nr. 74
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 februari 2006
Bij de behandeling van de defensiebegroting voor het jaar 2004 heeft de
Tweede Kamer in reactie op het besluit tot sluiting van de vliegbasis Twenthe
een motie van de heer Bakker (Kamerstuk 29 200 X, nr. 37) aangenomen.
Hierin verzoekt de Kamer de regering «naar vermogen bij te dragen aan
het realiseren van een nieuw perspectief voor de regio Twente, en hierover
op korte termijn met de regio te komen tot bestuursafspraken». De afgelopen
twee jaar ben ik opgetreden als coördinerend bewindspersoon voor de uitvoering
van deze motie.
In antwoord op de Twentse eis tot compensatie heeft het kabinet het standpunt
ingenomen dat er niet zoiets als een recht op
compensatie bestaat en dat daarvoor geen rijksmiddelen zijn gereserveerd,
maar dat goede Twentse initiatieven voor rijkssteun in aanmerking kunnen komen.
De regio heeft daarvoor een beleidsagenda opgesteld, «Nieuw Perspectief
voor Twente», waarin ontwikkelingen aan de orde komen die van belang
zijn voor de regionale economie en de werkgelegenheid. Over deze beleidsagenda
is op ambtelijk en politiek niveau overleg gevoerd tussen het rijk en de regio.
In een aantal Kamerbrieven1 zijn voorbeelden gegeven
waarbij Twente met succes een beroep op het rijk heeft gedaan. Voorts hebben
enkele bewindspersonen – de ministers Van der Hoeven en Dekker en staatssecretaris
Van Gennip – zich bereid verklaard op te treden als coördinerend
bewindspersoon voor resp. zorg en technologie, ruimte en mobiliteit en Europese
programma’s, drie belangrijke thema’s uit Nieuw Perspectief voor
Twente. Ten slotte heeft Defensie Enschede gekozen als vestigingsplaats voor
een nieuw op te richten DienstenCentrum Human Resources
(DC HR). Als de komende jaren ook andere personele diensten bij het
DC HR worden gehuisvest, kan het personeelsbestand op deze vestiging uitgroeien
tot ongeveer 600 medewerkers.
Zo is Twente toch voor een belangrijk deel gecompenseerd voor het verlies
aan arbeidsplaatsen ten gevolge van de sluiting van de vliegbasis. Bovendien
kan Twente nu op de bovengenoemde terreinen rekenen op een betere
coördinatie aan rijkszijde. Al met al is zo langs verschillende lijnen
invulling gegeven aan het gevraagde in de motie-Bakker.
Daarmee heeft het rijk nu, althans in het kader van de herbestemming en
afstoting van de vliegbasis Twenthe, voldoende bijgedragen aan nieuwe perspectieven
voor Twente. Voor zover het rijk op andere gronden daarbij betrokken blijft,
kan die betrokkenheid gestalte krijgen langs de reguliere kanalen, inclusief
de coördinerende bewindslieden.
Wat de toekomst van de luchthaven betreft, dringt het rijk er in contacten
met de regio op aan snel een knoop door te hakken en te kiezen voor een economisch
levensvatbare luchthaven of, als dat niet mogelijk is, voor een andere bestemming.
Het rijk zal geen exploitatietekort van een luchthaven afdekken, maar zal
wel Twentse verzoeken om steun voor infrastructuurprojecten, voor gebiedsontwikkeling
of voor de ontwikkeling van bedrijventerrein beoordelen zodra bekend is wat
die verzoeken inhouden.
De Staatssecretaris van Defensie,
C. van der Knaap
XNoot
1Brief van 6 september 2004 (Kamerstuk 29 200 X, nr. 107).
Brief van 4 april 2005 (Kamerstuk 29 800 X, nr. 76).
Brief van 9 juni 2005: beantwoording van Kamervragen over de brief
van 4 april 2005 (Kamerstuk 29 800 X, nr. 100).
Brief van 12 oktober 2005: actualisering van brief van 9 juni
2005 (Kamerstuk 30 300 X, nr. 8).
Brief van 2 december 2005: afspraken over burgerluchtverkeer op vliegbasis
Twenthe (Kamerstuk 30 300 X, nr. 54).