30 153
Verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Arabische Republiek Egypte; Caïro, 27 juli 2003

A
nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 7 juni 2005

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 9 juni 2005. De wens dat het verdrag aan de uitdrukkelijke goedkeuring van de Staten-Generaal wordt onderworpen kan door of namens één van de Kamers of door ten minste vijftien leden van de Eerste Kamer dan wel dertig leden van de Tweede Kamer te kennen worden gegeven uiterlijk op 9 juli 2005.Overeenkomstig het bepaalde in artikel 2, eerste lid, en artikel 5, eerste lid, van de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen, de Raad van State gehoord, heb ik de eer u hierbij ter stilzwijgende goedkeuring over te leggen het op 27 juli 2003 te Caïro totstandgekomen verdrag inzake sociale zekerheid tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Arabische Republiek Egypte (Trb. 2003, 145)1.

Een toelichtende nota bij het verdrag treft u eveneens hierbij aan.

De goedkeuring wordt alleen voor Nederland gevraagd.

De Minister van Buitenlandse Zaken,

B. R. Bot

TOELICHTENDE NOTA

1. Algemeen

1.1. Wet beperking export uitkeringen

Op 1 januari 2000 zijn de Wet beperking export uitkeringen (Wet van 27 mei 1999, Stb. 250) en de Wijzigingswet beperking export uitkeringen (Wet van 22 december 1999, Stb. 594) in werking getreden. Op grond van deze wetten heeft de verzekerde geen recht op een socialeverzekeringsuitkering gedurende de periode dat hij, of degene ten behoeve van wie de uitkering wordt verstrekt, niet in Nederland woont. Deze exportbeperking geldt niet, indien de betrokkene woont in een land waarin op grond van een verdrag of een besluit van een volkenrechtelijke organisatie recht op uitkering kan bestaan.

Achtergrond van deze wetgeving is de omstandigheid dat de rechtmatigheid van de socialeverzekeringsuitkeringen die over de grens worden verstrekt, niet afdoende kan worden gewaarborgd. De uitvoeringsorganen beschikken dikwijls niet over de mogelijkheden om buiten Nederland de voor de uitvoering van de sociale verzekeringen noodzakelijke verificaties en controles te verrichten zoals die ook in Nederland plaatsvinden. Het doel van de Wet beperking export uitkeringen is om de rechtmatigheid van de uitkeringen te verbeteren door de handhaafbaarheid van de socialeverzekeringswetten over de grens te versterken. Het middel hiertoe is om met de landen waar Nederlandse uitkeringen worden betaald, bij verdrag afspraken te maken die ten aanzien van dat land de handhaafbaarheid van de socialeverzekeringswetten, en daardoor de rechtmatigheid van de uitkeringen, verbeteren. Hiertoe behoren tevens afspraken die de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen vergemakkelijken.

1.2. Handhavingsafspraken

Het verdrag met de Arabische Republiek Egypte voorziet in de handhavingsafspraken die noodzakelijk zijn in het licht van de Wet beperking export uitkeringen. Deze afspraken zijn erop gericht om verificatie en controle mogelijk te maken ten aanzien van de volgende aspecten die van belang zijn voor de uitvoering van de socialeverzekeringswetten:

• Identiteit;

• in leven zijn;

• leefvorm;

• inkomen van de betrokkene;

• inkomen van de partner;

• samenloop van uitkeringen;

• arbeidsongeschiktheid;

• bestaan/leeftijd/inkomen/onderwijs van het kind;

• detentie.

Daarnaast is afgesproken dat wederzijds de voor tenuitvoerlegging vatbare beslissingen van de uitvoeringsorganen inzake de terugvordering van onverschuldigd betaalde uitkeringen en de invordering van verschuldigde premies, alsmede opgelegde boeten en maatregelen, worden erkend. Het verdrag verschaft derhalve een executoriale titel voor tenuitvoerlegging van deze beslissingen en uitspraken in beide landen.

Gelet op de hiervoor aangeduide handhavingsafspraken wordt op grond van het verdrag de exportbeperking ten aanzien van de Arabische Republiek Egypte opgeheven.

