30 234 Toekomstig Sportbeleid

Nr. 82 LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN

Vastgesteld 21 maart 2013

De vaste commissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft een aantal vragen voorgelegd aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over de brief van 14 januari 2013 inzake de bijdrage Jeugd Olympische Spelen 2018 (Kamerstuk 30 234, nr. 80). De minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 20 maart 2013. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie, Neppérus

De adjunct-griffier van de commissie, Clemens

1

Kan de minister aangeven hoeveel geld er vanuit de rijksoverheid is besteed aan het bid?

Het ministerie van VWS heeft geen financiële bijdrage aan het bid geleverd. Het ministerie van BZK heeft in het kader van Nationaal Programma Rotterdam Zuid € 80.000 beschikbaar gesteld.

2

Kan de minister het grote verschil in kosten tussen reguliere Olympische Spelen welke vele miljarden kosten en deze Jeugd Olympische Spelen welke «slechts» € 75,3 miljoen zouden kosten nader uiteenzetten?

De Jeugd Olympische Spelen is een evenement dat in omvang, aard en opzet niet te vergelijken is met de Olympische Spelen. Het aantal sportonderdelen, atleten, officials en bezoekers is fors minder dan bij de reguliere Olympische Spelen; ook is de media aandacht gering in vergelijking met de Olympische Spelen. Dit betekent dat fors minder kosten gemaakt hoeven te worden voor bijvoorbeeld het garanderen van de (openbare) veiligheid, technologie en accommodaties. Daarbij stelt het IOC als voorwaarde dat geen additionele investeringen gedaan mogen worden in de sportinfrastructuur. Hierdoor blijven de kosten voor het evenement beperkt.

3

Kan de minister aangeven dat indien voor aanvang van het evenement al een fors tekort dreigt de Kamer hierover direct wordt geïnformeerd?

Op 14 februari jl. heeft het IOC de shortlist bekend gemaakt van drie potentiële kandidatensteden voor de Jeugd Olympische Spelen van 2018. Het voorstel van Rotterdam en het NOC*NSF is door het IOC hiermee terzijde gelegd. Aangezien hiermee de aanleiding van de vraag niet meer aan de orde is beantwoording niet meer opportuun.

4

Kan de minister aangeven dat indien voor aanvang van het evenement blijkt dat het organiseren van het evenement toch fors duurder uitvalt dan de begrote € 75,3 miljoen, de financiering van het Rijk alsnog vervalt?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

5

Kan de minister aangeven tot wanneer Nederland zich nog kan terugtrekken voor dit evenement?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

6

Levert het Rijk – naast de € 17,5 miljoen en de 33% garantstelling – ook nog andere bijdragen? Zijn er bijvoorbeeld toezeggingen gedaan op het gebied van infrastructuur? Of op het gebied van veiligheid? Kunnen de kosten daarvan gekwantificeerd worden?

Nee, de bijdrage die het Rijk wilde leveren is aangegeven in mijn brief van 14 januari 2013 inzake de bijdrage Jeugd Olympische Spelen 2018. Er zijn geen toezeggingen gedaan op het terrein van infrastructuur en veiligheid.

7

Op welke wijze wordt de samenwerking tussen de rijksoverheid, de gemeente Rotterdam en NOC*NSF vormgegeven? Wie is verantwoordelijk voor eventuele financiële tegenvallers?

De wijze waarop de samenwerking vorm zou krijgen was onderwerp van gesprek maar is gezien het feit dat Rotterdam niet op de shortlist van het IOC staat, niet langer relevant. De drie partijen waren voornemens om afspraken te maken ten aanzien van het beheersen van en gezamenlijk dragen van het risico.

8

Op welke momenten en op welke wijze wordt de Kamer nader geïnformeerd over de afspraken van het IOC met de stichting Youth Olympic Games (YOG) Rotterdam?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

9

Wat gaat de minister doen om te zorgen dat de samenwerking tussen de ministeries – anders dat bij het WK-bid – gestructureerd gaat verlopen?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

10

Is er draagvlak in de gemeente Rotterdam voor het organiseren van de Jeugd Olympische Spelen en het inzetten van € 15 miljoen hiervoor?

Op basis van een motie van de Rotterdamse gemeenteraad en op verzoek van NOC*NSF is onderzocht of Rotterdam de Jeugd Olympische Spelen kan organiseren. Uit de motie bleek lokaal politiek draagvlak. Aangezien Rotterdam niet op de shortlist is geplaatst is het niet langer nodig dat de gemeenteraad zich uitspreekt over een financiële bijdrage aan het evenement.

11

Indien de Jeugd Olympische Spelen toegewezen worden aan Rotterdam, waarvan gaat de gemeente Rotterdam dan de € 15 miljoen betalen? Gaat dit ten koste van geld dat bedoeld is voor de Wet maatschappelijke ondersteuning?

Volgens informatie van de gemeente Rotterdam is er nooit sprake geweest van een Rotterdamse bijdrage ten koste van WMO-gelden.

12

Indien de Jeugd Olympische Spelen toegewezen worden aan Rotterdam, van welk budget gaat NOC*NCF dan € 20 miljoen beschikbaar stellen? Gaat dit ten koste van andere sporten?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

13

Hoe haalt de organisatie van de YOG de overige € 25,3 miljoen bij elkaar?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

14

Uit de evaluatie van het WK-bid kwam naar voren dat de Kamer «erg laat» bij besluiten werd betrokken; op welke wijze gaat de minister er zorg voor dragen dat de Kamer op tijd op de hoogte wordt gesteld van relevante informatie?

Ik heb, mede ingegeven door de motie Klaver, de Kamer enkele malen geïnformeerd over mijn voornemen t.a.v. het bid en de (voorgenomen) steun van de regering aan de organisatie van de Jeugd Olympische Spelen.

15

Zijn er evenementen die ten gevolge van het feit dat de dekking gevonden wordt binnen het reguliere budget voor het evenementenbeleid niet door kunnen gaan of soberder van opzet worden? Zo ja, om welke evenementen gaat het? Kan de minister per evenement aangeven om welk bedrag het hier gaat?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

16

Hoe groot is het beslag van de resterende € 4,2 miljoen op het budget voor het reguliere evenementenbeleid per jaar (graag overzicht in tabel)?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

17

Hoeveel van het reguliere budget voor het evenementenbeleid is voor de jaren 2014 tot en met 2018 al juridisch verplicht (graag per jaar het juridisch verplichte deel aangeven – exclusief en inclusief de bijdrage aan de YOG)?

Op dit moment is € 2,6 miljoen van het budget voor het reguliere evenementen-beleid juridisch verplicht. Omdat het YOG nog niet was toegewezen aan Rotterdam was er nog geen juridische verplichting voor het YOG vastgelegd.

 

2013

2014

2015

2016

2017

2018

Totaal

Begroting 2013

8,8

8,8

4,8

4,8

4,8

4,8

36,8

Amendement

0,8

         

0,8

Actueel budget

9,6

8,8

4,8

4,8

4,8

4,8

37,6

Voorstel kasschuif

– 3,8

– 2,3

1,6

2,2

2,3

 

0

Subtotaal

5,8

6,5

6,4

7

7,1

4,8

37,6

Juridisch verplicht

1,9

0,6

0,1

     

2,6

Ruimte

3,9

5,9

6,3

7

7,1

4,8

35

18

Kan de minister nog meer in detail uitleggen hoe zo’n intertemporele kasschuif werkt?

Een intertemporele kasschuif betekent dat uitgavenbudgetten uit bepaalde begrotingsjaren worden verschoven naar andere begrotingsjaren.

19

Hoe groot is het bedrag uit de sportbegroting voor 2019 dat nog niet juridisch verplicht is?

Uit de sportbegroting voor 2019 is op dit moment nog niets juridisch verplicht.

20

Kan de minister nader ingaan op de garantstellingen? Voor welk bedrag staat het Rijk garant? Voor welk bedrag staat de gemeente Rotterdam garant? Voor welk bedrag staan private partijen garant? Zijn er ook nog andere partijen die garant staan? En zo ja, voor hoeveel?

Zie mijn antwoord op vraag 3.

Naar boven