nr. 10
BRIEF VAN DE MINISTERS VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING EN VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 oktober 2005
In onderstaande brief informeren wij u over de schuldenregeling voor Nigeria
die op 20 oktober jl. in de Club van Parijs werd overeengekomen.
Voorgeschiedenis
Op 15 juni jl. werd een eerder die maand tijdens een G-8 bijeenkomst
van ministers van Financiën geïnitieerd voorstel in de Club van
Parijs ingebracht voor een schuldenregeling voor Nigeria. Hierbij werd voorgesteld
dat Nigeria in twee fasen een schuldkwijtschelding van 67% zou krijgen,
nadat dat land eerst een IMF-programma zou tekenen en zijn achterstanden aan
de Club van Parijs zou betalen. Na de schuldkwijtschelding zou Nigeria zijn
resterende schulden bij de Club van Parijs terugkopen. Het voorstel was hiermee
feitelijk een exitregeling voor Nigeria. Na de schuldenbehandeling in de Club
van Parijs zouden immers geen schulden meer uitstaan bij dit crediteurenforum.
Bij een ingelaste Club van Parijs bijeenkomst op 29 juni jl. werd
vervolgens tussen crediteuren een beginselakkoord hieromtrent overeengekomen.
Nederland stelde zich hierbij zeer kritisch op en heeft aangegeven dat alleen
met een schuldenregeling voor Nigeria kon worden ingestemd indien er middels
een nog af te sluiten IMF programma voldoende waarborgen zouden worden gegeven
dat Nigeria via goed economisch beleid de door de schuldenregeling vrijvallende
middelen aan armoedebestrijding en economische ontwikkeling zou besteden en
het land serieus werk zou maken van corruptiebestrijding en verbeteringen
op het gebied van begrotingsbeheer (public expenditure management). Nederland
stelde dat dergelijke voorwaarden dienden te worden opgenomen in het af te
sluiten IMF programma. Een IMF programma is overigens altijd een conditie
voor een schuldenregeling in de Club van Parijs.
In het Policy Support Instrument (PSI) dat Nigeria vervolgens met het
IMF heeft afgesloten, is – mede dankzij uitdrukkelijk aandringen van
Nederland via het Kiesgroepkantoor bij het IMF in Washington –
opgenomen dat Nigeria maatregelen neemt op het terrein van governance, corruptiebestrijding,
begrotingsbeheer, macro-economisch beleid en armoedebestrijding. Het aldus
tot stand gekomen PSI verbindt de door Nigeria te nemen maatregelen middels
duidelijke benchmarks en een tijdschema aan de afspraken over schuldkwijtschelding
in de Club van Parijs. Het PSI voor Nigeria werd op 17 oktober jl. in
de Executive Board van het IMF goedgekeurd en maakte zo de weg vrij voor een
schuldenregeling in de Club van Parijs.
Akkoord in de Club van Parijs
Op 20 oktober jl. werd in de Club van Parijs een schuldenregeling
voor Nigeria overeengekomen. Deze regeling houdt in dat Nigeria in 2005 al
zijn achterstanden aan de Club van Parijs betaalt (inclusief de zogenaamde
levelling up en een deel van de schuldendienst over 2005). Daarna krijgt het
land een eerste kwijtschelding van 33%. Wanneer Nigeria vervolgens
al zijn post cut off date schulden betaalt en de eerste review van het PSI
is goedgekeurd (voorzien voor medio maart 2006), krijgt het land nog eens
34% van de schulden kwijtgescholden. Het dan nog resterende deel van
de schulden koopt Nigeria – door middel van een zogenaamde schuldenterugkoop –
vervolgens terug. De schuldenregeling betekent dat Nigeria van de circa USD
30 miljard schulden bij Club van Parijs crediteuren circa USD 12,6 miljard
betaalt, en de rest krijgt kwijtgescholden.
Voor Nederland betekent de schuldenregeling in de Club van Parijs dat
Nigeria van de circa Euro 1,2 miljard aan uitstaande schulden (kwijtschelding
van OS-leningen en van schulden uit hoofde van exportkredietverzekering),
circa 574 miljoen Euro terugbetaalt en circa 622 miljoen Euro krijgt kwijtgescholden.
De kosten van de kwijtschelding komen in lijn met de tussen de ministers van
Financiën en Ontwikkelingssamenwerking geldende afspraken ten laste van
het ontwikkelingsbudget (ODA) en worden gefinancierd uit de verhoging van
het ODA-budget door een revisie van het Bruto Nationaal Product (BNP). Overigens
gaat dit niet ten koste van lopende ontwikkelingsprogramma's. Het bedrag
dat Nigeria aan Nederland betaalt, komt als ontvangst via de begroting van
IXB ten gunste van de algemene middelen.
Zoals gesteld, zal Nigeria na de kwijtschelding middels een zogenaamde
schuldenterugkoop de dan nog resterende schulden bij de Club van Parijs terugkopen.
Hierbij ontvangt Nederland ca. € 197 miljoen en wordt een korting
van circa 40% verleend (voor het Nederlandse schuldaandeel ter waarde
van circa € 110 miljoen). Nederland heeft in de Club van Parijs
uitgedragen dat deze korting niet aan ODA moet worden toegerekend. In de OESO/DAC
is echter, op aangeven van verschillende DAC landen, recent een discussie
ontstaan omtrent de toerekenbaarheid aan ODA van deze korting. De DAC rapportage
richtlijnen voorzien hier thans niet in. Indien de DAC op termijn besluit
dat deze korting als ODA kan worden aangemerkt, zal Nederland de DAC volgen.
Nederland volgt immers altijd de DAC rapportagerichtlijnen.
De regering is van mening dat de schuldenregeling voor Nigeria, zoals
nu uitonderhandeld en besloten, een evenwichtig pakket vormt. Nederland ontvangt
van Nigeria in totaal 574 miljoen Euro, die Nederland anders waarschijnlijk
nooit had teruggezien. Al in 2005 worden alle achterstanden weggewerkt en
in 2006 ontvangt Nederland ook nog € 197 miljoen uit hoofde van
de schuldenterugkoop. Vanuit incassoperspectief is deze regeling zeer wenselijk
omdat deze het toekomstige betalingsrisico op Nigeria, dat tot
in het recente verleden bekend stond als een dubieuze debiteur, wegneemt.
Voorts wordt door de kwijtschelding die de regeling bevat, de economische
ontwikkeling en de voortgang op het gebied van armoedebestrijding, corruptiebestrijding
en overheidsfinanciën in het qua inwoneraantal grootste land van Afrika,
ondersteund. Dit is belangrijk voor het behalen van de Millennium Ontwikkelingsdoelen
in Afrika, en voor de stabiliteit in de regio. De schuldkwijtschelding en
de financiële ruimte die dit met zich meebrengt, zal in combinatie met
het economische hervormingsprogramma van Nigeria, ondersteund door het IMF,
de ontwikkeling van Nigeria bevorderen en dit land ook echt helpen in het
gevecht tegen armoede. Zo zal Nigeria in 2006 al één miljard
dollar meer kunnen besteden aan armoedebestrijding.
Via het Virtual Poverty Fund, dat mede op initiatief van Nederland door
Nigeria wordt ingericht, wordt de Nigeriaanse regering verplicht zichtbaar
te maken dat de als gevolg van de Club van Parijs schuldenregeling vrijvallende
middelen ook daadwerkelijk worden besteed aan armoedebestrijding. Dit wordt
gemonitord door het IMF. Nigeria zal bovendien na uitvoering van de gemaakte
afspraken geen schulden meer uit hebben staan bij de Club van Parijs.
De Minister voor Ontwikkelingssamenwerking,
A. M. A. van Ardenne-van der Hoeven
De Minister van Financiën,
G. Zalm