Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630318 nr. 10

30 318
Aanpassing van en verbeteringen in diverse wetten in verband met de invoering van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen alsmede enkele andere correcties (Aanpassingsen verzamelwet Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)

nr. 10
TWEEDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 4 november 2005

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Aan artikel VI, onderdeel A, wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

3. Na het negende lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

10. Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van de bij ministeriële regeling vastgelegde wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen.

2

Artikel VII wordt als volgt gewijzigd:

a. Aan onderdeel A wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

3. Na het tiende lid wordt een lid toegevoegd, luidende:

11. Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van de bij ministeriële regeling vastgelegde wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen.

b. Na onderdeel Aa worden twee onderdelen ingevoegd, luidende:

Ab

In artikel 33, eerste lid, onderdelen c en d wordt «artikel 59a, 59b of 59e» vervangen door: artikel 59a of 59b.

Ac

Artikel 59a wordt als volgt gewijzigd:

1. Het eerste lid, komt te luiden:

1. Indien de arbeidsprestatie van een werknemer die:

a. recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering; of

b. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, in een bepaalde functie, maar geen functie waarin hij werkzaam is als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet, ten gevolge van ziekte of gebrek duidelijk minder is dan de arbeidsprestatie die een geldelijke beloning van het voor hem geldende wettelijk minimumloon rechtvaardigt, vermindert het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op verzoek van de betrokken werkgever of werknemer de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning voor de verrichte arbeid naar evenredigheid, in afwijking van hetgeen bij en krachtens de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is bepaald.

2. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

3. Vanaf de dag waarop de werknemer, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, de leeftijd van achttien jaar bereikt en recht heeft op een arbeidsongeschiktheidsuitkering, wordt de op grond van onderdeel b verstrekte vermindering van de hoogte van de aanspraak op een geldelijke beloning, geacht te zijn gebaseerd op het eerste lid, onderdeel a, tenzij de werknemer niet aan de overige voorwaarden van het eerste lid voldoet.

c. Na onderdeel B wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Artikel 59e vervalt.

d. Na onderdeel C wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ca

In artikel 76b, tweede lid, wordt «een voorziening als bedoeld in artikel 59e» vervangen door: een voorziening als bedoeld in artikel 4.2.3, eerste lid juncto tweede lid, onderdeel d, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.

3

Artikel VIII wordt als volgt gewijzigd:

a. Voor onderdeel 0A wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

00A

In artikel 34, tweede lid, wordt «De werkgever kan» vervangen door: In afwijking van artikel 20, tweede lid, kan de werkgever.

b. Onderdeel B komt te luiden:

B

Artikel 49 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel c, vervalt «of».

2. Onder vervanging van de punt aan het slot van het eerste lid, onderdeel d, door een puntkomma worden na dat onderdeel d, twee onderdelen toegevoegd, luidende:

e. de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten; of

f. geen werknemer is als bedoeld in onderdeel b, achttien jaar is of ouder en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten.

3. Het vijfde lid wordt vervangen door:

5. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de werknemer van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of van het tijdvak, bedoeld in artikel 3.2 of 3.3, negende lid, van die wet:

1°. minder dan 35% arbeidsongeschikt is,

2°. op de eerste dag van dertien weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking had met een andere dan zijn eigen werkgever,

3°. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere passende arbeid bij de eigen werkgever, en

4°. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

6. Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het eerste lid, aanhef en onderdeel d.

c. Na onderdeel B wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

In artikel 50, derde lid, wordt na «als bedoeld in artikel 5 van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten,» een zinsnede ingevoegd, luidende: de werknemer, bedoeld in artikel 49, eerste lid, onderdelen e en f,.

4

Artikel XI wordt als volgt gewijzigd:

a. Aan onderdeel D wordt een subonderdeel toegevoegd, luidende:

3. Aan het artikel wordt een lid toegevoegd, luidende:

11. Bij de beoordeling van arbeidsongeschiktheid als bedoeld in deze wet maakt de verzekeringsarts zo veel mogelijk gebruik van de bij ministeriële regeling vastgelegde wetenschappelijke inzichten die de beoordeling van arbeidsongeschiktheid kunnen ondersteunen.

b. Onderdeel Ka komt te luiden:

Ka

In artikel 34a, vierde lid, wordt «artikel 629, elfde lid, onderdeel d» vervangen door «artikel 629, elfde lid, onderdeel e» en wordt «artikel 76a, zesde lid, onderdeel c, van de Ziektewet» vervangen door: artikel 76a, zesde lid, onderdeel d, van de Ziektewet.

5

Artikel XV wordt als volgt gewijzigd:

a. Onder verlettering van onderdelen Fa tot en met Fc tot onderdelen Fb tot en met Fd, wordt na onderdeel F een onderdeel ingevoegd, luidende:

Fa

In artikel 3.1, zesde lid, wordt «26 weken» vervangen door: 13 weken.

b. Onderdeel Ga komt te luiden:

Ga

Artikel 4.2.3 wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na «of die arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten» een zinsnede ingevoegd, luidende: doch niet werkzaam is of zal zijn als werknemer in de zin van de Wet sociale werkvoorziening of op een arbeidsovereenkomst als bedoeld in artikel 7 van die wet,.

2. Het tweede lid wordt als volgt gewijzigd:

a. Aan het slot van onderdeel b vervalt «en».

b. Aan het slot van onderdeel c wordt de punt vervangen door: ; en.

c. Na onderdeel c wordt een onderdeel toegevoegd, luidende:

d. noodzakelijke persoonlijke ondersteuning bij het verrichten van de aan de persoon opgedragen taken, indien die ondersteuning een compensatie vormt voor zijn beperkingen.

c. Onderdeel M, onder 2, komt als volgt te luiden:

2. Het vierde lid komt te luiden:

4. Onder resterende verdiencapaciteit als bedoeld in het tweede en derde lid wordt verstaan: de op maandbasis berekende respectievelijk op uurbasis berekende resterende verdiencapaciteit zoals vastgesteld op grond van artikel 1.2.3 en de daarop berustende bepalingen.

6

Artikel XVI, onderdeel E, komt te luiden:

E

Artikel 29b wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het slot van het eerste lid, onderdeel b, vervalt «of».

2. Het eerste lid, onderdeel c, wordt vervangen door:

c. van wie in een arbeidskundig onderzoek is vastgesteld dat hij op de eerste dag na afloop van de wachttijd, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen of van het tijdvak, bedoeld in artikel 3.2 of 3.3, negende lid, van die wet:

1°. minder dan 35% arbeidsongeschikt is,

2°. op de eerste dag van dertien weken voorafgaand aan die dag geen dienstbetrekking had met een andere dan zijn eigen werkgever,

3°. niet in staat is tot het verrichten van eigen of andere passende arbeid bij de eigen werkgever, en

4°. binnen vijf jaar na die dag in dienstbetrekking werkzaamheden gaat verrichten bij een werkgever, heeft vanaf de eerste dag van zijn ongeschiktheid tot werken recht op ziekengeld over perioden van ongeschiktheid tot werken wegens ziekte die zijn aangevangen in de vijf jaren na aanvang van de dienstbetrekking.

3. In het eerste lid worden na onderdeel c en voor de zinsnede «heeft vanaf de eerste dag» twee onderdelen toegevoegd, luidende:

d. die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten, of

e. die geen werknemer is als bedoeld in het derde lid, onderdeel a, achttien jaar is of ouder en in verband met ziekte of gebrek een belemmering ondervindt of heeft ondervonden bij het volgen van onderwijs en binnen vijf jaar na afronding van dat onderwijs arbeid in dienstbetrekking gaat verrichten,.

4. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:

10. Bij ministeriële regeling kunnen voorwaarden worden gesteld met betrekking tot de toepassing van het tweede lid.

7

Artikel XVIb vervalt.

Toelichting

Inleiding

Tijdens de plenaire behandeling van de Wet WIA heb ik de Eerste Kamer toegezegd in dit wetsvoorstel een tweetal wijzigingen op te nemen. Het gaat hierbij allereerst om de verkorting van de wachttijd bij de flexibele keuring. Met het indienen van de aanvraag door de werknemer en het voorschrift dat bij deze aanvraag een verklaring van de bedrijfsarts moet worden gevoegd, is de aanvraag voor de flexibele keuring zodanig geborgd dat de wachttijd kan worden verkort van 26 weken naar 13 weken. In onderdeel 5, onder a (wijziging artikel 3. van de Wet WIA) wordt dit geregeld.

Voorts heb ik toegezegd het reïntegratie-instrumentarium uit te breiden voor jongeren met een handicap die niet in aanmerking komen voor een WAJONG-uitkering en voor jongeren met scholingsbeperkingen die na afronding van hun opleiding werk aanvaarden. Deze uitbreidingen zijn opgenomen in deze nota van wijziging.

Onderdeel 1, 2, onder a, en 4, onder a

In verband met de beoordeling door de verzekeringsarts van volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid en gedeeltelijke arbeidsgeschiktheid op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) zullen door de Gezondheidsraad protocollen worden opgesteld. Deze protocollen zullen naar verwachting tot een verhoging van de kwaliteit van de claimbeoordeling leiden. Om deze reden is het wenselijk deze protocollen, waar mogelijk, ook toe te kunnen passen bij de alle arbeidsongeschiktheidsbeoordelingen op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (onderdeel 1), Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) (onderdeel 2) en de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) (onderdeel 3, onder a). De genoemde onderdelen voorzien daarin.

Onderdeel 2, onder b (m.b.t. artikel 33 WAJONG), c en d en onderdeel 5, onder b

Dit onderdeel behelst de uitbreiding van de doelgroep van het reïntegratie-instrument persoonlijke ondersteuning (hierna: jobcoach).

De doelgroep van dit instrument bestaat thans uit jonggehandicapten onder de achttien jaar en WAJONG-gerechtigden. Zoals vermeld in de inleiding van dit hoofdstuk wordt deze doelgroep uitgebreid naar een ieder met een structurele functionele beperking. Met het oog hierop is het niet logisch dit instrument in de WAJONG te handhaven en ligt het voor de hand het te verplaatsen naar artikel 4.2.3 van de Wet WIA. Dit leidt niet alleen tot wijziging van artikel 4.2.3 van de Wet WIA, maar ook tot (technische) wijziging van enkele artikelen van de WAJONG. De toekenning in individuele gevallen zal geschieden op basis van beoordeling door het UWV.

Onderdeel 2, onder b (m.b.t. artikel 59a WAJONG)

Bij de eerste nota van wijziging is artikel XVIb toegevoegd. Het betreft een wijziging van de WAJONG. Echter het onderhavige wetsvoorstel kent al een wijziging van de WAJONG in artikel VII. Middels deze wijziging wordt omwille van de overzichtelijkheid de inhoud van het bij de eerste nota van wijziging ingevoegde artikel XVIb overgebracht naar artikel VII. Omdat met deze nota van wijziging ook een wijziging in artikel 59a wordt aangebracht is er voor gekozen omwille van de leesbaarheid het artikel opnieuw te formuleren.

Met deze nota van wijziging wordt overeenkomstig de toezegging die ik het gedaan aan de Eerste Kamer de doelgroep van de loondispensatie uitgebreid. Door de voorgestelde wijziging komen niet alleen WAJONG-gerechtigden in aanmerking voor loondispensatie maar ook personen jonger dan achttien jaar die bij het verrichten van arbeid een belemmering als gevolg van ziekte of gebrek ondervinden, waardoor hun arbeidsprestatie minder waard is dan het voor hen geldende wettelijke minimumloon.

Deze personen kunnen nog geen uitkering op grond van de WAJONG ontvangen, maar kunnen wel beperkingen hebben die zodanig zijn dat ze niet een arbeidsprestatie kunnen leveren die tenminste het voor hen geldende wettelijke minimumjeugdloon waard is.

Opgemerkt wordt dat uit de zinsnede «die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt» in onderdeel b voortvloeit dat de loondispensatie van de persoon onder de achttien jaar eindigt op de dag dat die persoon achttien jaar wordt. Dit is uiteraard niet het geval als de betrokkene een WAJONG-uitkering ontvangt. In dat geval heeft hij immers op grond van onderdeel a ook recht op loondispensatie (uiteraard mits hij aan de voorwaarden voldoet). Om te voorkomen dat voor die persoon opnieuw een aanvraag om loondispensatie moet worden ingediend wordt in het derde lid voorgesteld om in dat geval de op grond van onderdeel b verstrekte vermindering van het loon te baseren op onderdeel a. Hierdoor worden onnodig bezwarende administratieve lasten voor de jonggehandicapte en de werkgever voorkomen.

