Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2017-201830139 nr. 203

30 139 Veteranenzorg

Nr. 203 BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 september 2018

De motie van het lid Van den Bosch c.s. (Kamerstuk 30 139, nr. 188), ingediend tijdens het notaoverleg Veteranen op 26 juni jl., verzoekt de regering om de mogelijkheden te onderzoeken voor de medefinanciering van het Nationaal Fonds Ereschuld door derden. Ik vind het belangrijk om de maatschappelijke betrokkenheid van zowel particulieren als bedrijven bij het veteranenbeleid te vergroten. Door deze groepen de mogelijkheid te bieden om financieel bij te dragen aan het veteranenbeleid kan deze betrokkenheid toenemen. Ik heb de mogelijkheden verkend en gekozen voor een praktische oplossing die snel te realiseren is.

Particulieren en bedrijven kunnen veteranen sinds kort financieel ondersteunen door een schenking te doen aan de Stichting Ondersteuning Veteranen Activiteiten (OVA). Deze stichting, die wordt voorzien van een Algemeen Nut Beogende Instellingen (ANBI)-status, is speciaal in het leven geroepen voor schenkingen en is ondergebracht bij het Veteraneninstituut. De schenkingen die de stichting binnenkrijgt, kunnen worden gebruikt voor onder andere bijzondere initiatieven voor of door veteranen en hun thuisfront.

Ik heb niet gekozen voor medefinanciering van het Nationaal Fonds Ereschuld door derden omdat die optie stuit op een aantal praktische bezwaren die op de korte termijn niet weg te nemen zijn:

  • Het Nationaal Fonds Ereschuld is bedoeld om schadevergoedingen aan veteranen uit te betalen voor uitzendgerelateerde aandoeningen: hiermee voldoet Defensie aan haar werkgeversverplichting. Het Fonds is niet bedoeld voor de algemene (na)zorg aan veteranen of voor andere initiatieven voor of door veteranen. Het ligt niet voor de hand dat derden bereid zullen zijn bij te dragen aan schadevergoedingen.

  • Het Fonds is niet ondergebracht bij een aparte stichting met een ANBI-status. Hierdoor kunnen derden slechts tot € 2.129,– per jaar belastingvrij aan het Fonds schenken.

  • Het is wenselijk om de Rijksbegroting en andere financiële middelen van elkaar gescheiden te houden. Het op de Defensiebegroting ondergebrachte Nationaal Fonds Ereschuld maakt op dit moment deel uit van de Rijksbegroting. De financiële administratie van het Fonds is er niet op ingericht om schenkingen apart bij te houden. Dit betekent dat Defensie niet in staat is om financiële verantwoording af te leggen aan de particuliere donateurs.

  • Het Fonds heeft geen ongelimiteerde eindejaarsmarge waardoor bij onderuitputting het budget mogelijk aan andere zaken wordt besteed of vrijvalt voor het generale beeld. Er kan daardoor niet worden gegarandeerd dat het geld wordt behouden en besteed aan het doel dat de schenker voor ogen heeft.

De voornoemde belemmeringen ten aanzien van financiële verantwoording, belastingvoordeel en eindejaarsmarge zijn bij de stichting OVA niet van toepassing. Conform het plan van aanpak aanbevelingen evaluatie veteranenbeleid (Kamerstuk 30 139-X-127) worden op dit moment mogelijkheden onderzocht om het besturingsmodel van het veteranenbeleid te moderniseren. Indien het toekomstige besturingsmodel meer mogelijkheden blijkt te bieden om particulieren een financiële bijdrage ten behoeve van veteranen te laten doen, zal ik dit in overweging nemen en u hier te zijner tijd over informeren.

De Minister van Defensie, A.Th.B. Bijleveld-Schouten