30 186
Regels inzake marktordening, doelmatigheid en beheerste kostenontwikkeling op het gebied van de gezondheidszorg (Wet marktordening gezondheidszorg)

nr. 43
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID OMTZIGT TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 33

Ontvangen 9 maart 2006

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

Na artikel 41 wordt een artikel ingevoegd, dat luidt:

Artikel 41a

1. De zorgautoriteit kan de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit verzoeken onderzoek te doen teneinde vast te stellen of een of meer zorgaanbieders dan wel een of meer ziektekostenverzekeraars alleen dan wel gezamenlijk beschikken over aanmerkelijke marktmacht op een volgens de beginselen van het algemene mededingingsrecht afgebakende markt.

2. In geval van een verzoek als bedoeld in het eerste lid, onderzoekt de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit de situatie op de relevante markten zo spoedig mogelijk.

3. Op basis van de resultaten van het in het tweede en derde lid bedoelde onderzoek stelt de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit vast of de door hem afgebakende markt markt al dan niet daadwerkelijk concurrerend is en of hierop zorgaanbieders of ziektekostenverzekeraars actief zijn die alleen dan wel gezamenlijk beschikken over aanmerkelijke marktmacht.

II

Artikel 42, eerste lid, aanhef, wordt vervangen door:

1. Indien de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit overeenkomstig artikel 41a heeft vastgesteld dat een of meer zorgaanbieders of een of meer ziektekostenverzekeraars alleen dan wel gezamenlijk beschikt onderscheidenlijk beschikken over aanmerkelijke marktmacht op een door hem volgens de beginselen van het algemene mededingingsrecht afgebakende markt, kan de zorgautoriteit die zorgaanbieder of zorgaanbieders dan wel die ziektekostenverzekeraar of ziektekostenverzekeraars een of meer van de volgende verplichtingen opleggen:.

III

Aan artikel 42 wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt:

6. Een verplichting van een zorgaanbieder of ziektekostenverzekeraar als bedoeld in het eerste lid vervalt vanaf het moment dat de raad van bestuur van de Nederlandse Mededingingsautoriteit overeenkomstig artikel 41a heeft vastgesteld dat de zorgaanbieder of ziektekostenverzekeraar niet langer over aanmerkelijke marktmacht beschikt.

IV

Aan artikel 99 wordt, onder plaatsing van de aanduiding «1.» voor de bestaande tekst, een tweede lid toegevoegd, dat luidt:

2. Een beroep tegen een besluit als bedoeld in artikel 41a kan alleen worden ingediend tegelijkertijd met een beroep tegen een besluit als bedoeld in artikel 42. Een beroep tegen een besluit als bedoeld in artikel 41a wordt geacht tijdig ingediend te zijn, indien het tegelijkertijd is ingediend met een tijdig ingediend bezwaar- of beroepschrift tegen een besluit als bedoeld in artikel 42.

V

In artikel 100, eerste lid, vervallen de woorden «van de zorgautoriteit».

Toelichting

Het vaststellen van de relevante zorgmarkten en van aanmerkelijke marktmacht is vaak niet eenvoudig. De NMa is op dit gebied bij uitstek deskundig. Dit amendement draagt de NMa daarom deze taak op. De zorgautoriteit kan vervolgens vaststellen welke verplichtingen passend zijn. Aldus worden de taken en verantwoordelijkheden van beide organisaties logisch en helder afgebakend.

Het besluit van de NMa is in feite een voorbereidingshandeling op een besluit tot het opleggen van verplichtingen. Omdat het NMa-besluit zorgaanbieders en ziektekostenverzekeraars wel rechtstreeks in hun belangen kan treffen, staat daartegen volgens artikel 6:3 Algemene wet bestuursrecht bezwaar en beroep open. Teneinde te voorkomen dat het werk van de zorgautoriteit wordt opgehouden door bezwaar- en beroepsprocedures tegen het NMa-besluit, wordt in artikel 99 bepaald dat tegen het NMa-besluit uitsluitend beroep kan worden ingesteld in het kader van een beroep tegen het opleggen van verplichtingen door de zorgautoriteit. Ten aanzien van beide beroepen is de Rechtbank Rotterdam bevoegd. Die zal – naar mag worden aangenomen – gebruikmaken van zijn bevoegdheid om de zaken, overeenkomstig artikel 8:14 Algemene wet bestuursrecht, gevoegd te behandelen.

Omtzigt

Naar boven