Onderdeel 3, onder a

Middels deze wijziging wordt de verhouding tussen de artikelen 20 en 34 van de Wet financiering sociale verzekeringen beter tot uitdrukking gebracht.

Onderdelen 3, onder b en c, en 6

Met deze voorgestelde wijziging worden de reïntegratie-instrumenten no risk polis en premiekorting ook opengesteld voor personen:

– onder de achttien jaar met scholingsbelemmeringen als gevolg van ziekte of gebrek; en

– achttien jaar is of ouder met scholingsbelemmeringen als gevolg van ziekte of gebrek en die geen WAJONG-uitkering ontvangen.

Ten aanzien van beide groepen geldt dat zij binnen vijf jaar na afronding van de scholing waarbij zij belemmeringen hebben ondervonden, de desbetreffende dienstbetrekking moeten zijn aangegaan.

Wellicht ten overvloede wordt hierbij opgemerkt dat uiteraard wel de voorwaarden gelden die uit de wet voortvloeien. Dat wil zeggen dat met betrekking de no risk polis de ziekte binnen vijf jaar na aanvang van de dienstbetrekking moet zijn aangevangen. En met betrekking tot de premiekorting dat die toegepast kan worden gedurende de eerste drie jaar na aanvang van de dienstbetrekking.

Wellicht ten overvloede wordt opgemerkt dat de eerste nota van wijziging op dit wetsvoorstel ook wijzigingen in de artikelen 29b ZW en 49 Wfsv aanbrengt. Ten behoeve van een goede leesbaarheid zijn de desbetreffende onderdelen opnieuw geformuleerd, hetgeen ertoe noodzaakt ook die eerdere wijzigingen in deze tweede nota van wijziging op te nemen. Inhoudelijke wijzigingen zijn hierbij dus niet beoogd.

Onderdeel 4, onder b

Verzuimd was in artikel 34a van de WAO de verwijzing naar artikel 76a, zesde lid, van de Ziektewet te wijzigen in verband met een verlettering in dat artikel. Dit onderdeel corrigeert dat.

Onderdeel 5, onder a

In artikel 3.1 van de Wet WIA is opgenomen dat door verzekerden waarvan al direct duidelijk is dat zij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn niet de volledige wachttijd hoeft te worden doorlopen. Op verzoek van de verzekerde kan deze wachttijd worden verkort. Daarbij is opgenomen dat de wachttijd tenminste 26 weken bedraagt. De aanvraag tot verkorte wachttijd moet de verzekerde zelf doen en bij die aanvraag dient een verklaring te worden gevoegd van de persoon, bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet 1998, die belast is met de bijstand, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet, waaruit de medische situatie alsmede de vooruitzichten van de werknemer blijken. Met het indienen van de aanvraag door de werknemer en het voorschrift dat bij de aanvraag een verklaring van de bedrijfsarts moet worden gevoegd, is de aanvraag voor de flexibele keuring zodanig geborgd dat de wachttijd overeenkomstig de toezegging die ik heb gedaan aan de Eerste Kamer kan worden verkort van 26 weken naar 13 weken.

Onderdeel 5, onder c

In de eerste nota van wijziging is een wijziging opgenomen van artikel 7.2.2, vierde lid, van de Wet WIA die beoogde de definitie van resterende verdiencapaciteit in artikel 7.2.2 gelijk te trekken met de definitie die in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten wordt gebruikt (op grond van artikel 1.2.3, zesde lid, van de Wet WIA). Inmiddels is duidelijk geworden dat een verwijzing naar het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten te beperkt is, omdat ook de overige leden van artikel 1.2.3, bij de bepaling van de resterende verdiencapaciteit van belang zijn. De voorgestelde wijziging voorziet daar alsnog in.

Onderdeel 7

Bij de eerste nota van wijziging is artikel XVIb toegevoegd. Het betreft een wijziging van de WAJONG. Echter het onderhavige wetsvoorstel kent al een wijziging van de WAJONG in artikel VII. Middels deze wijziging wordt omwille van de overzichtelijkheid de inhoud van het bij de eerste nota van wijziging ingevoegde artikel XVIb overgebracht naar artikel VII.

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus