belastingdienst/Toeslagen met overeenkomstige toepassing van artikel 19 van de Invorderingswet 1990 worden verplicht het door de belanghebbende verschuldigde bedrag aan terugvordering te betalen.

2.

In artikel XIV, onderdeel c, wordt «artikel XIIIA» vervangen door: artikel XIIA, eerste lid, artikel XIIIA.

Toelichting

I. ALGEMEEN

In de onderhavige nota van wijziging wordt een tweetal wijzigingen voorgesteld. Ten eerste wordt voorgesteld een bepaling op te nemen die regelt dat, in overeenstemming met een al bestaand beleidsbesluit, de huurder die op verzoek van de overheid een uitgeprocedeerde minderjarige alleenstaande vreemdeling tijdelijk opvangt in afwachting van uitzetting, niet om die reden zijn huurtoeslag verliest. Ten tweede wordt voorgesteld mogelijk te maken dat het nieuwe instrument van de bankvordering ook kan worden gebruikt bij de terugvordering van teveel betaalde toeslagen. Hiermee wordt een uniformering van het invorderingsproces bewerkstelligd.

II. ONDERDEELSGEWIJS

Onderdeel 1.

Artikel XIIA (artikel 9 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen)

Ingeval in een inkomensafhankelijke regeling is bepaald dat naast de draagkracht van de belanghebbende en diens partner ook de draagkracht van medebewoners van belang is voor de beoordeling van de aanspraak op of de bepaling van de hoogte van een tegemoetkoming, heeft de belanghebbende op grond van artikel 9, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) geen aanspraak op een tegemoetkoming ingeval een medebewoner een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000.

Met de voorgestelde wijziging van artikel 9, derde lid, Awir wordt bewerkstelligd dat dit niet geldt ingeval een medebewoner een uitgeprocedeerde minderjarige alleenstaande vreemdeling is die, indien hij niet bij pleegouders zou verblijven, ingevolge het vreemdelingenrecht nog recht zou hebben op opvang door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers. Deze wetswijziging sluit aan bij de krachtens artikel 12 van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers vastgestelde Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005, waarin in artikel 6 is geregeld dat een uitgeprocedeerde minderjarige alleenstaande vreemdeling recht op opvang behoudt tot op de dag waarop de uitzetting wordt geëffectueerd of de dag na de dag waarop de 18-jarige leeftijd is bereikt. Het is de verantwoordelijkheid van de overheid voor deze opvang te zorgen. Gelet op deze zorgplicht, is het niet wenselijk dat pleegouders die deze zorgplicht op verzoek van de overheid vervullen, daardoor het recht op huurtoeslag zouden verliezen. Zoals ook bij brief van 24 november 2005 (Kamerstukken II 2005/06, 30 337, nr. 13) aan de Tweede Kamer is meegedeeld, verleent de Belastingdienst/Toeslagen, vooruitlopend op de onderhavige wetswijziging, in situaties waarin voor het overige aan de voorwaarden is voldaan, daarom wel een tegemoetkoming indien de medebewoner een uitgeprocedeerde minderjarige alleenstaande vreemdeling is. Dit beleid is vastgelegd in het Besluit van 6 juli 2006, nr. CPP2006/785M, Stcrt. 134. Voorgesteld wordt dit beleid te verankeren in de wet.

Artikel XIIA (artikel 32 Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen)

Met de voorgestelde wijziging van artikel 32, zesde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt bereikt dat het in het voorstel van wet opgenomen artikel 19, vierde lid, IW 1990 (nieuw) instrument van de bankvordering ook kan worden gebruikt bij de terugvordering van teveel betaalde toeslagen. Hiermee wordt een uniformering van het invorderingsproces bewerkstelligd.

Onderdeel 2.

Artikel XIV (Inwerkingtreding)

In aansluiting op beleid vastgelegd in het Besluit van 6 juli 2006, nr. CPP2006/785M, Stcrt. 134, wordt in deze wijziging van artikel XIV geregeld dat ook met betrekking tot het in onderdeel 1 opgenomen artikel XIIA, eerste lid, waarin een wijziging van artikel 9, derde lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen wordt voorgesteld, kan worden bepaald, dat deze wijziging terugwerkt tot en met 1 januari 2006.

De Minister van Financiën

G. Zalm