Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 16 maart 2026
Uw vaste Kamercommissie voor VWS heeft mij op 11 februari 2026 verzocht te reageren
op het schrijven van dhr. en mevr. H. In hun brief vragen ze aandacht voor de belemmerende
regelgeving rondom het plaatsen van een mantelzorgwoning. Hierbij informeer ik u over
de stappen die ik samen met de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
zet om het plaatsen van een mantelzorgwoning te vergemakkelijken.
De briefschrijvers geven aan dat ze bij het realiseren van een mantelzorgwoning aanlopen
tegen een buitengewoon complexe en tijdrovende praktijk. Meneer en mevrouw geven aan
dat ze hebben voldaan aan de geldende regelgeving en vanuit de gemeente volledige
medewerking hebben ontvangen. Vervolgens lopen ze vast op langdurige bezwaar- en beroepsprocedures
die door de buren zijn opgestart.
Allereerst betreur ik de ontstane situatie voor de briefschrijvers en wil ik ze bedanken
voor het afgeven van dit signaal. De beschreven situatie past goed bij de beweegredenen
van de vorige Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, voor het vergunningvrij
maken van mantelzorg- en familiewoningen: het faciliteren van zorg voor elkaar en
het bieden van passende huisvesting op eigen terrein.
Ook in het coalitieakkoord van het huidige kabinet is er aandacht voor het vergunningvrij
maken van mantelzorg- en familiewoningen. Er wordt momenteel gewerkt aan een regeling
waarmee mantelzorg- en familiewoningen op eigen erf vergunningvrij mogen worden gebouwd
en hier gaan we onder het huidige kabinet mee door.
De regeling voorziet erin dat het – onder voorwaarden – niet langer nodig is om voor
dergelijke woningen op eigen erf een vergunning aan te vragen. Naast mantelzorgwoningen
gaat deze regeling ook gelden voor huisvesting voor familieleden in de eerste graad
(hierna: familiewoningen). De uiteindelijke regeling zal bij inwerkingtreding prevaleren
boven het bestemmingsplan dat de gemeente vaststelt.
Op 19 december jl. is de laatste versie van het ontwerpbesluit, waar het vergunningvrij
maken van mantelzorg- en familiewoningen onderdeel van is, gepubliceerd en naar de
Eerste en Tweede Kamer gestuurd1.
Dit ontwerpbesluit is een uitwerking van het wetsvoorstel Versterking regie volkshuisvesting.
Zowel dit wetsvoorstel als het besluit dienen inwerking te treden voordat mantelzorg-
en familiewoningen (onder gestelde voorwaarden) landelijk vergunningvrij zijn. Ook onder het huidige recht is het in principe in gemeenten
al mogelijk om mantelzorgwoningen vergunningvrij te realiseren. MantelzorgNL en de
Vereniging Nederlandse Gemeenten hebben, als uitwerking van één van de acties in de
Mantelzorgagenda 2023–2026, in 2025 een handreiking opgesteld voor gemeenten2.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening streeft ernaar zowel de wet
als de onderliggende regelgeving in werking te laten treden per 1 juli 2026. Daarbij
dient te worden opgemerkt dat dit afhankelijk is van de behandeling in de Tweede en
Eerste Kamer.
De beoordeling of voor een specifieke mantelzorgwoning een vergunning is vereist,
dan wel sprake is van vergunningvrij bouwen, vindt plaats door het bevoegd gezag,
in de regel de gemeente. Ook bezwaar- en beroepsprocedures worden op gemeentelijk
niveau behandeld. Het Rijk treedt niet in individuele besluitvormings- of bezwaarprocedures,
maar stelt het wettelijke kader waarbinnen gemeenten hun bevoegdheden uitoefenen.
Ik vertrouw erop u met deze brief voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk