Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2016-201730175 nr. 249

30 175 Luchtkwaliteit

27 625 Waterbeleid

Nr. 249 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 februari 2017

Met deze brief geef ik op uw verzoek, mede namens de Minister van Infrastructuur en Milieu, reactie op de bevindingen ten aanzien van lucht- en waterkwaliteit in het landenrapport dat de Europese Commissie (EC) op maandag 6 februari heeft gepubliceerd. De Commissiemededeling over de Environmental Implementation Review1, waar het landenrapport voor Nederland een bijlage bij is, wordt door de EC toegelicht op de Milieuraad van 28 februari 2017.

In het landenrapport constateert de EC dat Nederland sinds lange tijd een koploper is op het gebied van milieubeleid, zowel wat betreft de aanpak van de milieubelasting als het organiseren van een doeltreffend milieubeheer in samenwerking met regionale en lokale overheden, het bedrijfsleven en het maatschappelijk middenveld. Daarnaast worden in het rapport uitdagingen benoemd op het terrein van lucht- en waterkwaliteit. Daar zal ik in deze brief nader op ingaan.

Luchtkwaliteit

De EC concludeert dat de uitstoot van een aantal luchtverontreinigende stoffen in Nederland aanzienlijk is gedaald de afgelopen jaren. De dalende trend van NO2 is in Nederland sterker dan in de meeste andere landen volgens de rapportage (Air quality in Europe – 2016 report) van het Europees Milieuagentschap (EMA), dat ten grondslag ligt aan het landenrapport. De uitstoot van luchtverontreinigende emissies uit verkeer laat een dalende trend zien sinds 1990 met zo’n 70%2. Desondanks worden nog niet overal in Nederland de normen gehaald. Dit blijkt ook uit de jaarlijkse monitoring van de luchtkwaliteit in het kader van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)3. Door de relatief hoge dichtheid van industrie en verkeer in Nederland resteert in enkele steden een aantal binnenstedelijke overschrijdingen van de EU-grenswaarden voor NO2. Om de resterende NO2-knelpunten aan te pakken, heb ik aanvullend op het Europese beleid samen met de grote steden het Actieplan Luchtkwaliteit opgesteld.

Tegelijkertijd benoemt de EC in het rapport de luchtkwaliteit in Nederland als zorgwekkend vanwege de gezondheidseffecten. Het geschatte aantal verloren levensjaren als gevolg van luchtverontreiniging in Nederland ligt rond het Europees gemiddelde. Dit blijkt uit het EMA-rapport dat ten grondslag ligt aan het landenrapport. Juist vanwege de gezondheidseffecten die luchtverontreiniging kan veroorzaken, zet ik in op een permanente verbetering van de luchtkwaliteit om toe te werken naar de WHO-advieswaarden. Een aanpak in Europees verband, zoals het aanscherpen en naleven van emissie-eisen voor voertuigen en implementatie van de NEC-plafonds, is hierbij essentieel. Nu bijna overal de Europese normen worden gehaald, geeft dat de kans het beleid meer te richten op gezondheidswinst in plaats van lokale knelpunten. Dit pak ik op samen met decentrale overheden, belangenorganisaties en bedrijfsleven in het nieuwe luchtkwaliteitsplan, zoals ook is verzocht in de motie Van Veldhoven c.s.4

In dit kader werk ik ook aan het verminderen van emissies van andere stoffen, zoals fijn stof en ammoniak. De EC vraagt hier in het rapport ook aandacht voor. De emissies van (primair) fijn stof zijn voor een aanzienlijk deel afkomstig van pluimveehouderijen. Per augustus 2015 geldt voor nieuw te bouwen stallen een reductie-eis van 30%. Naar aanleiding van nieuw onderzoek naar de effecten van stalemissies op omwonenden wordt met de pluimveesector overleg gevoerd over aanscherping van de eisen. De EC wijst op het belang van het terugdringen van ammoniakemissies. De emissies bij het uitrijden van mest en uit stallen zijn door het gevoerde beleid sterk verlaagd in de afgelopen decennia. De verwachting is dat deze dalende trend zich met het huidige en voorgenomen beleid nog verder doorzet. Dit beleid is vastgelegd in de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) en in het Besluit emissiearme huisvesting.

