Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 februari 2026
Hierbij informeer ik uw Kamer, mede namens de Minister van Buitenlandse Zaken, over
ons standpunt over de deelname van Russische en Belarussische atleten aan de Paralympische
Winterspelen 2026. Deze Spelen vinden van 6 tot en met 15 maart in Milaan en Cortina
d’Ampezzo (Italië) plaats. Acht Nederlandse atleten zullen hieraan deelnemen.
Het IPC (Internationaal Paralympisch Comité) heeft in september 2025 besloten dat
Russische en Belarussische sporters onder eigen vlag aan deze Spelen mee mogen doen.
Dit is anders dan tijdens de afgelopen Olympische Winterspelen, waar sporters uit
deze landen alleen onder neutrale vlag, zonder volkslied of andere nationale symbolen,
mochten deelnemen. Op 18 februari jl. werd bekend dat zes Russische sporters en vier
Belarussische sporters meedoen bij skiën, snowboarden en langlaufen.
Het kabinet betreurt deze situatie zeer. De voortdurende Russische agressieoorlog
tegen Oekraïne en de betrokkenheid van Belarus, maakt het onacceptabel en kwetsend
dat deze landen meedoen aan internationale sportevenementen en dat Russische of Belarussische
vlaggen, volksliederen of andere nationale symbolen worden getoond. Het kabinet betuigt
in dezen zijn volledige solidariteit met en steun aan de positie van Oekraïne.
We hebben besloten een regeringsdelegatie naar de Paralympische Spelen te laten gaan
om de Nederlandse paralympiërs aan te moedigen. Deze topsporters verdienen onze steun
en erkenning voor hun prestaties. Daarnaast willen we door onze aanwezigheid de kracht
en maatschappelijke waarde van topsport door mensen met een handicap laten zien. We
hebben daarbij meegewogen dat de Nederlandse sporters uitkomen in individuele sporten,
zonder directe tegenstander. Er zijn dus geen teamsporten waar mogelijk een Nederlands
team tegen een Russisch of Belarussisch team uit zouden kunnen komen.
Vertegenwoordigers van de Nederlandse regering zullen geen bijeenkomsten bijwonen
waar de Russische of Belarussische vlag zichtbaar is of waar het volkslied van één
van beide landen klinkt. Dat geldt in ieder geval voor de openingsceremonie op 6 maart,
medailleceremonies waar Russische of Belarussische sporters worden gehuldigd en voor
de sluitingsceremonie op 15 maart.
Ons besluit is in lijn met het standpunt van NOC*NSF. Ook Nederlandse sportofficials
zullen bij niet aanwezig zijn in bovengenoemde situaties. NOC*NSF vindt dat Nederlandse
sporters zelf de afweging moeten maken om aanwezig te zijn bij een medaille-uitreiking
waar een Russische of Belarussische sporter met volkslied en vlag wordt gehuldigd.
Dit is een autonome beslissing van NOC*NSF.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk