30 303
Staat van de Europese Unie 2005–2006

nr. 11
MOTIE VAN HET LID HERBEN C.S.

Voorgesteld 8 november 2005

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat Europees beleid zich steeds meer heeft ontwikkeld tot binnenlands beleid, dat vrijwel alle departementen raakt en tevens van invloed is op provinciaal en gemeentelijk beleid;

overwegende, dat het ministerie van Buitenlandse Zaken thans het voortouw heeft inzake het Europabeleid van Nederland;

overwegende, dat de Raad van State van mening is dat de minister-president en het ministerie van Algemene Zaken meer invloed dienen uit te oefenen op het Nederlandse Europabeleid;

verzoekt de regering ervoor te zorgen dat de minister-president en diens ministerie een meer coördinerende en agenderende functie gaan vervullen inzake het Nederlandse Europabeleid dan thans het geval is,

en gaat over tot de orde van de dag.

Herben

Van Aartsen

Dittrich

Verhagen

Timmermans

Naar boven