30 175 Luchtkwaliteit

Y VERSLAG VAN EEN NADER SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 19 juni 2023

De vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving1 had kennisgenomen van de brief de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat van 5 april 20232 waarin de Staatssecretaris vragen beantwoordde die waren gerezen naar aanleiding van de dertiende rapportage over de Monitoringsrapportage NSL 2022 «Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit». De leden van de fractie van de PvdD wensten nog een aantal aanvullende vragen te stellen.

Naar aanleiding hiervan is op 15 mei 2023 een brief gestuurd aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat.

De Staatssecretaris heeft op 15 juni 2023 gereageerd.

De commissie brengt bijgaand verslag uit van het gevoerde nader schriftelijk overleg.

De griffier van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, Dragstra

BRIEF VAN DE VOORZITTER VAN DE VASTE COMMISSIE VOOR INFRASTRUCTUUR, WATERSTAAT EN OMGEVING

Aan de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat

Den Haag, 15 mei 2023

De vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving heeft met belangstelling kennisgenomen van uw brief van 5 april 20233 waarin u vragen beantwoordt die zijn gerezen naar aanleiding van de dertiende rapportage over de Monitoringsrapportage NSL 2022 «Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit». De leden van de fractie van de PvdD danken de regering voor de beantwoording en wensen naar aanleiding hiervan de navolgende aanvullende vragen te stellen:

  • 1. De leden van de fractie van de PvdD wijzen erop dat in de rapportage wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit in Nederland wat betreft stikstofdioxiden en fijnstof in het jaar 2021 is verbeterd ten opzichte van het jaar 2020. Verwacht wordt dat de luchtkwaliteit de komende jaren verder zal verbeteren.4 Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat het beeld er anders uitziet als wordt gerekend met de nieuwe, lagere advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit het jaar 2021. Kan de regering aangeven hoeveel gezondheidsvoordeel ― dat wil zeggen het aantal gespaarde levens ― het rekenen met die lagere advieswaarden zou opleveren indien Nederland daar nu al aan zou voldoen? Kan de regering ook aangeven wat de consequenties zijn voor het wegverkeer, de industrie en de veehouderijen, wanneer nu al met die lagere advieswaarden gerekend wordt? Wat betekent dit voor de krimp van het wagenpark, de vergroening van zware industrie en de krimp van de hoeveelheid dieren in veehouderijen? Ligt de regering op schema om te voldoen aan deze lagere advieswaarden die in het jaar 2030 in Nederland geïmplementeerd dienen te zijn? Zo nee, waarom niet?

  • 2. De leden van de fractie van de PvdD merken op dat de rapportage enkel betrekking heeft op het meten van luchtkwaliteit in relatie tot het wegverkeer, de industrie en de veehouderijen. Op 1 juli 2022 bood het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de Tweede Kamer het rapport «Inventarisatie van benodigde maatregelen om WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit in 2030 te realiseren»5 aan, dat ook ingaat op de uitstoot van fijnstof door houtkachels. Uit dat rapport bleek dat houtkachels in woonwijken grotendeels verantwoordelijk zijn voor 23% van de totale fijnstofuitstoot in Nederland. Daarmee vormen houtkachels de grootste bron van fijnstof. In het Schone Lucht Akkoord (SLA)6 wordt nu ingezet op «schoon» stoken en op het afkondigen van stookalerts, maatregelen die volgens de leden van de fractie van de PvdD volstrekt onvoldoende zijn. Gezien de toename van de verkoop en het gebruik van houtkachels door de energiecrisis, zal de uitstoot van fijnstof door houtkachels naar verwachting de komende jaren alleen maar verder toenemen.7 Daarmee nemen gezondheidsklachten en overlast eveneens toe, aldus deze leden. Is de regering voornemens om houtstook op termijn uit te faseren? Zo nee, waarom niet? En is de regering voornemens om de fijnstofuitstoot door houtstook mee te nemen in de volgende Monitoringsrapportage NSL? Zo nee, waarom niet? Tot slot, kan de regering aangeven hoe de gemeentelijke pilot over houtstookarme/houtstookrijke wijken in Helmond, Utrecht en Nijmegen verloopt?

  • 3. Is de regering voornemens om ook de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxiden door de scheep- en luchtvaart mee te nemen in de rapportage? Zo nee, waarom niet?

De leden van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving zien uw reactie met belangstelling tegemoet en wensen deze binnen vier weken na dagtekening van deze brief te ontvangen.

