nr. 141
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 8 september 2006
De commissie voor Defensie1 heeft een aantal
vragen voorgelegd aan de staatssecretaris van Defensie over de brief d.d.
17 mei 2006 houdende de aanbieding van het jaarverslag van de Inspectie
Militaire Gezondheidszorg (IMG) over het jaar 2005 (Kamerstuk 30 300
X, nr. 97).
De staatssecretaris heeft deze vragen beantwoord bij brief van 8 september
2006. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie,
Albayrak
De adjunct-griffier van de commissie,
De Boer
1
Wat is het oordeel van het kabinet over de indruk die
het jaarverslag van de Inspectie Militaire Gezondheidszorg (IMG) over 2005
wekt, dat de psychiatrische zorg minder aandacht van de IMG krijgt dan nodig
lijkt, zeker in het licht van toenemend aantal gevallen van veteranen met
psychische klachten? Acht het kabinet het nodig dat meer aandacht wordt besteed
aan psychiatrie? Indien nee, waarom niet?
Die indruk wordt niet onderschreven. Op dit ogenblik wordt de militaire
geestelijke gezondheidszorg (GGZ) opnieuw ingericht overeenkomstig het rapport
van professor Gersons en de nota Veteranenzorg van 1 juni 2005. (TK 30 139,
nr. 2)
2
Hoe staat het thans met de invoering van de nieuwe
structuur voor de geestelijke gezondheidszorg voor militairen en veteranen
overeenkomstig de voorstellen van professor Gersons? Hoeveel extra capaciteit
wordt daardoor toegevoegd aan de bestaande geestelijke gezondheidszorg? Hoe
wordt deze capaciteit verdeeld over de vier locaties van de militaire GGZ
zoals die door professor Gersons zijn voorgesteld? Waar zullen de directie
en de staf gevestigd zijn? Hoe staat het met de invoering van een afzonderlijk
kennisinstituut zoals door professor Gersons voorgesteld? Hoeveel extra geld
is voor deze verschillende onderdelen van de nieuwe geestelijke gezondheidszorg
(per onderdeel) benodigd en hoeveel extra geld wordt daarvoor feitelijk beschikbaar
gesteld?
Over de stand van zaken met betrekking tot de herinrichting van de Militaire
Geestelijke Gezondheidszorg bent u reeds geïnformeerd in de Notitie Veteranenbeleid
van 7 juni jl. (TK 30 139, nr. 16) De plannen voor de herinrichting
van de Militaire Geestelijke Gezondheidszorg zijn thans in een fase van besluitvorming.
Het geheel is uitgewerkt conform het advies van professor Gersons en de Nota
Veteranenzorg van 2005. De bestaande GGZ-elementen binnen Defensie worden
in één organisatie ondergebracht. Die organisatie gaat bestaan
uit vier regionale centra, waarbij in het regionaal centrum «midden»
(Utrecht) de faciliteiten voor de klinische en deeltijdbehandeling zijn ondergebracht.
In het regionaal centrum «midden» worden 17 vte behandelaren (psychiaters
en psychologen) en 22 vte verpleegkundig, vaktherapeutisch en ondersteunend
personeel werkzaam. De overige drie regionale centra zijn van ongeveer gelijke
grootte met 10 voltijds eenheden (vte) behandelaren en een beperkte hoeveelheid
ondersteunend personeel. De directie en de staf van de Militaire Geestelijke
Gezondheidszorg zijn samen met het regionaal centrum «midden»
gehuisvest in Utrecht. In de staf zit tevens een kenniscentrum en een wetenschappelijke
onderzoeksgroep. Het financiële beslag van de reorganisatie kan nog niet
geheel worden vastgesteld, maar het benodigde geld zal beschikbaar worden
gesteld.
Zoals ik heb toegezegd in het Algemeen Overleg van 5 september 2006
ontvangt u voor 1 december een startnotitie MGGZ.
3
Zijn er in het kader van preventieve gezondheidszorgmaatregelen
en het adviseringsproces daarin concrete plannen om lichamelijk onverklaarbare
klachten (LOK) en klachten als gevolg van munitie met verarmd uranium bij
het werk van de Militaire Gezondheidszorg op te nemen? Zo ja, op welke wijze
en wanneer? Indien nee, waarom niet?
De Militaire Gezondheidszorg besteedt uitgebreid aandacht aan maatregelen
en advisering op het gebied van de preventie van lichamelijke en psychische
klachten. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan de risico’s van munitieresten
die verarmd uranium kunnen bevatten en aan de mogelijkheid van
het ontstaan van klachten na uitzendingen, zoals posttraumatische stressstoornissen
(PTSS) en lichamelijk onverklaarde klachten (LOK).
4
Op welke wijze heeft de IMG het stralingstoezicht bij
Defensie opgepakt?
Tot nu toe heeft de IMG op het gebied van ioniserende straling een combinatie
van toezichthoudende en uitvoerende taken. In overleg met het ministerie van
VROM blijft alleen het stralingstoezicht bij de IMG. Binnen die taakstelling
besteedt de IMG de komende periode aandacht aan de toewijzing van vergunningen
en autorisaties. De uitvoerende taken gaan naar het, nieuw op te richten,
Coördinatiecentrum expertise militaire gezondheidszorg.
5
Op welke wijze zal het kabinet meer aandacht aan het «care»-aspect geven zonder dat ten koste van het «cure»-aspect te laten gaan?
In de context van het IMG-rapport wordt met «care» bedoeld
dat voldoende aandacht moet bestaan voor de zorg voor het personeel. Personeelszorg
en goed werkgeverschap zijn vastgelegd in regelgeving omtrent arbeidsomstandigheden
en arbeidsvoorwaarden alsmede in het veteranenbeleid. Thans wordt extra aandacht
besteed aan de (mantel)zorg voor (zieke) binnenslapers. Ook het reïntegratiebeleid
zal verder vormgegeven worden om militair personeel met beperkingen in eerste
instantie te reïntegreren op de eigen werkplek. Deze versterking van «care»
zal niet ten koste gaan van het «cure»-aspect.
XNoot
1Samenstelling:
Leden: De Vries (PvdA), Bakker (D66), Koenders (PvdA), Van Beek (VVD),
Karimi (GL), Timmermans (PvdA), Van Bommel (SP), Albayrak (PvdA), voorzitter,
Balemans (VVD), Van Baalen (VVD), Snijder-Hazelhoff (VVD), Van Winsen (CDA),
Mastwijk (CDA), Herben (LPF), ondervoorzitter, Duyvendak (GL), Kortenhorst
(CDA), Huizinga-Heringa (CU), Van Velzen (SP), Algra (CDA), Haverkamp (CDA),
Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Straub (PvdA), Blom (PvdA), Eijsink (PvdA),
Hermans (LPF), Brinkel (CDA) en Szabó (VVD).
Plv. leden: Van Dam (PvdA), Van der Laan (D66), Waalkens (PvdA), Lenards
(VVD), Halsema (GL), Fierens (PvdA), Vacature (SP), Meijer (PvdA), Van Miltenburg
(VVD), Visser (VVD), Oplaat (VVD), De Haan (CDA), Smilde (CDA), Van den Brink
(LPF), Vendrik (GL), Knops (CDA), Van der Staaij (SGP), De Wit (SP), De Vries
(CDA), Ormel (CDA), Ferrier (CDA), Vacature (algemeen), Tichelaar (PvdA),
Noorman-den Uyl (PvdA), Jonker (CDA) en Veenendaal (VVD).