Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630318 nr. 4

30 318
Aanpassing van en verbeteringen in diverse wetten in verband met de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede enkele andere correcties (Aanpassings- en verzamelwet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

nr. 4
NADER RAPPORT1

Hieronder is opgenomen het nader rapport d.d. 26 september 2005, aangeboden aan de Koningin door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Blijkens de mededeling van de Directeur van Uw kabinet van 14 juli 2005, nr. 05002654, machtigde Uwe Majesteit de Raad van State zijn advies inzake het bovenvermelde ontwerpbesluit rechtstreeks aan mij te doen toekomen.

Dit advies gedateerd 21 juli 2005, no. W12.050325/IV bied ik U hierbij aan.

Het voorstel geeft de Raad van State geen aanleiding tot het maken van inhoudelijke opmerkingen.

De redactionele kanttekeningen van de Raad zijn overgenomen, behoudens het advies om de wijziging in artikel 1.2.3, vijfde lid, van de Wet Werk en inkomen naar arbeidsvermogen te laten vervallen. De wijziging van dat artikellid houdt er rekening mee dat het lid zowel ziet op de procedure van de algemene maatregel van bestuur als de ministeriële regeling. Er wordt geen voordracht gedaan voor een ministeriële regeling, in die zin wordt het lid aangepast. De toelichting is naar aanleiding van de kanttekening aangepast.

Aanvullingen

Van de gelegenheid is gebruik gemaakt om het wetsvoorstel op een aantal punten aan te vullen:

– De citeertitel van de wet is enigszins aangepast om beter tot uitdrukking te brengen dat dit wetsvoorstel niet alleen bestaat uit aanpassingen in verband met de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, maar ook verbeteringen en aanpassingen in diverse wetten bevat naar aanleiding van de invoering van het wetsvoorstel Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) en het wetsvoorstel Invoering en financiering Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (IWIA).

– In artikel 3a, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, artikel 122c, negende lid, van de Wet financiering sociale verzekeringen (Wfsv), artikel 83k, eerste lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen (Wet SUWI) en de artikelen 1.5.2, eerste lid, 5.5, 7.1.2, 7.1.5, eerste lid, 7.2.2, vijfde lid, 7.2.3, tiende lid, 9.4, tweede lid en 10.9, vierde lid, van de Wet WIA worden tekstuele verbeteringen aangebracht.

– Het werkgeversbegrip in de Werkloosheidswet (WW), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en de Ziektewet (ZW) is door het toevoegen van «overheidswerkgever» aan de begripsbepaling in overeenstemming gebracht met de uitvoeringspraktijk en tevens met hetgeen werd beoogd bij de totstandkoming van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen.

– De delegatiebepalingen van artikel 67c van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), artikel 59b van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG), artikel 4.2.2, tweede lid, van de Wet WIA en 52d van de ZW worden uitgebreid.

– De artikelen 1, 24 en hoofdstuk XB van de WW wordt aangepast in verband met de invoering van de Wfsv.

– Artikel 27 van de WW wordt aangepast in verband met het opnemen van de mogelijkheid om de werknemer die minder dan 35% arbeidsongeschikt is te korten op zijn WW-uitkering indien hij tijdens de eerste twee ziektejaren of het tijdvak van verlengde loondoorbetalingsplicht niet of onvoldoende aan zijn reïntegratie heeft meegewerkt.

– In artikel 40, vierde lid, van de Wfsv is een verduidelijking aangebracht.

– Geregeld wordt dat de uitkeringen aan de werknemers, bedoeld in artikel 29b ZW ten laste komen van het Awf.

Voor de personen, die een uitkering op grond van de ZW ontvangen kan het UWV op grond van artikel 30 van de Wet SUWI verantwoordelijk zijn voor de reïntegratie-activiteiten. De kosten die het UWV voor reïntegratie-trajecten maakt voor personen, die een uitkering op grond van de ZW ontvangen komen ten laste van het fonds, ten laste waarvan ook de uitkeringen komen. Dat zijn het AWF (artikel 100) of de sectorfondsen (artikel 104).

– In artikel 115 van de Wfsv wordt bepaald dat vergoedingen aan colleges van burgemeester en wethouders voor reïntegratievoorzieningen ten behoeve van personen die een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de WAZ, WAJONG, Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering of een werkhervattingsuitkering op grond van de Wet WIA ontvangen ten laste komen van het Arbeidsongeschiktheidsfonds.

– De wijziging van artikel 122b, tweede lid, van de Wfsv is vervallen.

– Artikel 122b wordt gewijzigd in verband met de financiering in 2006 van WGA-uitkeringen aan overheidswerknemers, die voordien een uitkering ontvingen op grond van artikel 29, tweede lid, onderdeel a, b en c van de ZW.

– Aan artikel 122c van de Wfsv worden vijf leden toegevoegd, waarin de situatie wordt geregeld dat een werkgever die op 30 of 31 december start gelijk eigenrisicodrager wil worden en waarin is opgenomen bij wie bezwaar en beroep kan worden gemaakt tegen beschikkingen op grond van artikel 122c.

– De Wet IWIA wordt gewijzigd in verband met vernummeringen die eerder in de Wet WIA zijn aangebracht en in verband met de samenloop van de Wet IWIA en de Invoerings- en aanpassingswet Zorgverzekeringswet. Ook worden in deze wet enkele technische verbeteringen aangebracht.

– In de Wet Kinderopvang worden enkele technische verbeteringen aangebracht.

– Artikel 13, vierde lid, van de WAO komt niet te vervallen.

– Artikel 30 van de Wet SUWI wordt aangepast, waarbij onder meer de delegatiebepaling van het zevende lid wordt verruimd.

– De definitie van het begrip volledig duurzaam arbeidsongeschikt in artikel 1.2.1 van de Wet WIA wordt aangepast.

– Aan artikel 1.5.1 van de Wet WIA wordt een lid toegevoegd dat ertoe strekt de werkloosheidsuitkering van overheidswerknemers gelijk te stellen met loon in de zin van de Wet WIA.

– Aan artikel 2.2.4 van de Wet WIA wordt een vijfde lid toegevoegd, waarin wordt geregeld dat ook bij een uitkering als gevolg van een vrijwillige verzekering op grond van de Wet WIA, inkomen dat meer bedraagt dan de resterende verdiencapaciteit (voor 70%) wordt verrekend.

– In de Wet WIA wordt een met artikel 85 van de WAO vergelijkbaar artikel opgenomen.

– In de Wet WIA wordt een artikel opgenomen inzake de reis- en verblijfkosten van personen die door het UWV zijn opgeroepen.

– Artikel 7.1.5, vierde lid, van de Wet WIA wordt opnieuw geredigeerd.

– In artikel 8.1.3 van de Wet WIA wordt de bijzondere procedure omtrent de aanvraag voor de verkorte wachttijd vastgelegd.

– Artikel 8.2.11 van de Wet WIA wordt gewijzigd in verband met het vergroten van de groep personen van wie kan worden teruggevorderd bij een onverschuldigde betaling of verstrekking door het UWV.

– Aan artikel 9.3 van de Wet WIA wordt een lid toegevoegd, dat het mogelijk maakt de kosten van de reïntegratie van de persoon wiens eerste dag van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte is gelegen voor het einde van het eigenrisicodragen door zijn werkgever, op die werkgever te verhalen.

– Artikel 10.1 van de Wet WIA wordt gewijzigd, waardoor het UWV de mogelijkheid krijgt de verzekerde een maatregel op te leggen indien zijn dienstbetrekking tijdens het tijdvak van de verlenging van de verplichte loondoorbetaling, bedoeld in artikel 3.3, negende lid, van de Wet WIA wordt beëindigd en hij zonder deugdelijke grond heeft nagelaten daartegen verweer te voeren of daarmee heeft ingestemd.

– Artikel 12.4.6 van de Wet WIA wordt aangepast opdat ook aanspraken die kunnen worden verstrekt op grond van artikel 4.2.2, tweede lid, van de Wet WIA van de toepasselijkheid van titel 4.2 van de Algemene Wet Bestuursrecht zijn uitgesloten.

– In de Wet WIA wordt een nieuw artikel ingevoegd om ervoor te zorgen dat de berekening van de wachttijd voor een uitkering op grond van de Wet WIA voor de periode januari 2004 tot 1 september 2005 op gelijke wijze zal geschieden als voor de WAO.

– Aan de ZW wordt de mogelijkheid van proefplaatsing toegevoegd.

– Aan artikel 29b van de ZW en artikel 49 van de Wfsv wordt de mogelijkheid opgenomen om bij ministeriële regeling voorwaarden te stellen aan de inzet van de no risk polis.

– Artikel 45b, derde lid, van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen wordt aangepast aan een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep.

Ik moge U verzoeken het hierbij gevoegde gewijzigde voorstel van wet en de gewijzigde memorie van toelichting aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal te zenden.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus


XNoot
1

De oorspronkelijke tekst van het voorstel van wet en van de memorie van toelichting zoals voorgelegd aan de Raad van State is ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.