De voorzitter van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving, H.J. Meijer

BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 juni 2023

Op 15 mei 2023 hebben de leden van de Partij voor de Dieren van de vaste commissie voor Infrastructuur, Waterstaat en Omgeving aanvullende vragen gesteld naar aanleiding van de dertiende Monitoringsrapportage van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Ik stuur u bij deze de antwoorden op die vragen.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat, V.L.W.A. Heijnen

Vraag 1:

De leden van de fractie van de PvdD wijzen erop dat in de rapportage wordt geconcludeerd dat de luchtkwaliteit in Nederland wat betreft stikstofdioxiden en fijnstof in het jaar 2021 is verbeterd ten opzichte van het jaar 2020. Verwacht wordt dat de luchtkwaliteit de komende jaren verder zal verbeteren. Tegelijkertijd wordt geconcludeerd dat het beeld er anders uitziet als wordt gerekend met de nieuwe, lagere advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit het jaar 2021. Kan de regering aangeven hoeveel gezondheidsvoordeel ― dat wil zeggen het aantal gespaarde levens ― het rekenen met die lagere advieswaarden zou opleveren indien Nederland daar nu al aan zou voldoen? Kan de regering ook aangeven wat de consequenties zijn voor het wegverkeer, de industrie en de veehouderijen, wanneer nu al met die lagere advieswaarden gerekend wordt? Wat betekent dit voor de krimp van het wagenpark, de vergroening van zware industrie en de krimp van de hoeveelheid dieren in veehouderijen? Ligt de regering op schema om te voldoen aan deze lagere advieswaarden die in het jaar 2030 in Nederland geïmplementeerd dienen te zijn? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 1:

De luchtkwaliteit in Nederland wordt steeds beter, en die trend zet zich naar verwachting door richting 2030. Het wel of niet rekenen met nieuwe WHO-advieswaarden heeft daar op zich geen invloed op.

In de NSL-rapportage wordt opgemerkt dat: «Een ander beeld ontstaat als wordt gerekend met de nieuwe, strengere advieswaarden van de WHO uit 2021. Dan zijn veel inwoners in 2021 blootgesteld geweest aan concentraties boven de advieswaarden. Deze waarden zijn nu niet in Nederlandse wetgeving opgenomen». Deze opmerking betekent dat het hanteren van de nieuwe WHO-advieswaarden tot de conclusie leidt dat veel meer mensen worden blootgesteld aan concentraties boven de advieswaarden dan wanneer de waarden uit 2005 worden gehanteerd.

In een onderzoek van juli 2022 heeft het RIVM berekend wat de gezondheidswinst zou kunnen zijn als Nederland aan de WHO-advieswaarden uit 2021 zou voldoen.8 RIVM heeft berekend dat een verlaging van concentraties tot de nieuwe, aangescherpte WHO-advieswaarden, in 2030 ongeveer 5,5 maanden gemiddeld gezondheidswinst zou opleveren ten opzichte van 2016. Dit betekent dat er gemiddeld 2,5 maanden gezondheidsverlies overblijft in 2030, ten opzichte van gemiddeld 8 maanden gezondheidsverlies in 2016. Met het huidige Schone Lucht Akkoord wordt de gezondheidswinst ingeschat op 3,5 maanden (4,5 maanden verlies in 2030 t.o.v. 8 maanden verlies in 2016).

De WHO-advieswaarden hebben geen juridisch bindend karakter. Het Rijk heeft zich met het Schone Lucht Akkoord gecommitteerd aan de doelstelling om de WHO-advieswaarden uit 2005 te halen in 2030. Het Rijk heeft de WHO-advieswaarden uit 2005 als doel opgenomen voordat de nieuwe WHO advieswaarden zijn uitgebracht. Er is geen juridische verplichting om de nieuwe WHO-advieswaarden uit 2021 al in 2030 te halen.

Op mijn verzoek heeft RIVM in beeld gebracht welke stappen moeten worden gezet om in 2030 aan de in 2021 uitgebrachte nieuwe WHO-advieswaarden te voldoen. Uit het onderzoek van het RIVM blijkt dat de nieuwe WHO-advieswaarden in 2030 alleen met bijzonder ingrijpende maatregelen overal gehaald kunnen worden. Het betreft maatregelen zoals het uitsluitend nog toestaan van nul-emissie verkeer in de Randstad, het (fors) beperken van de productie van de zware industrie, de veehouderij en beperken van de lucht- en zeevaart. Het RIVM merkt op dat er vraagtekens kunnen worden gezet bij de maatschappelijke, technische en financiële haalbaarheid van deze vergaande scenario’s, vooral gezien de redelijk korte termijn om de WHO-advieswaarden te halen. Daarnaast vraagt dit ook vergelijkbare maatregelen in de ons omringende landen. De nieuwe WHO-advieswaarden zijn voor mij een extra stimulans om door te gaan met al het werk om de lucht schoner te maken. 2030 komt echter te snel om de WHO-advieswaarden al overal in Nederland te halen. Het kabinet kiest er daarom voor om stapsgewijs toe te werken naar WHO-advieswaarden.

Vraag 2:

De leden van de fractie van de PvdD merken op dat de rapportage enkel betrekking heeft op het meten van luchtkwaliteit in relatie tot het wegverkeer, de industrie en de veehouderijen. Op 1 juli 2022 bood het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) de Tweede Kamer het rapport «Inventarisatie van benodigde maatregelen om WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit in 2030 te realiseren» aan, dat ook ingaat op de uitstoot van fijnstof door houtkachels. Uit dat rapport bleek dat houtkachels in woonwijken grotendeels verantwoordelijk zijn voor 23% van de totale fijnstofuitstoot in Nederland. Daarmee vormen houtkachels de grootste bron van fijnstof. In het Schone Lucht Akkoord (SLA) wordt nu ingezet op «schoon» stoken en op het afkondigen van stookalerts, maatregelen die volgens de leden van de fractie van de PvdD volstrekt onvoldoende zijn. Gezien de toename van de verkoop en het gebruik van houtkachels door de energiecrisis, zal de uitstoot van fijnstof door houtkachels naar verwachting de komende jaren alleen maar verder toenemen. Daarmee nemen gezondheidsklachten en overlast eveneens toe, aldus deze leden. Is de regering voornemens om houtstook op termijn uit te faseren? Zo nee, waarom niet? En is de regering voornemens om de fijnstofuitstoot door houtstook mee te nemen in de volgende Monitoringsrapportage NSL? Zo nee, waarom niet? Tot slot, kan de regering aangeven hoe de gemeentelijke pilot over houtstookarme/houtstookrijke wijken in Helmond, Utrecht en Nijmegen verloopt?

Antwoord 2:

In de NSL rapportages worden alle bronnen van luchtverontreiniging meegenomen via de achtergrondconcentraties. De fijnstofuitstoot van houtstook wordt dus al meegenomen in de NSL Monitoringsrapportages. Wegverkeer en veehouderijen worden wel op een hoger detailniveau doorgerekend in de monitoring vanwege de beschikbaarheid van gedetailleerde inputdata, de omvang van de bronbijdrage en de nabijheid van locaties waar mensen worden blootgesteld.

Het Rijk werkt samen met de aan het Schone Lucht Akkoord deelnemende gemeenten en provincies om houtstook en de overlast van houtstook te verminderen. De gemeenten Helmond, Utrecht en Nijmegen hebben maatregelen genomen onder andere op het gebied van communicatie over houtstook, het gebruik van de stookwijzer en het met subsidie verwijderen van kachels en rookkanalen. Op dit moment wordt ook gewerkt aan mogelijk aanvullende maatregelen om de (overlast van) houtstook te verminderen.

Vraag 3:

Is de regering voornemens om ook de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxiden door de scheep- en luchtvaart mee te nemen in de rapportage? Zo nee, waarom niet?

Antwoord 3:

In de NSL-rapportage wordt de uitstoot van fijnstof en stikstofdioxide door scheep- en luchtvaart reeds meegenomen in de achtergrondconcentratiekaarten.


X Noot
1

Samenstelling (Tot 13 juni 2023):

Atsma (CDA), De Boer (GL), Van Dijk (SGP), Pijlman (D66), Klip-Martin (VVD), Baay-Timmerman (50PLUS), A.J.M. van Kesteren (PVV), Arbouw (VVD), Bezaan (PVV), Fiers (PvdA), Dessing (FVD), Geerdink (VVD), Janssen (SP), Kluit (GL), Van der Linden (Fractie-Nanninga), Meijer (VVD) (voorzitter), Moonen (D66), Nicolaï (PvdD), Prins (CDA), Recourt (PvdA), Rietkerk (CDA), vacant (GL), Verkerk (CU), De Vries (Fractie-Otten), Van Pareren (Fractie-Nanninga), Raven (OSF) en Karakus (PvdA) (ondervoorzitter).

X Noot
2

Kamerstukken I 2022/23, 30 175 X.

X Noot
3

Kamerstukken I 2022/23, 30 175 X.

X Noot
4

Zie hiervoor pagina 12 van de dertiende rapportage over de Monitoringsrapportage NSL 2022 «Stand van zaken Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit».

X Noot
5

Kamerstukken II 2021/222, 30 175, nr. 415.

X Noot
6

Raadpleegbaar via: https://www.schoneluchtakkoord.nl.

X Noot
8

RIVM, 2022. Inventarisatie van benodigde maatregelen om WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit in 2030 te realiseren.

Naar boven