Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2009-201030234 nr. 27

30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 27 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 9 april 2010

Bij deze informeer ik u over mijn voornemen om te voorzien in een rechtsgrond-slag voor dopingcontroles van deelnemers aan door sportbonden georganiseerde competities.

Naar wordt aangenomen, verzet de Wet bescherming persoonsgegevens zich tegen de huidige praktijk van het uitvoeren van dopingcontroles en het vervolgens benutten en verwerken van in dat kader verkregen (medische) data van sporters. Van toestemming tot verwerking van deze gegevens zou volgens deze gedachtegang geen sprake zijn bij sporters die zich – hetzij via hun lidmaatschap bij sportbonden, hetzij via overeenkomsten met nationale Olympische Comitées – committeren aan het anti-doping beleid, aangezien bij weigering daarvan het risico zou kunnen bestaan dat zij uitgesloten worden van competities. In die zin zou instemming van sporters niet als «free and informed» bestempeld kunnen worden. Door het creëren van een wettelijke grondslag voor het verwerken van gegevens in het kader van dopingcontroles bij door sportbonden georganiseerde competities kan de huidige praktijk worden gecontinueerd. Dit is bevestigd door de voorzitter van het College ter Bescherming van Persoonsgegevens in een gesprek met de toenmalige Staatssecretaris mw. J. Bussemaker.

Met het oog op een effectief anti-dopingbeleid, geniet het wetgevingsvoornemen bijval vanuit de Dopingautoriteit en NOC*NSF.

Gestreefd wordt naar inwerkingtreding van de regeling medio 2012.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink