30 182
Vaststelling van regels met betrekking tot de bijzondere opsporingsdiensten en de instelling van het functioneel parket (Wet op de bijzondere opsporingsdiensten)

nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 14 maart 2006

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

Na artikel 20 wordt, onder vernummering van artikel 21 en 22 tot 22 en 23, een nieuw artikel 21 ingevoegd, luidende:

Artikel 21

De Politiewet 1993 (Stb. 1993, 724) wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 8a, tweede lid, wordt na het woord «aan» ingevoegd: opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten en

B

In artikel 11, eerste lid, wordt na de woorden «op grond van» ingevoegd: artikel 141, onder d en

Toelichting

A

De wijziging in onderdeel A van het nieuwe artikel 21 betreft het voorstel de opsporingsambtenaren van de bijzondere opsporingsdiensten, met een opsporingstitel op grond van artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering, tevens de bevoegdheid te verlenen te vragen naar de identiteit van een persoon.

B

De wijziging in onderdeel B beoogt de samenwerking van de politie met de opsporingsambtenaren werkzaam bij de bijzondere opsporingsdiensten te waarborgen.

De Minister van Justitie,

J. P. H. Donner

De Minister van Financiën,

G. Zalm

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit,

C. P. Veerman

De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. J. de Geus

Naar boven