30 300 VIII
Vaststelling van de begrotingsstaat van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2006

nr. 188
MOTIE VAN HET LID JUNGBLUTH

Voorgesteld 9 februari 2006

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat de in de motie-Van Aartsen/Bos gevraagde voor- en naschoolse opvang een belangrijke bijdrage kan leveren aan de maatschappelijke participatie van alle ouders;

overwegende, dat een goede invulling van de kinderopvang aanmerkelijk kan bijdragen aan de onderwijskansen van vooral kansarme leerlingen en zo positieve voorwaarden schept voor het eigenlijke onderwijs, in het bijzonder het onderwijsachterstandenbeleid;

overwegende, dat er zonder voldoende publieke financiering ongewenste kwaliteitsverschillen kunnen ontstaan die de sociale ongelijkheid en tussenschoolse segregatie juist verder vergroten;

stelt vast dat de motie-Van Aartsen/Bos alleen goed kan worden uitgevoerd wanneer er voldoende publieke financiering beschikbaar is voor de opvang;

verzoekt de regering om bij de besteding van eventuele meevallers in de voorjaarsnota bij voorrang ruimte te maken voor aanvullende financiering voor de uitvoering van de motie-Van Aartsen/Bos,

en gaat over tot de orde van de dag.

Jungbluth

Naar boven