30 169 Mantelzorg

Nr. 79 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 15 april 2026

U heeft per brief (kenmerk 2026Z05034) verzocht te reageren op een brief die uw vaste commissie Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft ontvangen. Met deze brief voldoe ik aan dit verzoek.

De briefschrijvers meneer W. en mevrouw D. vertellen over hun ervaringen met de zorg. Meneer W. is zorgbehoeftig en D. is zijn mantelzorger. Het moet een schrijnende werkelijkheid zijn waar W. en D. in leven. Het raakt me om te lezen dat D. als mantelzorger zo veel zorg op zich neemt voor W.

Allereerst dank ik u voor het delen van dit bericht. Ik vind het belangrijk om deze verhalen te blijven horen. Ik kan echter niet uitgebreid ingaan op individuele situaties. Wel kan ik bij deze aangeven dat een medewerker van het team complexe casuïstiek van mijn ministerie contact op zal nemen met mevrouw en meneer om hun verhaal aan te horen en te bezien of de juiste partijen betrokken zijn. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat het inschakelen van een onafhankelijke cliëntondersteuner in deze situatie al zou kunnen helpen met het organiseren van zorg en ondersteuning. Dat zal het team complexe casuïstiek van VWS nagaan.

Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk

Naar boven