Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 30300-XVI nr. 141 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer | Datum brief |
|---|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2005-2006 | 30300-XVI nr. 141 |
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 mei 2006
In vervolg op mijn brief van 5 juli 2005 (kamerstuk 29 800 XVI, nr. 194) informeer ik u naar aanleiding van uw verzoek (06-VWS-B-024) en conform mijn eerdere toezegging nader over de reorganisatie bij de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) en de wijze waarop het toezicht door de IGZ wordt gemoderniseerd.
Tevens doe ik u het door mij goedgekeurde IGZ-werkprogramma voor 2006 en het jaarverslag en -bericht over 2005 toekomen.1
Met de huidige reorganisatie sluit de IGZ een tienjarige periode af van groei naar integratie. Deze reorganisatie was niet alleen hard nodig om de chronische interne problemen te verhelpen maar ook om de modernisering van het toezicht adequaat te faciliteren. De reorganisatie is ingrijpend geweest in verschillende opzichten. De structuur is aangepast; er is nu sprake van een eenduidige lijnorganisatie en een professionele sturingslijn. De voormalige vakgerichte clusters zijn opgeheven. Het toezicht vindt plaats vanuit 8 objectgeoriënteerde integrale inspectieprogramma’s.
Primair proces in regionale vestigingen
Gekozen is nu voor situering van het primaire proces in zogenoemde toezichteenheden in vier regionale vestigingen (Zwolle, Amsterdam, Rijswijk en Den Bosch). In Den Haag is daarnaast een aparte toezichteenheid Productveiligheid ondergebracht (toezicht op de productie van geneesmiddelen, bloed, bloedproducten, weefsels en medische technologie). Tot deze toezichteenheid hoort ook het toezicht op het reclamebesluit geneesmiddelen, met name het toezicht op de GCR en zelfregulering. Voor dit toezicht is de capaciteit weer op de gewenste sterkte van 2,8 fte gebracht. In een aantal opzichten verschilt het toezicht op de productveiligheid van de toezichtactiviteiten in de zorg: andere wetten, meer Europees en internationaal geregeld en andere doelgroep (bedrijfsleven). Het tot stand brengen van meer synergie in de productketen door middel van intensieve samenwerkingsverbanden wordt nagestreefd. Het betreft dan met name de samenwerking met het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) en de Stichting Lareb. De interne synergie met de overige IGZ-activiteiten blijft in takt.
Alle inspecteurs, toezichtmedewerkers en programmamedewerkers zijn gehuisvest in de toezichteenheden; zij voeren onder leiding van de hoofdinspecteurs de inspectieprogramma’s uit. De toezichtseenheden zijn gevestigd in Zwolle, Amsterdam, Rijswijk en Den Bosch. De toezichtseenheid productveiligheid is gevestigd in Den Haag, op een zo kort mogelijke afstand van onder meer het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Leiding, staf en faciliterende eenheden zijn ondergebracht in Utrecht en voor een beperkt deel in Den Haag.
De gekozen structuur omvat een tweehoofdige leiding (Inspecteur-Generaal en plv. Inspecteur-Generaal) waarbij de Inspecteur-Generaal eindverantwoordelijk is voor het functioneren van de gehele organisatie. De Inspecteur-Generaal geeft met name inhoudelijke sturing aan een professionele lijn van hoofdinspecteurs die verantwoordelijk zijn voor de voorbereiding en uitvoering van de inspectieprogramma’s en daartoe (coördinerend) inspecteurs aansturen. De plv. Inspecteur-Generaal is verantwoordelijk voor de beheersmatige lijn. Hij geeft sturing aan de hoofden van regionale toezichteenheden waarin (coördinerend) inspecteurs, toezichtmedewerkers en programmamedewerkers gehuisvest zijn. De verbinding tussen beide lijnen is gewaarborgd door een functionele overlegstructuur.
Als onderdeel van de reorganisatie heeft de IGZ op inspecteurniveau functiedifferentiatie toegepast. Dit hangt samen met de verdere invoering en vervolmaking van het gelaagd en gefaseerd toezicht waarbij de inspectie in fase 1 informatie verzamelt (veelal via prestatie-indicatoren), in fase 2 de informatie analyseert op risico’s en aan de hand daarvan op inspectiebezoek gaat en in fase 3 handhaaft. Voor de werkzaamheden in fase 1 is de functie van programmamedewerker in het leven geroepen. Toezichtmedewerkers en inspecteurs verzorgen fase 2 en 3; hierbij richt de toezichtmedewerker zich op administratief/inhoudelijke ondersteuning van de inspecteur. De inspecteur kan zich hierdoor op de hoogwaardige inspecteurstaken concentreren.
Met deze operatie is invulling gegeven aan de wens om het primaire proces te versterken en de overhead te verminderen. Met ingang van 2006 is de verhouding tussen primair en secundair proces ingrijpend aangepast ten gunste van het primaire proces (het eigenlijke toezicht). 70 Procent van de IGZ capaciteit werkt nu in het primaire proces waar dat voor de reorganisatie 55 procent was.
Alle ontwikkelings- en vernieuwingstaken (gelaagd en gefaseerd toezicht (GGT), prestatie-indicatoren, samenwerkende inspecties, centraal meldpunt, stroomlijning meldingen etc.) zijn, samen met de Inspectie-Academie, ondergebracht in een kenniscentrum dat inmiddels in Utrecht gevestigd is.
De nieuwe organisatie is per 1 december 2005 geoperationaliseerd. De sturingsstructuur is ingevoerd, de hoofden van de toezichteenheden zijn als nieuwe leidinggevenden aangesteld en in de afgelopen maanden is het grootste deel van de verplaatsingen en verhuizingen gerealiseerd. Doordat veel medewerkers fysiek verhuisden, was dit nog een onrustige periode voor de organisatie. Nog voor de zomer wordt de formele reorganisatie afgerond. Eén en ander is gerealiseerd in constructief overleg met de ondernemingsraad van de IGZ.
Stand van zaken maatregelen ex Pont
In mijn brief van 7 februari 2005 (29 800 XVI, nr. 116) heb ik u maatregelen aangekondigd naar aanleiding van het advies van Pont c.s. De toevoeging aan het IGZ-management van de heer N.C. Oudendijk heeft geresulteerd in de afronding van de reorganisatie, één van de belangrijkste aanbevelingen van Pont c.s. Het mandaat van de heer Oudendijk is inmiddels met instemming van de ondernemingsraad verlengd tot 1 juli 2006. Hij zal zich concentreren op de verdere invoering van de nieuwe organisatiestructuur en stroomlijning van een eenduidige werkwijze.
De top en het leidinggevend kader zijn deels vernieuwd met behulp van sollicitatieprocedures waaraan externen uit de wereld van de gezondheidszorg een onafhankelijke bijdrage leverden. Voor de meeste voormalig leidinggevenden is een nieuwe passende plek binnen de organisatie gevonden.
De IGZ maakt thans werk van het ontwikkelen en vestigen van een eigentijdse leiderschapstijl en daarmee consistente bedrijfscultuur. Daarnaast is op het terrein van het personeelsbeleid besloten om de personeelsfunctie te decentraliseren. Dit zal per 1 juli 2006 gerealiseerd worden. Zo zullen medewerkers in de regionale vestigingen een direct aanspreekpunt voor personeelsaangelegenheden hebben.
Het aangekondigde programma ter vestiging van een nieuwe bedrijfscultuur is uitgewerkt. Voor de zomer krijgen alle medewerkers in hun eigen toezichteenheid de gelegenheid om te discussiëren over de IGZ-cultuur en vooral over hun eigen bijdrage om cultuur en werkklimaat positief te beïnvloeden. Het programma voorziet ook in het tot stand brengen van de zogenoemde IGZ-code, een stelsel van waarden en gedrag waarop iedereen aanspreekbaar zal zijn.
Ondanks de forse problemen beschikte en beschikt de inspectie over veel uitstekende medewerkers. Met name dankzij hun vakmanschap en loyaliteit kon het inspectiewerk in de afgelopen periode volwaardig doorgang vinden, getuige het vrijwel normale aantal rapporten. Maar ook de verdere modernisering van het toezicht is doorgegaan ondanks de interne «verbouwing» en de tijdelijk beperktere capaciteit. Tijdens de reorganisatie was het immers noodzakelijk om vacatures, ontstaan door het vertrek van medewerkers in het kader van de zogenoemde Remkesregeling, open te houden. Inhoudelijke speerpunten waren de vele activiteiten rond het verbeteren van de kwaliteit van de zorg in verpleeghuizen, de invoering van het risicogestuurde gelaagd en gefaseerd toezicht in alle sectoren, de stevige inbreng van de IGZ bij het project maatschappelijke verantwoording in de sector verpleging en verzorging, het verder ontwikkelen van de prestatie-indicatoren in de ziekenhuissector en het koploperproject samenwerkende inspecties op het terrein van de ziekenhuizen; dit project heeft tot doel het effect van toezicht te versterken en de toezichtlast te verminderen. Per 1 januari 2007 zal het front office van het toezicht op de ziekenhuizen zijn ingericht. Ook zijn stappen gezet bij het openbaar maken van de inspectieresultaten en een steviger handhavingsbeleid. In het algemeen hoort de IGZ tot de koplopers bij de vernieuwing van het toezicht.
Eind vorig jaar bracht de Tijdelijke Raad van Advies van de IGZ het eindverslag over zijn werkzaamheden uit (bijgevoegd). Ik heb de aanbeveling om opnieuw een tijdelijke raad in te stellen overgenomen in de verwachting dat deze evenals de vorige een waardevolle bijdrage aan de inspectie zal leveren.
Ik beschouw deze reorganisatie als het sluitstuk van het proces om integraal toezicht op de volksgezondheid en gezondheidszorg tot stand te brengen. Pijlers daaronder zijn – naast de organisatiestructuur – het gelaagd en gefaseerd toezicht, het toetsen van kwaliteit van zorg via prestatie-indicatoren en het werken in integrale inspectieprogramma’s in plaats van in sectorspecifieke clusters. De werkelijke integratie van de vijf inspecties die in 1995 bijeen zijn gebracht, krijgt na een lange periode van strubbelingen via de huidige reorganisatie alsnog haar voltooiing. De nu gekozen structuur en werkwijze sluiten goed aan bij het kabinetsbeleid zoals verwoord in de kaderstellende visie op toezicht «Minder last, meer effect».
Voor de verbetering van de kwaliteit en veiligheid van de zorg, is het van belang dat de IGZ de haar toebedeelde rol met verve kan vervullen: slagvaardig, effectief en efficiënt. De IGZ krijgt een belangrijke rol bij de normontwikkeling, normvalidatie en normhandhaving, zoals ik uiteen heb gezet in mijn brief «Kwaliteit van de zorg: hoog op de agenda» van 10 februari 2006 (kamerstuk 28 439, nr. 12). Daarom heb ik inmiddels € 1 miljoen aan het budget van de IGZ toegevoegd om de capaciteit op het daarvoor vereiste peil te brengen.
Met nota van 13 april 2006 heeft de waarnemend Inspecteur-Generaal mij verzocht om goedkeuring van het Werkplan 2006, getiteld «Voortbouwen op stevig fundament aan veilige, efficiënte en patiëntgerichte zorg». Dit Werkplan 2006 van de inspectie biedt een realistisch korte termijn-perspectief in het verlengde van de in de laatste jaren ontwikkelde visie en het door de reorganisatie gelegde fundament. Ik voeg het werkplan 2006 bij, alsmede een afschrift van mijn brief van 15 mei 2006 (kenmerk MC-2680259), waarin ik deze goedkeuring verleen.1
Voorts doe ik u het IGZ jaarplan 2005 en het jaarbericht 2005 toekomen. Beide documenten zijn als bijlage bij deze brief gevoegd.1
De implementatie van de reorganisatie zal dit jaar nog veel aandacht vragen maar ik ben er van overtuigd dat de IGZ met de in de komende maanden nieuw te benoemen Inspecteur-Generaal haar taken adequaat kan uitvoeren.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-30300-XVI-141.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.