1.3. Vaststelling van de toepasselijke wetgeving

Het verdrag bevat tevens afspraken over de aanwijzing van de toe te passen socialeverzekeringswetgeving in situaties waarin aanknopingspunten kunnen bestaan met de wetgevingen van beide landen. Zonder deze afspraken kunnen de gevolgen op het terrein van de sociale zekerheid in verschillende opzichten negatief zijn. Zo is men doorgaans in het land waarin (tijdelijk) wordt gewerkt verplicht verzekerd voor de sociale verzekeringen en derhalve gehouden tot premiebetaling, zonder dat daar uitkeringsrechten tegenover behoeven te staan. Of er kan juist sprake zijn van verplichte verzekering in beide landen en derhalve van dubbele premiebetaling. Afspraken hierover in het verdrag strekken ertoe deze negatieve gevolgen te voorkomen.

2. Artikelsgewijze toelichting

Deel I

Algemene bepalingen

Artikel 1 bevat definities van in het verdrag gebruikte begrippen.

Artikel 2 vermeldt de Nederlandse en Egyptische wettelijke regelingen waarop het verdrag van toepassing is. Voor Nederland zijn dit de Ziektewet (ZW), De Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ), de Algemene Ouderdomswet (AOW), de Algemene nabestaandenwet (ANW) de Algemene Kinderbijslagwet (AKW) en de Wet werk en bijstand (WWB). De WWB is onder de materiële werkingssfeer van het verdrag gebracht teneinde te kunnen controleren of bijstandsgerechtigden vermogen bezitten in de Egypte. De bijstand op basis van de WWB is overigens niet exporteerbaar. Tevens is de Werkloosheidswet (WW) onder de materiële werkingssfeer opgenomen teneinde te bewerkstelligen dat, bijvoorbeeld in geval van detachering, een werknemer die onder de verzekering van de zendstaat blijft vallen voor alle sociale verzekeringen, inclusief de WW, verzekerd blijft. De WW-uitkering is overigens niet exporteerbaar.

Het in artikel 5 bepaalde heft de exportbeperking op van de Wet beperking export uitkeringen. De voor het recht op uitkering geldende wettelijke eis dat de uitkeringsgerechtigde of zijn gezinslid in Nederland dient te wonen, geldt niet voor de in Egypte wonende uitkeringsgerechtigden en hun gezinsleden. Nederland behoudt zich overigens de mogelijkheid voor om de export van kinderbijslag op grond van de AKW alsnog te beperken.

Deel II

Vaststelling van de toepasselijke wetgeving

Aan de hand van zogenaamde aanwijsregels in de bepalingen van deel II wordt vastgesteld welke socialeverzekeringswetgeving op een persoon van toepassing is. Het uitgangspunt hierbij is dat een persoon uitsluitend onderworpen kan zijn aan de socialeverzekeringswetgeving van één land. De hoofdregel is dat op een persoon uitsluitend de wetgeving van toepassing is van het land waarin hij zijn werkzaamheden verricht. In artikel 7 is dit vastgelegd voor werknemers. In artikel 8 is een zelfde regel voor zelfstandigen opgenomen. Uitzonderingen op de hoofdregel zijn opgenomen voor ambulant personeel van ondernemingen die internationaal vervoer voor personen of goederen verrichten (artikel 7, derde lid), gedetacheerden (artikel 9), bemanningsleden aan boord van schepen (artikel 10), diplomatieke en consulaire vertegenwoordigers (artikel 11, eerste lid) en lokaal aangeworven personeel van diplomatieke en consulaire vertegenwoordigingen (artikel 11, tweede lid).

Deel III

Handhaving

In de artikelen 13 tot en met 15, zijn de bepalingen opgenomen die de rechtsbasis bieden voor de controle en verificatie van de rechtmatigheid van de betaling van de uitkeringen. Zulks was nodig om vorm en inhoud te geven aan het Nederlandse handhavingsbeleid inzake de controle op de rechtmatigheid van uitkeringen die in het buitenland worden verstrekt. De handhavingsbepalingen zijn op basis van wederkerigheid in het verdrag vastgelegd.

Artikel 16 regelt de erkenning van administratieve en rechterlijke beslissingen inzake de inning van onverschuldigde betalingen, sociale verzekeringspremies en administratieve boeten, die voor tenuitvoerlegging vatbaar zijn. Het verdrag verschaft derhalve een executoriale titel voor tenuitvoerlegging van deze beslissingen en uitspraken in Nederland en in Egypte. Artikel 17 gaat over de mogelijkheid van verrekening van onverschuldigd betaalde uitkeringen met uitkeringen in de andere verdragsluitende partij.

