30 139 Veteranenzorg

Nr. 306 MOTIE VAN HET LID TEN HOVE

Voorgesteld tijdens het notaoverleg van 22 juni 2026

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende dat er in de kwestie-Van Wulfen vier verschillende Defensieartsen in vier verschillende rechtsplegingen tuchtrechtelijk zijn veroordeeld, waarvan twee verschillende artsen in twee verschillende rechtsplegingen met het wel gegrond verklaren van het klachtpunt vervalsing van het medisch dossier;

gelet op het feit dat de Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO) reeds stelde dat Defensie zich verplicht dient te voelen tot het compenseren van de door de heer Van Wulfen geleden en nog te lijden materiële schade;

spreekt uit dat de Staat onvoorwaardelijk volledige aansprakelijkheid erkent jegens de heer Van Wulfen;

verzoekt de regering om de kwestie op korte termijn buitengerechtelijk tot een oplossing te brengen die recht doet aan de door de heer Van Wulfen geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade en hem de erkenning te geven die hij verdient,

en gaat over tot de orde van de dag.

Ten Hove

Naar boven