De EC noemt vooral de congestie tijdens piekuren een probleem in Nederland, met name in de Randstad. De NSL-monitoringsrapportage 2016 laat zien dat op nagenoeg alle locaties langs de rijkssnelwegen wordt voldaan aan de normen voor luchtkwaliteit. Dit neemt niet weg dat het beter is voor de luchtkwaliteit wanneer de doorstroming op orde is dan wanneer auto’s stilstaan. Om de doorstroming van het verkeer te bevorderen, staan de nodige investeringen geprogrammeerd in het MIRT: investeringen zowel in het snelwegennet als voor het verbeteren van het openbaar vervoer. Verder zet het Kabinet in op het bevorderen van duurzame mobiliteit en «smart mobility». Het ontwikkelen van slimme innovatieve toepassingen (reisinformatie, zelfrijdende auto, zero-emissie bussen, slimme logistiek) draagt bij aan minder uitstoot en een beter gebruik van de bestaande infrastructuur en daarmee ook aan een betere doorstroming van het verkeer, zowel binnenstedelijk als op de interstedelijke verbindingen.

Waterkwaliteit

Voor de waterkwaliteit is het oordeel gebaseerd op de stroomgebiedbeheerplannen uit 2009. Inmiddels zijn de plannen van 2015 al in uitvoering. Het afgelopen jaar is een extra beleidsimpuls gegeven met als doel de waterkwaliteit versneld te verbeteren. Dit is vastgelegd in de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater, waarvoor 30 partijen (overheden, maatschappelijke organisaties en kennisinstituten) in november een intentieverklaring hebben bekrachtigd.

De EC wijst in haar rapport op het teveel aan meststoffen in een deel van onze wateren. Dit blijft inderdaad een opgave, waarvoor de Minister van Infrastructuur en Milieu samen met de Staatssecretaris van Economische Zaken veel aandacht heeft in de voorbereiding van het 6e Nitraat Actieprogramma (2018–2022). Opgemerkt kan worden dat de EC geen gebruik maakt van het oordeel van de toestand van het water gebaseerd op het «one-out-all-out» principe van de Kaderrichtlijn Water. Zoals de Minister van Infrastructuur en Milieu eerder heeft aangegeven, vertekent dit het beeld van de werkelijke waterkwaliteit inclusief de verbeteringen hierin. Om die reden heeft Nederland zich er voor ingezet dat dit oordeel niet meer als zodanig wordt gebruikt.

De EC legt in het rapport geen relatie tussen files en waterkwaliteit. Wel is het zo dat stikstof in de lucht een bijdrage levert aan de belasting van oppervlaktewater.

De EC constateert dat de drinkwaterkwaliteit op orde is. Dat betekent echter niet dat we nu achterover kunnen leunen. Het blijft zaak om samen met de andere overheden en de sector te blijven investeren in een goede kwaliteit van ons drinkwater. Ook drinkwaterkwaliteit maakt onderdeel uit van de Delta-aanpak Waterkwaliteit en Zoetwater, omdat de invloed van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen en medicijnresten ook consequenties kan hebben voor drinkwater.

De EC geeft Nederland een compliment als het gaat om afvalwaterbehandeling. Dit beeld wordt bevestigd in de «monitoring van de gemeentelijke watertaken 2016» (Rioned) en «Bedrijfsvergelijking zuiveringsbeheer 2016» (Unie van Waterschappen). Sinds 1990 hebben gemeenten in totaal € 5 mrd uitgegeven aan maatregelen om vervuiling vanuit de riolering via overstorten op het oppervlaktewater tegen te gaan. Zuiveringsprestaties (de mate waarin stikstof, fosfor en chemische zuurstof wordt verwijderd) van RWZI 's bedroegen in 2012 en 2015 circa 87%. Dat is ruim boven het minimale wettelijke vereiste van 75%.

De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu, S.A.M. Dijksma


X Noot
1

COM (2017) 63 final.

X Noot
2

CBS, Compendium voor de leefomgeving.

X Noot
3

Kamerstuk 30 175, nr. 247.

X Noot
4

Kamerstuk 34 550 XII, nr. 46.