nr. 43
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 24 mei 2006
Van 14 mei tot en met 20 jl. mei heb ik een werkbezoek gebracht aan
alle eilanden van de Nederlandse Antillen. Mijn reis stond in het teken van
jeugd en onderwijs. Ik heb hiertoe op de eilanden organisaties bezocht die
de sociale vormingsplicht uitvoeren en organisaties die vormingsactiviteiten
voor jongeren organiseren en uitvoeren. Ik heb diverse gesprekken gevoerd
met de jongeren zelf, vrijwilligers en medewerkers van deze organisaties.
Ook heb ik op alle Antilliaanse eilanden in informele setting openhartig met
politici en bestuurders gesproken over de (bestuurlijke) toekomst van de Nederlandse
Antillen. In deze brief doe ik verslag van mijn werkbezoek. Tevens informeer
ik u over de laatste politieke ontwikkelingen op Curaçao.
Onderwijs en jeugd
Op Sint Maarten heb ik een bezoek gebracht aan de zowel de Chrystal Childrens
Home (voor kinderen van 12 tot 18 jaar) als de I Can Foundation (voor kinderen
van 0 tot 12 jaar). Beide instellingen bieden een thuis aan kinderen die door
een zeer problematische thuissituatie niet thuis kunnen wonen. Ik heb naar
aanleiding van mijn eerdere bezoeken aan deze instellingen verschillende keren
aangedrongen bij de Landsregering en eilandsregering om hun financieringsverplichting
jegens deze instellingen na te komen. Dit is tot heden niet gebeurd. Wederom
heb ik ter plekke bij de Landsregering aangedrongen om haar verantwoordelijkheid
in deze te nemen.
Naar aanleiding hiervan heeft minister-president De Jongh-Elhage mij verzekerd
en bevestigd dat zij er persoonlijk op zal toezien dat binnen een maand een
beslissing wordt genomen over de financiering van deze beider instellingen.
Ik heb op Sint Maarten tevens een bezoek aan het Centrum voor archeologisch
onderzoek Simarc gebracht, waar jongeren betrokken en opgeleid worden in het
verrichten van archeologisch onderzoek en heb ik mij laten informeren
over de sociale vormingsplicht op Sint Maarten.
Op Saba stonden de scholen en het jongerenproject van de stichting Child
focus op het programma. Op Sint Eustatius bezocht ik het Sociale Vormingsplicht
project «Zagen en Schaven», dat jongeren opleidt in de techniek
van houtbewerking en elektrotechniek. Ook heb ik op Sint Eustatius gesprekken
gevoerd met de leden van de ondernemersorganisatie STEBA.
Op Curaçao heb ik een bezoek gebracht aan een stagebureau dat bemiddelt
bij de plaatsing van voornamelijk HBO studenten in Nederland (ook studenten
van Antilliaanse afkomst) en het jongensinternaat «Kinderoorden Brakkeput»
waar ik zeer warm en gastvrij ben ontvangen door de kinderen en vrijwilligers
van dit opvangtehuis. Kinderoorden Brakkeput biedt dag- en nachtopvang en
begeleiding aan maximaal 50 jongens die hetzij meervoudige problemen hebben
(bijvoorbeeld sociale, economische en huisvestingsproblemen) of wegens omstandigheden
thuis door de rechter onder toezicht zijn geplaatst. Ik heb op Curaçao
ook een openhartig gesprek gevoerd met een aantal leerlingen van de middelbare
school Peter Stuyvesant College over uiteenlopende onderwerpen die hen na
aan het hart lagen, zoals de toekomst van het eiland in een nieuwe staatkundige
structuur, onderwijs op Curaçao en het voorstel inzake migratieregulering
van Antilliaanse en Arubaanse risico- en probleemjongeren van 16 tot 24 jaar.
Tenslotte heb ik op Bonaire de opening bijgewoond van de nieuwe operatiekamer
en verpleegafdeling van het San Francisco Ziekenhuis.
Informele gesprekken met politici en bestuurders van de
Nederlandse Antillen
Op alle eilanden van de Nederlandse Antillen is in informele setting openhartig
gesproken met bestuurders en politici over de toekomst van de Nederlandse
Antillen. Zo heb ik aan de bestuurders kenbaar gemaakt dat Nederland bereid
is de komende weken voor het zomerreces aan te grijpen om onomkeerbare stappen
te zetten in het staatkundige proces. Ik heb ook laten weten dat Nederland
klaar staat om op korte termijn deel te nemen aan een Ronde Tafel Conferentie.
Daarbij heb ik de Nederlandse bereidheid benadrukt om oplossingen aan te dragen
voor de schuldenproblematiek en de daarbij behorende voorwaarden. Ook heb
ik de overige voorwaarden die Nederland stelt aan de staatkundige veranderingen
onder de aandacht gebracht, zoals eerder met uw Kamer besproken. Benadrukt
is dat de eilanden Nederland op die punten tegemoet zullen moeten komen. Ik
heb hierbij steeds aangegeven dat voor Nederland niet de beoogde datum voor
de Ronde Tafel Conferenties primair leidend is maar de voortgang van de inhoudelijke
besprekingen.
Overige gesprekken
Tijdens een informele ontbijtbespreking op Curaçao lichtte minister
van Onderwijs en Cultuur, Omayra Leeflang (PAR), haar plannen toe voor de
Sociale Vormingsplicht en onderwijsvernieuwing. Ook heb ik de formele ondertekening
van de honderdste overeenkomst van de USONA bijgewoond. Deze overeenkomst
betrof de financiering van de jongeren scheepvaartopleiding «Ku Kara
pa Laman».
Politieke ontwikkelingen op Curaçao
Op vrijdagavond 19 mei jl. is tijdens mijn verblijf op Bonaire een
motie van wantrouwen tegen het bestuurscollege van Curaçao aangenomen.
Voor deze motie stemden de FOL, de PLKP en het eilandraadslid de heer Lak.
Hiermee kwam na drie maanden reeds een einde aan het vierde bestuurscollege
in een periode van drie jaar. Hoewel dit een interne Curaçaose/Antilliaanse
aangelegenheid betreft, heb ik vlak voor mijn vertrek naar Nederland de verantwoordelijke
politici opgeroepen over hun eigen schaduw heen te springen en een oplossing
te vinden voor de huidige politieke situatie. Ik heb laten weten dat de politieke
ontwikkelingen en de instabiele bestuurlijke situatie mij zorgen baren als
het gaat om de bestuurbaarheid van het eilandgebied en de voortgang van de
staatkundige veranderingen. Ik zal volgende week met minister president De
Jongh-Elhage tijdens haar bezoek aan Nederland over de ontstane situatie spreken.
Tot slot
Met tevredenheid kijk ik terug op mijn werkbezoek aan de Nederlandse Antillen.
Deze reis heeft bijgedragen aan het verbeteren van de betrekkingen en het
versterken van de relatie. Ik ga ervan uit dat de verantwoordelijke politici
van de Nederlandse Antillen de urgentie van de huidige situatie inzien en
daadkrachtig zal samenwerken aan een betere toekomst van de Nederlandse Antillen.
Ik zal mij blijven inzetten om stappen te realiseren in het staatkundige
proces van de Nederlandse Antillen, waarbij uiteraard de uitgangspunten zoals
ik die met uw kamer heb besproken leidend blijven.
De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,
A. Pechtold