Op grond van artikel 18 hebben de uitkeringsorganen de bevoegdheid om de uitkering te weigeren, te schorsen of in te trekken bij niet tijdige nakoming door betrokkene van de informatieverplichting of de verplichting om onderzoeken te ondergaan. Bovendien wordt de uitkeringsorganen de bevoegdheid gegeven om de uitkering te weigeren of te schorsen, indien het orgaan in het andere land niet tijdig de informatie verstrekt waarom wordt verzocht.

Deze sanctiebepaling wordt niet toegepast. Indien de gelegenheid zich voordoet zal de regering de wederpartij voorstellen de sanctiebepaling te schrappen. De Tweede Kamer is hierover geïnformeerd bij brief van 7 juni 2004 (Kamerstukken II 2003/04, 29 005, nr. 8).

Deel IV

Diverse bepalingen

Dit deel bevat bepalingen aangaande het wederzijds verstrekken van noodzakelijke informatie en hulp in de uitvoering van de verschillende wetten (artikelen 20 en 21), de wijze van betaling (artikel 22) en het beslechten van geschillen (artikel 23).

Daarnaast regelt artikel 19 de bescherming van persoonlijke gegevens die in het kader van het verdrag worden uitgewisseld. Uitgangspunt is dat terzake de wetgeving van het verstrekkende land van toepassing is. Verdere verstrekking, wijziging of vernietiging van deze gegevens is onderworpen aan de wetgeving van het ontvangende land. Gebruik van persoonlijke gegevens voor andere doeleinden dan sociale zekerheid is in beginsel onderworpen aan de toestemming van de betrokkene. Voor Nederland is de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp; Wet van 6 juli 2000, Stb. 302) terzake relevant. Met deze wet is Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (PbEG L 281) geïmplementeerd. Uitgangspunt van de wet is dat persoonsgegevens slechts worden doorgegeven naar een land buiten de Europese Unie indien dat land een passend beschermingsniveau waarborgt. Is daarvan geen sprake, dan is doorgifte niettemin mogelijk indien o.a. de betrokkene daarvoor zijn ondubbelzinnige toestemming heeft gegeven (artikel 77, eerste lid, onderdeel a, Wbp, ter uitvoering van artikel 26, eerste lid onder a, van de Richtlijn).

Overigens is, los van de vraag of Egypte al dan niet een passend beschermingsniveau waarborgt, doorgifte van persoonsgegevens naar een land dat geen waarborgen voor een passend beschermingsniveau biedt, eveneens mogelijk indien de doorgifte noodzakelijk is vanwege een zwaarwegend algemeen belang, of voor de vaststelling, de uitvoering of de verdediging in rechte van enig recht (artikel 77, eerste lid, onderdeel d, Wbp, ter uitvoering van artikel 26, eerste lid, onder d, van de Richtlijn). In dat kader zij gewezen op overweging 58 bij de hiervoor genoemde Richtlijn, waarin internationale gegevensuitwisselingen tussen voor de sociale zekerheid bevoegde diensten specifiek worden genoemd. Derhalve kan worden gesteld dat in het kader van de toepassing van het verdrag wordt voldaan aan de vereisten van de Wet bescherming persoonsgegevens en van de Richtlijn.

Deel V

Slotbepalingen

Dit deel bevat bepalingen met betrekking tot de inwerkingtreding (artikel 24), de territoriale toepassing (artikel 25) en de beëindiging (artikel 26) van het verdrag. Om de export van uitkeringen op grond van het verdrag zo spoedig mogelijk te hervatten, is de voorlopige toepassing van artikel 5 in het derde lid van artikel 24 opgenomen. Tevens is voorzien in een terugwerkende kracht van de exportbepaling tot en met 1 januari 2003 (artikel 24, tweede lid).

3. Koninkrijkspositie

Het verdrag zal voor wat het Koninkrijk betreft, alleen voor Nederland gelden.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

H. A. L. van Hoof

De Minister van Buitenlandse Zaken,

B. R. Bot


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven