Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2018-201930234 nr. 231

30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 231 BRIEF VAN DE MINISTER VOOR MEDISCHE ZORG

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 augustus 2019

Deze zomer heeft Nederland kunnen genieten van het succes van de OranjeLeeuwinnen tijdens het Wereld Kampioenschap in Frankrijk. Er is toen regelmatig gesproken over het idee om het WK vrouwenvoetbal 2027 in Nederland te organiseren. Dit initiatief komt van de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) en ik ondersteun dit van harte.

Uw Kamer heeft mij eerder verzocht de KNVB waar mogelijk en nodig te ondersteunen bij de voorbereiding van het bid (motie van het lid Diertens c.s., Kamerstuk 35 000 XVI, nr. 110). De vaste commissie voor VWS heeft een brief gevraagd over de concrete stappen die ik ga zetten om deze motie uit te voeren. Het is echter nog te vroeg om daar precies antwoord op te geven. Het initiatief ligt primair bij de KNVB. Zij bepaalt de koers en weet het beste welke stappen wanneer kunnen worden gezet. Ik volg de KNVB daarbij.

De KNVB is begonnen met een eerste verkenning hoe het bidproces er uit zou kunnen gaan zien: welke eisen gaat de FIFA mogelijk stellen? Kunnen we daar in Nederland aan voldoen? En welke partijen een rol hierbij kunnen spelen? Het Ministerie van VWS is één van de partijen die daarbij is betrokken. Het gaat om een eerste basale verkenning omdat het nog wel een aantal jaren gaat duren voordat het bidproces formeel van start gaat.

Op dit moment is de FIFA bezig met de toekenning van het WK vrouwenvoetbal 2023. Dit bidproces is begin 2019 gestart. De verwachting is dat in het eerste kwartaal van 2020 bekend wordt aan welk land dit WK wordt toegewezen.

Op basis hiervan is de inschatting dat het bidproces voor het WK 2027 begin 2023 formeel van start gaat. Kort voor die tijd zal duidelijk worden welke eisen de FIFA gaat stellen.

De verwachting daarbij is dat, als het internationale vrouwenvoetbal zich zo blijft ontwikkelen, er hogere eisen zullen worden gesteld met betrekking tot bijvoorbeeld de beschikbare accommodaties (capaciteit van stadions, trainingsvelden, hotelkamers), benodigde financiële middelen en garanties van de overheid.

Dat neemt niet weg dat de KNVB de komende tijd met het Ministerie van VWS en andere partijen in gesprek is om te kijken of het mogelijk is aan de verwachte eisen te voldoen en wie daaraan een bijdrage kan leveren. Op deze wijze bereiden de KNVB en haar partners zich gedegen voor om later, als het mogelijk is, een verantwoord Nederlands bid uit te brengen.

Als er nieuwe ontwikkelingen zijn, zal ik uw Kamer daarover infomeren.

De Minister voor Medische Zorg, B.J. Bruins