nr. 2
VOORSTEL VAN WET
Wij Beatrix, bij de gratie Gods, Koningin der Nederlanden, Prinses van
Oranje-Nassau, enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is om in alle
gevallen de verzekeringsplicht voor de sociale verzekeringen van in het buitenland
wonende uitkeringsgerechtigden te laten vervallen;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der
Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en
verstaan bij deze:
ARTIKEL I. WIJZIGING VAN DE ZIEKTEWET
Artikel 8a van de Ziektewet wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op diegene die niet in Nederland
woont.
ARTIKEL II. WIJZIGING VAN DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING
Artikel 7b van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt als
volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Het eerste lid is niet van toepassing op diegene die niet in Nederland
woont.
ARTIKEL III. WIJZIGING VAN DE WERKLOOSHEIDSWET
Na artikel 8 van de Werkloosheidswet wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 8a
Degene die op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet
op de arbeidsongeschiktheidsverzekering een uitkering ontvangt verliest de
hoedanigheid van werknemer indien hij niet in Nederland woont.
ARTIKEL IV. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE KINDERBIJSLAGWET
Na artikel 7b van de Algemene Kinderbijslagwet wordt een artikel ingevoegd,
luidende:
Artikel 7c
De persoon die tot op de dag voor inwerkingtreding van de wet van (datum)
tot wijziging van enige socialeverzekeringswetten in verband met de beëindiging
van de verzekeringsplicht van in het buitenland wonende uitkeringsgerechtigden
voortgezet verzekerd was op grond van artikel 27, eerste lid, van het Besluit
uitbreiding en beperking kring verzekerden volksverzekeringen 1999, zoals
dat artikellid op die dag luidde, en op die dag nog recht op kinderbijslag
had, behoudt recht op kinderbijslag, zolang het jongste kind voor wie de betrokkene
voor die dag recht had op kinderbijslag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft
bereikt. Dit recht op kinderbijslag eindigt, indien hij buiten Nederland arbeid
verricht, een uitkering ontvangt krachtens een buitenlandse wettelijke regeling
of op grond van deze wet geen recht op kinderbijslag meer bestaat.
ARTIKEL V. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE OUDERDOMSWET
Na hoofdstuk IV van de Algemene Ouderdomswet wordt een nieuw hoofdstuk
ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK IVA. VRIJWILLIGE VERZEKERING VOOR IN DE EUROPESE
UNIE WONENDE POSTACTIEVEN
Artikel 40
In afwijking van hoofdstuk IV, hoofdstuk III van de Wet financiering volksverzekeringen
en hoofdstuk 6 van de Wet financiering sociale verzekeringen, kunnen bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor de vrijwillige
verzekering van de gewezen verzekerde die niet in Nederland woont maar wel
in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land aangesloten bij de
Europese Economische Ruimte dan wel in Zwitserland, en in Nederland verplicht
verzekerd is gebleven voor een of meer andere takken van sociale zekerheid
genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EEG) nr.1408/71 van
de Raad van de Europese gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende de
toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen,
alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG
L 149).
ARTIKEL VI. WIJZIGING VAN DE ALGEMENE NABESTAANDENWET
Na hoofdstuk 5 van de Algemene nabestaandenwet wordt een nieuw hoofdstuk
ingevoegd, luidende:
HOOFDSTUK 5A. VRIJWILLIGE VERZEKERING VOOR IN DE EUROPESE
UNIE WONENDE POSTACTIEVEN
Artikel 63e
In afwijking van deze wet, hoofdstuk III van de Wet financiering volksverzekeringen
en hoofdstuk 6 van de Wet financiering sociale verzekeringen, kunnen bij of
krachtens algemene maatregel van bestuur regels worden gesteld voor de vrijwillige
verzekering van de gewezen verzekerde die niet in Nederland woont maar wel
in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land aangesloten bij de
Europese Economische Ruimte dan wel in Zwitserland, en in Nederland verplicht
verzekerd is gebleven voor een of meer andere takken van sociale zekerheid
genoemd in artikel 4, eerste lid, van de Verordening (EEG) nr. 1408/71
van de Raad van de Europese gemeenschappen van 14 juni 1971 betreffende
de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen,
alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de gemeenschap verplaatsen (PbEG
L 149).
ARTIKEL VII. WIJZIGING VAN DE WERKLOOSHEIDSWET IN VERBAND
MET DE INWERKINGTREDING VAN DE WET WERK EN INKOMEN NAAR ARBEIDSVERMOGEN
Indien het bij koninklijke boodschap van 15 maart 2005 ingediende
voorstel van wet houdende bevordering van het naar arbeidsvermogen verrichten
van werk of van werkhervatting van verzekerden die gedeeltelijk arbeidsgeschikt
zijn en tot het treffen van een regeling van inkomen voor deze personen alsmede
voor verzekerden die volledig en duurzaam arbeidsgeschikt zijn (Wet werk en
inkomen naar arbeidsvermogen) (Kamerstukken 30 034) nadat het tot wet
is verheven, in werking treedt komt artikel 8a van de Werkloosheidswet te
luiden:
Artikel 8a
Degene die op grond van de verplichte verzekering op grond van de Wet
werk en inkomen naar arbeidsvermogen of de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering
een uitkering ontvangt verliest de hoedanigheid van werknemer indien hij niet
in Nederland woont.
ARTIKEL VIII. INWERKINGTREDINGSBEPALING
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat
alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat,
aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,