nr. 123
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juli 2006
In de motie Verburg c.s. (TK 2005–2006, 30 300 XV, nr. 51)
wordt de regering verzocht om de Kamer te informeren langs welk traject wordt
toegewerkt naar het structureel lastendekkend maken van de sociale fondsen.
Ik heb naar aanleiding van deze motie al aangegeven dat ik het streven
naar lastendekkende premies onderschrijf. Dit streven naar lastendekkende
premies moet echter wel ingepast worden in het beleid rond inkomens, lasten
en EMU-saldo.
Het elfde rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte heeft de premiestelling
sociale fondsen behandeld. Dit rapport gaf de aanbeveling om te streven naar
constante premies die zich over de conjunctuurcyclus heen op een lastendekkend
niveau bevinden. Deze lijn wordt bevestigd in het recent uitgekomen twaalfde
rapport van de Studiegroep. De werkgroep «Belasting- en premiestructuur»
heeft de aanbevelingen van de het elfde rapport van de Studiegroep Begrotingsruimte
verder uitgewerkt en heeft onderzocht hoe de stap naar lastendekkende premies
over een conjunctuurcyclus gemaakt kan worden. Zij concluderen dat hiervoor
nodig is de premies in een conjunctureel neutraal jaar lastendekkend vast
te stellen.
Het vorige en huidige kabinet heeft de aanbevelingen van de Studiegroep
Begrotingsruimte met betrekking tot de jaarlijkse premiestelling zo goed mogelijk
meegenomen, voor zover dit ingepast kon worden in het beleid rond inkomens,
lasten en EMU-saldo. De premies volksverzekeringen worden constant gehouden
(behoudens structuuraanpassingen in de AWBZ) en aangevuld door Rijksbijdragen.
De premie van de nieuwe Zorgverzekeringswet worden jaarlijks lastendekkend
vastgesteld. In de WW en de WAO is er sprake van een wisselend beleid rond
de premiestelling. De premies AWF en AOF worden indien het beleid rond inkomens,
lasten en EMU-saldo het toelaat richting lastendekkende premies bewogen. Bij
de WGF, de AOK en de WHK (vanaf 2007) worden premies gedifferentieerd
jaarlijks lastendekkend vastgesteld door het UWV om zo de lasten te leggen
bij de werkgevers die verantwoordelijk zijn voor de lasten, waarbij er de
komende jaren een aflopende opslag op de WHK-premie zal zijn door de rentehobbel.
Uit het voorgaande blijkt dat structureel lastendekkende premies vooral spelen
bij het Awf-fonds en de WAO-fondsen. In het volgende zal dan ook alleen naar
deze fondsen gekeken worden.
In onderstaande tabel zijn de inkomenssaldi van de afgelopen jaren opgenomen.
Inkomenssaldi WW en WAO 2003–2007 (stand CEP1)
| | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 |
|---|
| WW (Awf-fonds) | 0,4 | – 0,9 | – 0,4 | 0,0 |
| WAO (Aof, Aok, Afz, Whk) | 0,5 | – 0,2 | 0,0 | – 0,8 |
| Totaal | 0,9 | – 1,1 | – 0,4 | – 0,8 |
1 Het Ufo-fonds blijft in deze opstelling buiten beschouwing.
Voor 2007 verwacht het kabinet dat de premies, gegeven de raming van het
Centraal Planbureau bij het Centraal Economisch Plan 2006, op lastendekkend
niveau zullen liggen. In 2007 zal het inkomenssaldo van het Awf-fonds uitkomen
op € 0,7 miljard en het inkomenssaldo in de WAO-fondsen op € – 0,3
miljard. Het totale inkomenssaldo komt daarmee uit op € 0,4 miljard.
Deze raming van het CPB gaat echter uit van ongewijzigd beleid en daarbij
is nog niet de lastenverlichting opgenomen die in de Voorjaarsnota 2006 is
aangekondigd. Een € 1,2 mld lastenverlichting zal deels worden gebruikt
om de WW-premie voor werknemers in 2007 te verlagen. Deze lastenverlichting
past in het streven naar structureel lastendekkende premies en past ook in
het beleid dat dit kabinet voert rond inkomens, lasten en EMU-saldo. Het inkomenssaldo
van het Awf-fonds zal naar verwachting door deze premieverlaging verder afnemen.
Afhankelijk van de omvang van de aanpassing van de AWF-premie, zullen de Awf-premie
en de premies WAO in 2007 lastendekkendheid voor dat jaar kunnen benaderen.
Ook zijn de vermogensoverschotten in de periode van het vorige kabinet
afgenomen. Ten tijde van het rapport van de werkgroep «Belasting- en
premiestructuur» werd er nog vanuit gegaan dat de vermogensoverschotten
van het Awf-fonds en de WAO-fondsen in deze kabinetsperiode van € 8½
miljard naar € 18½ miljard zouden toenemen; volgens het rapport
het gevolg van een premiestelling boven het structurele lastendekkende niveau.
Onderstaande tabel laat echter zien dat voor zover nu bekend de vermogensoverschotten
juist zullen afnemen met € 1,7 miljard in de periode 2003–2006.
De conjuncturele ontwikkeling sindsdien is hier natuurlijk ook debet aan.
Vermogensoverschotten WW en WAO 2003–2007 (stand
CEP1)
| | 2003 | 2004 | 2005 | 2006 |
|---|
| WW (Awf-fonds) | 4,3 | 4,1 | 3,6 | 3,6 |
| WAO (Aof, Aok, Afz, Whk) | 4,3 | 4,1 | 4,1 | 3,3 |
| Totaal | 8,6 | 8,2 | 7,7 | 6,9 |
1 Het Ufo-fonds blijft in deze opstelling buiten beschouwing.
Het CPB1 heeft aangegeven te verwachten dat
2007 conjunctureel bijna neutraal zal zijn. Afhankelijk van de omvang van
de aanpassing van de AWF-premie waardoor de premies in 2007 het lastendekkend
niveau kunnen benaderen, kunnen de premies vanaf 2007 bij ongewijzigd
beleid ook lastendekkend over een conjunctuurcyclus zijn. Hier
is, zoals de werkgroep «Belasting- en premiestructuur» aangaf,
lastendekkendheid in een conjunctureel neutraal jaar nodig.
Deze structurele lastendekkendheid geldt bij de verwachte uitkeringslasten
in 2007. Het vorige kabinet heeft diverse hervormingen in de WW en de WAO
doorgevoerd waardoor verwacht wordt dat de uitkeringslasten de komende jaren
verder zullen dalen. Het gat tussen de premieopbrengsten, gegeven dat de premies
in 2007 het structureel lastendekkend niveau kunnen benaderen, en de uitkeringslasten
zal dan ook na 2007 toenemen. In de middellange-termijnverkenning van het
CPB, die aan het einde van het jaar gepubliceerd zal worden, wordt verder
ingegaan op wat de consequenties hiervan en van de nieuwe economische ramingen
voor de komende vier jaar zijn voor de inkomstensaldi in de WW en de WAO.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
A. J. de Geus