30 195 Integraal Beheerplan Noordzee 2015

Nr. 29 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 18 mei 2011

Hierbij zend ik u, mede namens de minister van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, ter informatie de Rapportage over de implementatie van de Europese aanbeveling voor Integraal Kustzonebeheer in Nederland1. Ik heb de Rapportage gelijktijdig aan de Europese Commissie aangeboden.

In mei 2002 hebben het Europees Parlement en de Europese Commissie de Europese Aanbeveling voor Integraal Kustzonebeheer (Integrated Coastal Zone Management -ICZM) vastgesteld. In deze Aanbeveling wordt de lidstaten gevraagd om periodiek over de implementatie te rapporteren. De eerste rapportage betrof de periode tot en met 2005. De huidige rapportage betreft de periode 2006–2010.

Zoals gevraagd in de Aanbeveling, is in Nederland geïnventariseerd hoe het beleid en beheer van de kustzone is georganiseerd en in hoeverre dit integraal beheer de implementatie bevordert. Deze inventarisatie wijst uit dat beleid en beheer zijn georganiseerd in verschillende netwerken -sommige sectoraal, andere gebiedsgericht -en dat beleidskaders inhoudelijk goed zijn afgestemd. In 2006 is gerapporteerd dat het beheer in die periode een meer integraal karakter gekregen had. Dat integrale karakter is verder versterkt door een aantal concrete projecten waarbij verschillende opgaven gecombineerd zijn (denk aan de zwakke schakels en aan de Tweede Maasvlakte) en door gebiedsgerichte samenwerking, vooral in het kader van het Deltaprogramma.

In Europees verband is in de rapportageperiode steeds deelgenomen aan door de Europese Commissie georganiseerde vergaderingen en expert-bijeenkomsten. Daarnaast zijn de contacten over de aanbeveling met de nationale overheden van de andere Noordzee kustlanden aangehaald.

De voorliggende rapportage is onder begeleiding van het Interdepartementaal Kustoverleg opgesteld, waarbij verschillende actoren geïnterviewd zijn. De rapportage is door de VNG, het IPO en de UVW becommentarieerd.

In de rapportage wordt aandacht besteed aan de organisatie van het kustzonebeheer en -beleid. De conclusie van de vorige rapportage was dat in Nederland al vóór het vaststellen van de Europese Aanbeveling in toenemende mate werd gewerkt in de geest van deze aanbeveling. In de rapportageperiode heeft dit zich verder bestendigd. De belangrijkste beleidskaders zijn het Nationaal Waterplan (2009) en de Beleidslijn Kust (2007). In de Beleidslijn zijn de belangen van veiligheid, ruimtelijke ontwikkeling en natuur naast elkaar gezet en spelregels bepaald. Dit is een belangrijk hulpmiddel bij ICZM. Naast organisatie en beleidsontwikkeling worden projecten beschreven die de afgelopen jaren plaats hebben gevonden en nog lopen. Uit het totaal van die projecten blijkt duidelijk de intensieve en interdisciplinaire aandacht voor de kust.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma


X Noot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven