Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202030234 nr. 233

30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 233 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 september 2019

In het Algemeen Overleg Sport van 12 juni jongstleden hebben mijn collega, de Staatssecretaris van Financiën, en ik u toegezegd om u eind van de zomer de analyse over de aanvragen van de gemeenten voor de Specifieke Uitkering Stimulering Sport (SPUK SPORT) te sturen (Kamerstuk 30 234, nr. 230). Deze analyse richt zich met name op het verschil tussen de totale beschikbare middelen voor de SPUK SPORT en het totaalbedrag dat is aangevraagd door gemeenten. In deze brief vindt u de uitkomsten van deze analyse. Ook heb ik u toegezegd de eerste ervaringen met de subsidieregeling Bouw en Onderhoud Sportaccommodaties en Sportmaterialen (BOSA) met u te delen. Hiermee zal ik beginnen.

In de eerste weken van januari werd duidelijk dat de sportverenigingen zich goed hadden voorbereid op de introductie van de BOSA. In enkele weken tijd werd voor bijna € 30 mln. aangevraagd. De budgettaire omvang van de aanvragen is vervolgens sterk afgenomen tot een totaal aan aanvragen van ruim € 58 mln. Daarmee verloopt de uitputting volgens verwachting. Uit de gesprekken met de sector is gebleken dat de verenigingen goed te spreken zijn over het aanvraagportaal. Zij hebben enkele wijzigingsvoorstellen gedaan, deze zal ik met het oog op 2020 en verder overnemen.

Voor de SPUK SPORT hebben de gemeenten en de uitvoeringsorganisatie Dienst Uitvoering Subsidies aan Instellingen (DUS-I) hard gewerkt om de reikwijdte en werkingssfeer van de SPUK SPORT te verduidelijken. Voorheen hadden gemeenten onder voorwaarden recht op vooraftrek van de btw op uitgaven aan sport. In de nieuwe situatie is dit niet meer het geval en worden gemeenten tegemoetgekomen voor dit nadeel via een specifieke uitkering.

De gemeenten hebben een aanvraag in kunnen dienen voor de btw die aan hen in rekening wordt gebracht bij de nieuwbouw, renovatie en onderhoud van onroerende zaken en voor de btw die aan hen in rekening is gebracht bij de aankoop van (sport-)materialen, diensten en beheer van sportaccommodaties. Ook mochten gemeenten onder de post «overige kosten» een aanvraag indienen voor andere kosten die in relatie staan tot de verruiming van de btw-sportvrijstelling en die niet in de eerdere posten vielen.

Gemeenten hebben in totaal voor € 228 mln. aangevraagd, terwijl het totaal beschikbare budget is vastgesteld op € 152 mln. De posten van de gemeenten zijn voor ruim € 70 mln. aan uitkering voor nieuwbouw, ruim € 40 mln. voor renovatie en onderhoud en voor bijna € 40 mln. aan overige kosten. Deze laatste post bestaat met name uit de nadelige gevolgen van het mengpercentage dat gemeenten mogen toepassen bij de berekening van de compensatie uit het btw-compensatiefonds en zijn de kosten van de aan gemeenten verbonden sportbedrijven hier ondergebracht. In bijlage 1 treft u het totaaloverzicht aan1.

Samen met mijn collega heb ik een analyse uitgevoerd waaruit een aantal verklaringen voor de overvraging blijkt. Daarbij moet opgemerkt worden dat de meeste redenen niet eenduidig te kwantificeren zijn. Per reden geven wij aan welke vervolgactie wij hieraan verbinden.

De overgang van fiscaliteit naar niet-fiscaliteit

Tot 1 januari 2019 waren er in deze analyse drie categorieën gemeenten: (1) gemeenten die alle activiteiten fiscaal optimaal hadden ingeregeld, waardoor zij maximaal gebruik maakten van het recht op vooraftrek van btw; (2) gemeenten die een deel van de activiteiten fiscaal geoptimaliseerd hadden en (3) gemeenten die – door de feitelijke organisatie van hun sportaccommodaties – (grotendeels of helemaal) geen recht op aftrek van btw hadden.

De hoogte van het beschikbare budget in de SPUK is gebaseerd op de btw-inkomsten in het oude systeem. Echter profiteren nu alle gemeenten van de SPUK, dus ook de gemeenten die voorheen geen btw-aftrek hadden. Het is niet identificeerbaar welke gemeenten voorheen wel of geen (volledige) btw-aftrek hadden.

Herkwalificatie van posten

Op basis van signalen vanuit de Belastingdienst bestaat het vermoeden dat er een verhoging van de totale btw-druk op sport binnen de gemeenten heeft plaatsgevonden. Het vermoeden is dat door gemeenten aan instellingen verstrekte bedragen (zoals beheersvergoedingen aan sportverhuurorganisaties) voorheen als btw onbelaste subsidie werden verstrekt, maar nu worden opgevoerd als een vergoeding voor een (btw belaste) prestatie (management fee). Aan deze herkwalificatie van kosten is geen financiële omvang aan toe te kennen.

Meenemen verbonden lichamen

In overleg met gemeenten is in het voorjaar verhelderd hoe de kosten van de aan de gemeenten «verbonden lichamen» (sportbedrijven) onder de werkingssfeer van de SPUK vallen. Wanneer een gemeente kiest voor het meenemen van een sportbedrijf in haar aanvraag, komt het betreffende sportbedrijf in het geheel niet meer in aanmerking voor subsidie op grond van de BOSA voor dat betreffende jaar.

Er heeft daardoor een verschuiving plaatsgevonden tussen de SPUK en de BOSA. Uit de analyse blijkt dat ca € 7 mln. vanuit de SPUK extra is aangevraagd voor sportbedrijven, terwijl was verwacht dat voor deze kosten een aanvraag onder de BOSA zou worden gedaan. De inschatting is dat dit de overvraag in de SPUK voor circa € 7 mln. verklaart. Daarom heb ik het plafond van de BOSA verlaagd met € 7 mln. en heb ik deze middelen voor 2019 toegevoegd aan de SPUK.

Stijging algemeen prijspeil

De vierde uitkomst van de analyse is dat de bouwsector een forse prijsstijging heeft doorgemaakt in de afgelopen jaren. In 2017 gaat het om excessieve groei van 6,06%, in 2018 om 3,87% en voor 2019 is de verwachting op basis van het eerste half jaar dat de sectorspecifieke stijging gelijk is aan die in 2018. De sectorspecifieke stijging van het prijspeil in de bouwsector verklaart de overvraging voor bijna € 22 mln. In bijlage twee vindt u de rapportage die gebruikt is in de analyse om de financiële omvang van deze verklaring te bepalen2.

Resultaat analyse aanvragen specifieke uitkering sport

De bovenstaande analyse laat zien dat de overvraging uiteenlopende redenen kent. Ik vind het voor de sportsector onwenselijk dat er een tekort zou ontstaan. Behoud van de hoge kwaliteit en veiligheid van onze Nederlands sportaccommodaties is van groot belang. Daarom is besloten het plafond van de SPUK structureel op te hogen met € 22 mln.

Activiteiten van sportbedrijven kwamen in aanmerking voor een specifieke uitkering op grond van de SPUK, in plaats van voor een subsidie op grond van de BOSA. Om deze verschuiving recht te zetten wordt het uitkeringsplafond voor het jaar 2019 met een bedrag van € 7 mln. verhoogd. Het uitkeringsplafond van de BOSA zal evenredig worden verlaagd.

Tegelijkertijd heeft het prijspeil in de bouw een forse stijging doorgemaakt. Deze stijging was niet voorzien bij het bepalen van de tegemoetkoming voor gemeenten. De inschatting is dat dit heeft geleid tot een overvraging van circa € 22 mln. Het uitkeringsplafond zal met dit bedrag structureel worden verhoogd. Daarnaast zal de loon- en prijsbijstelling (€ 4 mln. voor 2019 en verder) worden toegevoegd aan het totaal beschikbare budget.

De voornoemde maatregelen resulteren in een verhoging van het plafond van de SPUK SPORT van € 152 mln. naar € 185 mln. Het plafond wordt naar rato verdeeld indien het plafond is bereikt. Aangezien het bedrag van het plafond hoger wordt, ontvangen gemeenten voor de activiteiten waarvoor zij een specifieke uitkering hebben aangevraagd een hoger percentage vergoeding. Dit percentage zal neerkomen op een percentage van 82%, in plaats van de 67% die het voorheen was. In 2021 zal ik op basis van de gerealiseerde kosten de aanvragen van de gemeenten definitief vaststellen. Daarbij is het mogelijk om onder besteedde middelen opnieuw in te zetten.

Bovenstaande leidt tot een extra compensatie waarmee ik meen volledig tegemoet te komen aan de gemeenten voor het nadeel dat zij hebben door de verruiming van de btw-sportvrijstelling.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl