Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201630234 nr. 142

30 234 Toekomstig sportbeleid

Nr. 142 BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 november 2015

Sport verbindt en is de sleutel tot een gezonde leefstijl. Alle aspecten van sport spelen daarbij een belangrijke rol: van het organiseren van de sport in een financieel gezonde aantrekkelijk sportbond, tot sportfaciliteiten in de buurt. Sportevenementen zijn mooie gelegenheden om deze boodschap uit te dragen. Ik zie echter dat we bij grote sportevenementen nog veel kansen laten liggen. Zo blijkt dat bijna de helft van de grote sportevenementen in de rode cijfers eindigt, dat de «spin-off» waaronder grotere sportdeelname vluchtig is en men meer van elkaar zou kunnen leren. Naar aanleiding hiervan heb ik besloten een raad in te stellen: de Nederlandse Sport Raad.

Sport heeft een belangrijke positie in Nederland

In Nederland kijken we graag naar sport. Ook zien we dat sporten en bewegen waardevol is in elke fase van ons leven. Denk daarbij aan de fysieke ontwikkeling van de jeugd, de gezondheidsaspecten van dagelijks genoeg bewegen en sporten, het vormende karakter van de georganiseerde sport in de puberteit, het samenbindende element van sport dat integratie en begrip voor elkaar kan bevorderen en volwassenen en senioren die tot op hoge leeftijd sporten om fit te blijven en daarmee deel uitmaken van een sociaal netwerk. Bovendien draagt sport waarden over zoals respect, tolerantie, omgaan met winnen en verliezen en het onderhouden van relaties.

Ook oog voor toptalenten

In de afgelopen jaren heeft de overheid diverse grote sport- en beweeg-programma's in het leven geroepen, zoals de programma’s «Grenzeloos Actief» en «Sport en Bewegen in de Buurt». Ook worden talenten onder leiding van NOC*NSF en haar bonden begeleid richting de mondiale top. Het Nationale Sportcentrum Papendal heeft zich de laatste jaren ontwikkeld tot de bakermat van de Nederlandse topsport in verschillende disciplines; het is al jaren een thuisbasis voor wereldtoppers zoals sprintster Dafne Schippers, de rolstoelbasketballers en de nationale volleybalteams.

Sportevenementen zetten onze waarden in de spotlights

De waarden van sport komen samen bij grote sportevenementen in Nederland. Zo zijn er jaarlijkse sportevenementen die veel mensen op de been krijgen. Denk aan de Dam tot Damloop en de Nijmeegse Vierdaagse. Maar het is ons ook gelukt om de laatste jaren een aantal bijzonder internationale sportevenementen te organiseren, zoals het European Youth Olympic Festival in Utrecht (2013), het WK Hockey in Den Haag (2014) en de Grand Départ in Utrecht (2015). Nederland laat zich hierbij van zijn beste kant zien met topprestaties van Nederlandse sporters, maar ook met een uitstekende organisatie van uitzinnige oranjefeesten. Hiermee toont Nederland aan de wereld dat we met sport staan voor gezondheid, respect, integriteit, inspiratie, innovatie en excellentie. Nog los van het plezier van het meedoen aan en kijken naar sportevenementen, bieden deze evenementen een podium voor nieuwe innovatieve toepassingen. Ook zijn ze een inspiratie voor Nederlanders – jong en oud – om zelf te sporten. Als overheid dragen we daarom graag bij aan deze topevenementen.

Ook komende jaren betekenisvolle evenementen op de agenda

Onze kalender voor de komende jaren begint zich te vullen. Zo staat Amsterdam komend jaar in het teken van het EK Atletiek en zijn we in 2017 host voor het EK Vrouwenvoetbal en het WK Shorttrack. Ook hebben we het bid gewonnen voor een aantal belangrijke wedstrijden rond het EK Voetbal in 2020. Deze evenementen bieden samen met de andere evenementen op onze nationale sportevenementen-kalender veel mogelijkheden om de maatschappelijke en economische impact van sport in ons land te bevorderen. Daarnaast bieden ze een uitstekende basis om in de komende jaren (verder) te bouwen aan een sterke en herkenbare internationale identiteit als innovatief en goed georganiseerd land. Een land waar het goed sporten en prettig zakendoen is.

Er is en wordt hard gewerkt door veel mensen om dit alles voor elkaar te krijgen. Wij danken hen zeer daarvoor. Dank bijvoorbeeld aan het «Kracht van Sport» netwerk1 die de laatste jaren een belangrijke stap heeft gezet in de professionalisering van de Nederlandse sportevenementen. Hun werk is cruciaal geweest. Ik zie nu ruimte voor een nieuwe, volgende stap in de professionalisering van deze evenementen.

Zes opdrachten voor een beter rendement van sportevenementen

In de huidige situatie zie ik een goede basis voor een sportieve toekomst. Maar een basis is in mijn ogen niet genoeg. In de beleidsagenda van de Rijksbegroting 2016 hebt u kunnen lezen dat ik een slagvaardig sportbestel wil dat de uitdagingen van de toekomst aankan. En tijdens het algemene overleg met uw Kamer van 17 juni 2015 sprak ik naar aanleiding van de Europese Spelen al over verandering in de organisatie en financiering van grote sportevenementen (Kamerstuk 30 234, nr. 134). Daarom ben ik het gesprek aangegaan met iconen uit de sport, met overheden en met het bedrijfsleven. Uit deze gesprekken volgden tal van ideeën om sport-evenementen naar een hoger plan te tillen en het rendement ervan fors te vergroten via een flinke professionaliseringslag. De besproken mogelijkheden zijn terug te brengen tot zes opdrachten:

  • 1. Zorgen voor meer rendabele sportevenementen

    Ruim de helft van de grote sportevenementen2 sluit af met verlies. Gemeenten, sportbonden en private partners moeten dan bijspringen, terwijl sport-evenementen in potentie juist winstgevend zouden moeten zijn en geld zouden moeten genereren voor de sport. Diverse evenementen in binnen- en buitenland hebben al laten zien dat dit kan. Studies tonen bovendien steeds vaker aan dat evenementen een positieve economische impact in de directe omgeving kunnen hebben.3 Investeringen in evenementen zijn momenteel nog vaak publiek gefinancierd terwijl de opbrengsten grotendeels bij private partijen neerslaan. De Nederlandse Sport Raad krijgt als opdracht de balans tussen publieke en private financiering te verbeteren en de verliezen voor de sport om te zetten in winst voor de sport. Daarbij zal de Raad bezien of het behulpzaam is om de systematiek waarmee kosten worden ingeschat te verbeteren en standaardiseren. De kosten vallen vaak tegen en zijn een oorzaak voor verliesgevende evenementen. De organisatie van een groot sportevenement moet grosso modo financieel ronddraaien, de overheid zal in plaats van startpunt eerder sluitpost zijn. Ook (multi)sportevenementen zullen veel minder afhankelijk moeten zijn van de belastingbetaler.

  • 2. De impact van evenementen op sportparticipatie en integratie vergroten

    Sportevenementen zijn een pakkend en prikkelend platform voor brede maatschappelijke spin-offs die sportparticipatie en integratie stimuleren. Wij stellen voor rijksoverheidssubsidies het organiseren van side-events verplicht. Hier is nog een forse slag te slaan. In het brancherapport «Sportevenementen in Nederland» staat dat evenementen (vanwege deadlines, hoogtepunten en media-aandacht) een groot deel van de energie opzuigen en weinig ruimte laten voor investeringen in legacy (zoals side-events). De verantwoordelijkheid voor de realisatie van maatschappelijke doelen zijn daarbij volgens het brancherapport op zijn best vaak gedeeld, maar meestal afwezig.4 We willen doelgroepen niet incidenteel maar duurzaam boeien en binden voor sport in het algemeen en stimuleren tot sportparticipatie in het bijzonder. Incidenteel waren bijvoorbeeld de Achmea High Five Challenge bij de European Youth Olympic Festival in 2013, de Roeibus bij het WK Roeien of de simultaanschaakwedstrijden bij het WK Hockey in 2014. Mooie initiatieven, maar we willen meer. Hoe kunnen dit soort spin-off activiteiten van grote sportevenementen verschillende doelgroepen verleiden om na incidentele deelname te blijven sporten of vaker te sporten?

    Sport- en culturele beleving liggen als fenomenen dichtbij elkaar en groeien steeds meer naar elkaar toe. Zo vindt het discuswerpen komend jaar niet in het Olympisch Stadion plaats maar op het Museumplein. Of denk bijvoorbeeld aan de discjockeys die het WK Beachvolleybal en het EK Vrouwenvolleybal deze zomer opluisterden. Met cross-overs tussen de creatieve dance-industrie en sport maakten zij deze evenementen voor het publiek tot een ware belevenis. Beide sectoren kunnen van elkaar leren.

    Met integratie spin-offs doel ik op stimulerende initiatieven voor zowel de integratie van mensen met beperkingen in onze samenleving als de integratie van inwoners met verschillende culturele achtergronden. Enerzijds vraagt dit om lef, bijvoorbeeld door paralympische nummers in kampioenschappen voor validen op te nemen zoals komend jaar gebeurt bij het EK Atletiek in Amsterdam. Anderzijds moeten we ons hiervoor oriënteren op sporten die in verschillende culturen populair zijn en deze aanbieden als side-events. Zo slaan honk- en softbal goed aan bij de Antilliaanse en Surinaamse gemeenschap in Nederland. Als organisatoren van sportevenementen willen bijdragen aan integratie, moeten ze weten hoe ze aan kunnen sluiten bij verschillende doelgroepen.

    Er is een begin gemaakt met het organiseren van side-events waardoor ook buiten de stadions kennis wordt gemaakt met de sport en de sportbeleving. Er zijn veel mooie activiteiten tot stand gebracht waarvan veel energie en plezier uitging. Nu is het tijd om de impact hiervan te verduurzamen. Dat is de tweede opdracht aan de Raad.

  • 3. Effectief leren uit ervaringen van eerdere sportevenementen

    Ik zie daarnaast kansen om meer en slimmer van elkaar te leren, zodat we met elk volgend evenement een stevige stap vooruit zetten. Evenementen kunnen verder groeien door ze echt op elkaars schouders te plaatsen: voortbouwen op de kennis, ervaringen en afspraken van het voorgaande evenement. Een goede aanzet hiervoor zijn de initiatieven van de netwerkorganisatie Kracht van Sportevenementen. Door samen te werken, krachten te bundelen en kennis te delen werkt deze netwerkorganisatie aan excellente organisatie van toonaangevende evenementen. De eerste winst van dit netwerk is dat steden elkaar niet langer beconcurreren. Ze kijken juist hoe zij kunnen bijdragen aan evenementen in andere steden door aan te sluiten met side-events. Zo zijn dit jaar bij het WK Beachvolleybal ook side-events georganiseerd in niet-speelsteden als Eindhoven en Utrecht. De Nederlandse Sport Raad kan hierop voortbouwen en zorgen voor verdere professionalisering. Door bijvoorbeeld kennisoverdracht te borgen en ondersteuning te versterken kan de Raad een nieuwe fase afdwingen. Dit is dan ook de derde opdracht aan de Raad.

  • 4. Sportevenementen meer laten functioneren als een springplank voor (inter)nationale handel

    Sportevenementen kunnen een bredere economische waarde hebben voor Nederland. Nederlandse ondernemers dragen wereldwijd bij aan sportevenementen zoals de Olympische Winterspelen in Sochi en de Olympische Spelen in London. In Londen verzorgde het Nederlandse bedrijfsleven onder andere grootschalige grondsanering, stadionverlichting, klimaattechnologie en transportsystemen. Ook zijn Nederlandse bedrijven welkom in Polen en Oekraïne bij de voorbereiding op het EK Voetbal, bijvoorbeeld voor beveiligingssystemen, bagageafhandelingssystemen op luchthavens en technologische infrastructuren in nieuwe stadions. Bovendien zagen we en zien we bij de WK’s Voetbal vraag naar de Nederlandse expertise in infrastructuur, stadionbouw en safety & security.

    Sportevenementen zijn dus een sterk ontwikkelende, internationale groeimarkt voor het Nederlandse bedrijfsleven. Ze maken het bedrijfsleven zichtbaar en zijn uitgelezen kansen voor business-to-business, business-to-public én business-to-government zakendoen. We krijgen immers bij grote evenementen ook bezoek van buitenlandse delegaties en vertegenwoordigers van deelnemende landen.

    De Raad krijgt daarom ook als vierde de opdracht om te bevorderen dat we met sportevenementen het Nederlandse bedrijfsleven optimaal in de etalage zetten voor internationaal geïnteresseerden.

  • 5. Hoe benutten we sportinnovaties en maatschappelijke toepassingen

    Innovaties in de sport zijn niet enkel interessant voor de sport zelf. Diverse innovaties kennen bredere toepassingsmogelijkheden. Voor deze vertaalslag en de promotie ervan kunnen we grote sportevenementen in Nederland inzetten. Zo zagen vele landen het drijvende stadion van het WK Beachvolleybal – een mooi staaltje technische innovatie. Ook experimenteren we met nieuwe vormen van urban sports. De Raad zal daarom ook samen werken met het TopteamSport, dat zich bezig houdt met de versterking van kennis en innovatie in de sport, om dit effect te versterken. De Raad krijgt dus als vijfde opdracht om grote sport evenementen te benutten voor de promotie en vertaalslag van sportinnovaties.

  • 6. Hoe vullen we de evenementenkalender op de (iets) langere termijn?

    Als de Nederlands Sport Raad zich gaat inzetten op voorgaande vraagstukken, tillen we de sportevenementen naar een hoger plan. Hierbij is het van belang om strategisch te bezien welke evenementen we op de lange(re) termijn naar Nederland zouden willen halen. Zo is een goed georganiseerd EK Atletiek (2016) of EK Voetbal (2017) een belangrijke springplank naar een WK in deze takken van sport in de toekomst. De basis voor deze strategische evenementenkalender moet nu verder worden uitgebouwd. We moeten dit als bedrijven, sportorganisaties en overheden gezamenlijk doen. De Raad kan nu gaan kijken hoe de topevene-mentenkalender voor Nederland er idealiter uitziet en hoe zij dat samen met betrokkenen gaat realiseren, met oog voor kostenefficiënte kandidaatstellingen en succesvolle bidprocessen. Uiteraard houdt de Raad daarbij rekening met de verhouding tussen publieke en private middelen (zie opdracht 1), en de beschikbare middelen vanuit het Rijk. Ook de veiligheid van evenementen en de kosten die daarmee gepaard gaan krijgen de aandacht van deze Raad bij het strategisch samenstellen van de evenementenkalender. Dit is de zesde opdracht aan de Raad.

De Nederlandse Sport Raad

Om de volgende slag te kunnen maken is meer continuïteit nodig in de organisatie, kennis en kunde van grote sportevenementen. Betrokkenheid van nieuwe (private) partijen is cruciaal. De benodigde expertise en kennis worden gebundeld in een nieuwe op te richten Nederlandse Sport Raad. Er bestaat geen adviescollege is op het terrein van de sport dat de beoogde taak zou kunnen vervullen. Daarom is de instelling van een nieuw adviescollege noodzakelijk. Ik stel deze Raad in voor een periode van vier jaar waarin zij rechtstreeks aan mij adviseert en rapporteert.

De Nederlandse Sport Raad bestaat uit de volgende leden:

  • De heer Michael van Praag (voorzitter) – KNVB / UEFA

  • De heer Pieter van den Hoogenband – Olympiër

  • Mevrouw Esther Vergeer – Paralympiër

  • De heer Ahmed Aboutaleb – burgemeester Rotterdam

  • Mevrouw Merel van Vroonhoven – AFM

  • De heer Duncan Stutterheim – dance-events

  • De heer Jaap de Groot – media

De Nederlandse Sport Raad zal de komende periode nog met twee nieuwe leden worden uitgebreid.

De heer Camiel Eurlings (lid Internationaal Olympisch Comité) zal als vaste adviseur van deze Raad de raadsvergaderingen bijwonen. De Raad is autonoom in haar werkwijze. Ik bied de Raad de ruimte om daarbij de aanwezige kennis, expertise en faciliteiten van VWS optimaal te benutten, en stel daarbij een beperkt secretariaat beschikbaar. De vergoeding van de leden van de Sportraad zal worden vastgesteld in overeenstemming met het bepaalde bij of krachtens de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies. De Nederlandse Sport Raad gaat samenwerken met NOC*NSF, de netwerkorganisatie Kracht van Sportevenementen en alle andere relevante bestaande organisaties en commissies van het Ministerie van VWS en andere departementen.

De lat ligt hoog

Ik zie dus veel ruimte voor groter maatschappelijk en economisch rendement van sportevenementen door te leren van andere sectoren, het lerend vermogen te vergroten en langs financieel onafhankelijke lijnen sportevenementen te organiseren, waar winst ten goede komt aan de sport in plaats van verlies dat moet worden opgebracht door de sport.

Waardevolle sportevenementen neerzetten is geen peulenschil. Ik wil de Nederlandse Sport Raad daarom aanmoedigen om de sport, het bedrijfsleven en overheden uit te dagen. Ze prikkelen om vanuit de zes aangestipte opdrachten extra stappen te zetten. In essentie gaat dit over slimmer organiseren, bredere samenwerkingsverbanden aangaan, middelen bundelen en een strategisch meerjarenperspectief optekenen. Zo moet de Raad sportevenementen in Nederland daadwerkelijk op een hoger niveau brengen. Vanuit mijn sportbeleid zeg ik de Nederlandse Sport Raad hierbij mijn volledige steun toe. De Nederlandse Sport Raad krijgt dus de nodige verantwoordelijkheid. Als aanjager van grote sportevenementen. Als drager van de positieve waarden van sport. Als belangrijke gesprekspartner voor het toekomstige sportbeleid.|

Ik wens de voorzitter en leden veel succes bij deze opdracht.

De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, E.I. Schippers


X Noot
1

Deze netwerkorganisatie is gestart in 2014. De G5 (Amsterdam, Eindhoven, Den Haag, Rotterdam en Utrecht) werken hierin samen met NOC*NSF, het Nederlands Bureau voor Toerisme & Congressen en het Ministerie van VWS.

X Noot
2

Het gaat hierbij om de grote internationale sportevenementen die in Nederland plaatsvonden in de afgelopen vijf jaar, waaraan het Ministerie van VWS een subsidie heeft verleend.

X Noot
3

bron: WESP www.evenementenevaluatie.nl.

X Noot
4

Bron: Hover P, e.a. (2014) Sportevenementen in Nederland.