Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum vergadering
Tweede Kamer der Staten-Generaal2004-200530129 nr. 2

30 129
Regels ter uitvoering van bepalingen van de Wet op de vaste boekenprijs (Besluit vaste boekenprijs)

nr. 2
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG

Vastgesteld 8 juni 2005

Binnen de vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap1 hebben enkele fracties de behoefte over de brief van staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Van der Laan d.d. 18 mei 2005 (Kamerstuk 30 129, nr. 1) inzake voorhangprocedure Besluit vaste boekenprijs, enkele vragen en opmerkingen voor te leggen. Bij brief van 8 juni 2005 heeft de staatssecretaris deze beantwoord. Vragen en antwoorden zijn hierna afgedrukt.

De voorzitter van de commissie,

Cornielje

Adjunct-griffier van de commissie,

Jaspers

I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties

De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het concept besluit. Zij constateren dat de nadere regels zijn opgesteld in nauw overleg met de branche. Deze leden hebben nog enkele vragen aan de staatssecretaris.

Is het waar dat winkels die spaarsystemen als het airmilessysteem door artikel 4 van het besluit kunnen worden benadeeld? Bij levering van een boek of een muziekuitgave aan een eindafnemer mag de verkoper nu geen betaling aanvaarden ten laste van een spaartegoed dat door een eindafnemer op een andere wijze dan met een collectieve spaaractie in de zin van artikel 4 is opgebouwd. Is de vrees van de Raad Nederlandse Detailhandel (RND)1 terecht dat het airmilesprogramma wordt geweerd?

Klopt het dat de boekenclubs en uitgevers gedupeerd kunnen worden door de regeling dat licentie-uitgaven als nieuwe boeken worden beschouwd, waardoor het niet meer mogelijk is dat een boekenclub en een boekhandel gelijktijdig boeken gaan verkopen? De boekenclub financiert dit soort uitgaven namelijk mee met de uitgevers. Zou het kunnen dat door deze maatregel bepaalde titels niet meer op de markt zullen verschijnen om dat ze te duur zijn in rechten voor uitgevers alleen?

Genoemde leden constateren dat nadere regels worden gesteld inzake het toepassen van kortingen op de vaste prijs. Met het oog op volumekortingen wordt bepaald dat bij gelijktijdige levering van ten minste twee exemplaren van een boek aan eenzelfde eindafnemer, de verkoper een korting op de vaste prijs kan toepassen. De leden van de CDA-fractie vragen zich af of deze regel wel handhaafbaar is in de praktijk. Hoe denkt de staatssecretaris dat het Commissariaat van de Media deze regel kan controleren?

De leden van de PvdA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het onderhavige besluit. Kunnen zij erop vertrouwen dat dit besluit inderdaad kan worden geregeld door middel van een algemene maatregel van bestuur (AMvB) en niet behoeft te worden geregeld in de wet? Ook zij hebben twijfels bij artikel 4 dat ernstige beperkingen oplegt aan bestaande spaarsystemen, zoals in het bijzonder het airmilessysteem. Is het de bedoeling om het onmogelijk te maken dat mensen via dit systeem boeken of muziekuitgaven aanschaffen? Draagt het huidige spaarsysteem niet bij aan het handhaven van een breed cultuurgoed voor brede lagen van de bevolking? Is er onderzoek verricht naar negatieve bedrijfseffecten, zoals omzet- en imagoschade? Heeft er overleg plaatsgehad met de RND? In hoeverre heeft dat overeenstemming opgeleverd, zo vragen deze leden.

Ook de leden van de VVD-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van het besluit vaste boekenprijs. Deze leden hebben hier enkele vragen en opmerkingen bij.

In het besluit wordt in artikel 4 een aantal regels vastgesteld ten aanzien van collectieve spaaracties. Het artikel maakt het voor spaarsystemen als het airmilessysteem onmogelijk om boeken en muziekuitgaven aan de consument aan te bieden tegen verzilvering van de gespaarde eenheden. De doelstelling van het handhaven van de vaste boekenprijs wordt hier niet mee gediend, integendeel. De leden van deze fractie zijn een tegenstander van de vaste boekenprijs, maar onderschrijven de doelstelling van een breed cultuurgoed voor brede lagen van de bevolking. De voorgestelde maatregelen zijn daar echter mee in tegenspraak. Genoemde spaarsystemen kunnen naar inzicht van deze leden een belangrijke bijdrage aan de brede afname van literatuur en aan de leesbevordering in het algemeen leveren. Daarnaast is het voorgestelde besluit in tegenspraak met het huidige kabinetsbeleid met betrekking tot marktwerking en regels. De leden van de VVD-fractie steunen deze richting van de staatssecretaris dan ook niet. Deze leden vragen de staatssecretaris om een reactie en een toelichting op de gemaakte afwegingen.

De leden van de D66-fractie merken op dat in de AMvB wordt gesteld dat de boekenclub geen actuele titels mag verkopen omdat licentie-uitgaven waarvan de uitvoering afwijkt van de oorspronkelijke uitgave beschouwd worden als nieuwe uitgaven, waarvoor de «vier maanden termijn» geldt. De ECI betoogt dat door de licentie-uitgaven dergelijke beperkingen op te leggen niet alleen uitgevers en boekenclubs gedupeerd worden, maar ook de boekhandel, auteurs en de consument, kortom het hele boekenvak. Kan de staatssecretaris reageren op deze kritiek? Kan de staatssecretaris aangeven wat de reden is om de licentie-uitgaven te schrappen? Is dit acceptabel in het kader van de Mededingingswet? Klopt het dat de boekenclubs (op dit punt) niet over de AMvB geconsulteerd zijn? Is de staatssecretaris bereid de AMvB op dit punt aan te passen? Zo neen, waarom niet?

De leden van de D66-fractie hebben geconstateerd dat de wet op de Vaste Boekenprijs bepaalt, in samenhang met het AMvB, dat grote afnemers bij twee of meer exemplaren korting kunnen bedingen. In de praktijk komt het echter ook vaak voor dat een organisatie een groot afnemer is van steeds één enkel exemplaar (zogenaamde ééntjes, dus níet twee of meer exemplaren). Het handhaven van deze bepaling lijkt problematisch. Past het niet in de geest van de wet om grote afnemers ook kortingsmogelijkheden te bieden wanneer zij veel enkele exemplaren, of ééntjes, afnemen?

Op welke wijze kan aan deze gedachte door een wetsaanpassing, of middels aangepaste handhaving, worden vormgegeven, zo vragen deze leden.

Studieboeken worden vooral door eerstejaars studenten op grote schaal gekocht. Op studieboeken mag, bij vertoning van een geldige collegekaart, korting worden verstrekt. Wanneer eerstejaars studenten hun boeken, voor aanvang van de eerste colleges, aanschaffen zijn zij over het algemeen echter nog niet in het bezit van een geldige collegekaart. Welke oplossing voor deze problematiek stelt de staatssecretaris voor?

De leden van de D66-fractie merken op dat Boek Specials Nederland stelt dat zogenaamde «niet erkende» uitgevers, zoals die vóór de wet op de Vaste Boekenprijs bestonden, en die veelal titels zonder ISBN nummer voor bijvoorbeeld Kruidvat en Albert Heijn uitgeven, door het in werking treden van de wet gedupeerd worden. Zij zouden geconfronteerd worden met een verzwaring van regels die kan leiden tot prijsstijgingen. Acht de staatssecretaris de kritiek van Boek Specials Nederland terecht, of is er sprake van noodzakelijke aanpassing van de regelgeving om zo het grotere goed van de vaste boekenprijs te kunnen behouden? Is deze organisatie bij het tot stand komen van het AMvB gehoord, zo vragen deze leden.

II Reactie van de staatssecretaris

1. Inleiding

De regering heeft met belangstelling kennis genomen van de vragen en opmerkingen van de fracties van het CDA, de PvdA, de VVD en D66 over het Besluit vaste boekenprijs in het kader van de voorhangprocedure. De vragen en opmerkingen van de leden van de genoemde fracties betreffen in hoofdzaak twee onderwerpen, te weten de (on)mogelijkheden van spaarsystemen zoals AirMiles, en licentie-uitgaven van boekenclubs. Omdat de vragen en opmerkingen van de aan het woord zijnde leden over deze onderwerpen van gelijke strekking zijn, kiest de regering er voor de vragen en opmerkingen geclusterd en in samenhang te behandelen. Daarna zal de regering ingaan op de overige specifieke vragen en opmerkingen van de leden van de verschillende fracties.

2. Spaarsystemen

De leden van de fracties van CDA, PvdA en VVD vragen naar de gevolgen van het Besluit vaste boekenprijs voor spaarsystemen, in het bijzonder het AirMiles-systeem. Deze leden vragen concreet of dergelijke spaarsystemen geweerd worden.

De regering is van mening dat spaarsystemen zeker kunnen bijdragen aan een goede verspreiding en bereikbaarheid van het boek als cultuurgoed voor brede lagen van de bevolking. De regering is ook beslist niet tegen spaarsystemen. Integendeel, het Besluit vaste boekenprijs staat spaarsystemen voor de verkoop van boeken en muziekuitgaven onder voorwaarden nadrukkelijk toe. De voorwaarden zijn afgeleid van de doelstelling en de bepalingen van de Wet op de vaste boekenprijs, die er op zijn gericht dat een boek in de Nederlandse of Friese taal of een muziekuitgave overal in Nederland voor dezelfde prijs te koop is en dat voor alle verkopers en kopers gelijke uitgangspunten gelden. Collectieve spaar- of promotie-acties die zijn toegestaan onder de bepalingen van de Wet op de vaste boekenprijs moeten bijdragen aan het cultuurpolitieke doel van bevordering van de pluriformiteit en beschikbaarheid van boeken en muziekuitgaven. Deelname moet voor alle uitgevers en verkopers op gelijke wijze openstaan. Eventuele kortingen op de vaste prijs moeten door alle verkopers op gelijke wijze kunnen worden toegepast, zodat concurrentie op prijs wordt voorkomen. Er moet ten slotte sprake zijn van een uitsluitende gerichtheid op bevordering van de verkoop van boeken of muziekuitgaven om te voorkomen dat de beperkingen die de wet oplegt aan de mededinging zouden uitstralen naar andere sectoren waarvoor de Wet op de vaste boekenprijs niet geldt of naar boeken of muziekuitgaven waarop de vaste prijs niet meer van toepassing is.

Het AirMiles spaarsysteem is een zogenaamd loyalty-programma, dat gericht is op het realiseren van klantentrouw. Achterliggende doelstelling is vergroting van de totale omzet voor een breed pakket van producten. Het programma is ook niet specifiek gericht op bevordering van verkoop van boeken, maar is een klantenbindingsysteem waarbij voordelen worden verstrekt aan klanten die willekeurig welke producten bij het deelnemende bedrijf kopen. Ontegenzeggelijk kan dat ook verkoopbevorderend werken voor boeken. Dat is het probleem ook niet. Probleem bij spaarsystemen zoals AirMiles, vormt het exclusieve karakter van dergelijke spaarsystemen. Aan het AirMiles programma kan maar één warenhuisketen – V&D – deelnemen, zoals er ook maar één supermarktketen (Albert Heijn), één drogisterijketen (Etos) en één oliemaatschappij (Shell) kan deelnemen, met uitsluiting van anderen. Toegepast op de boeken- en muziekuitgavenmarkt verhindert die exclusiviteit dus dat andere boekverkopers kunnen deelnemen en gelijke mogelijkheden hebben. In de memorie van toelichting en in de nota naar aanleiding van het verslag bij de Wet op de vaste boekenprijs is uitvoerig ingegaan op de doelstellingen van de wet en de betekenis van een vaste prijs voor boeken en muziekuitgaven. De regering zou de leden daar graag nog eens naar willen verwijzen. De tot aan 1 januari 2005 bestaande brancheordening, met aan de ene kant de werking van de Reglementen Handelsverkeer en het daaruit voortvloeiende exclusieve verkeer tussen erkende boekverkopers en uitgevers, en aan de andere kant de niet-erkende boekverkopers, is met de inwerkingtreding van Wet op de vaste boekenprijs vervallen. Met de komst van de wet zijn de regels voor iedereen die boeken of muziekuitgaven uitgeeft of verkoopt gelijk. De vaste prijs zorgt er voor dat elk nieuw uitgegeven boek een vaste prijs heeft en dus overal evenveel kost zolang die vaste prijs geldt. De vaste prijs in combinatie met een redelijke handelsmarge beschermt tegen pure prijsconcurrentie door discounts en grootwinkelketens die zich vrijwel uitsluitend op goed- en snelverkopende titels richten. Bekend is dat de boekenverkoop met AirMiles voornamelijk boeken uit de top-20 van bestsellers betreft. Hettoestaan van mogelijkheden waarbij bepaalde uitgevers of verkopers, in dit geval grootwinkelketens, op exclusieve basis eigen kortingsregelingen kunnen hanteren ondermijnt het beginsel van de vaste boekenprijs en is schadelijk voor de goedgesorteerde boekhandels. Die hebben de zekerheid van voldoende marges op de goed lopende titels hard nodig om een royaal, divers en pluriform assortiment te kunnen voeren en zo de consument ook een ruime keuze te kunnen bieden in de minder courante titels en bijzondere boeken.

Spaarsystemen blijven zoals aangegeven binnen de voorwaarden van het Besluit vaste boekenprijs mogelijk. Ook het AirMiles spaarsysteem blijft voor boeken mogelijk, namelijk voor boeken waarvan de vaste prijs door de uitgever is opgeheven. Uiteraard kan het AirMiles spaarsysteem als zodanig voor alle andere producten waarop het gericht is, blijven bestaan. Boeken en muziekuitgaven vormen slechts een beperkt onderdeel van dit systeem. Het wegvallen daarvan betekent in geen enkel opzicht dat de bestaansgrond onder het AirMilessysteem als zodanig wegvalt.

Het Besluit vaste boekenprijs is in nauw overleg met de boekenbranche tot stand gekomen. Al in een vroeg stadium van voorbereiding is de kwestie van spaarsystemen zoals AirMiles in de overwegingen betrokken. Er heeft uitvoerige correspondentie tussen V&D en de Koninklijke Vereniging voor het Boekenvak (KVB) plaatsgevonden over het AirMiles-programma. V&D heeft op uitdrukkelijk verzoek van de KVB zijn zienswijze en motivatie gegeven voor continuering van de AirMiles spaaractie, waarbij V&D de KVB verzocht heeft dat belang tijdens het overleg met het departement over het besluit mee te wegen. De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) is geen gesprekspartner geweest, gelet op de belangenbehartiging door V&D en de branchevereniging KVB zelf1. Het gevoel overvallen te zijn kan de regering niet plaatsen, te meer niet omdat over de kwestie meermalen is bericht2. De regering heeft dan ook met verbazing kennis genomen van de reactie en de toonzetting daarvan van de RND.

Tot slot zij opgemerkt dat in overleg met het Commissariaat in de praktijk rekening gehouden zal worden met een voldoende ruime overgangstermijn, zodat reeds aangegane (afname)contracten in verband met voorgenomen acties geëerbiedigd kunnen worden.

3. Licentie-uitgaven

De leden van de fractie van het CDA stellen enkele vragen over licentie-uitgaven van boekenclubs. Zij hebben vernomen dat het feit dat licentie-uitgaven worden beschouwd als nieuwe uitgaven, boekenclubs, uitgevers, auteurs en consumenten zou duperen. De leden van de fractie van D66 stellen gelijksoortige vragen. Deze leden vragen voorts of de boekenclubs op dit punt geconsulteerd zijn.

Hoofdregel van de Wet op de vaste boekenprijs is dat de uitgever voor elk boek dat hij in een bepaalde uitvoering uitgeeft een vaste prijs vaststelt. De uitgever kan voor een boek daarnaast ook een boekenclubprijs vaststellen. Boeken met een boekenclubprijs worden alleen aan leden van de boekenclub verkocht en kunnen op grond van de wet (artikel 9) pas na vier maanden na het verschijnen in het boekenclubaanbod worden opgenomen.

Uitgevers produceren in samenwerking met de boekenclub ECI/NBC regelmatig licentie-uitgaven. Daarbij produceert de uitgever zelf een editie die afwijkt van de oorspronkelijke handelseditie en levert die aan de boekenclub, of de boekenclub produceert de afwijkende uitgave zelf op basis van een licentiecontract. In het laatste geval treedt de boekenclub zelf op als uitgever. Licentie-uitgaven waarvan de uitvoering afwijkt van de oorspronkelijke uitgave worden op grond van de wet beschouwd als nieuwe uitgaven, waarvoor dan ook een vaste prijs – en eventueel een boekenclubprijs – moet worden vastgesteld. Het is niet zo dat het Besluit vaste boekenprijs licentie-uitgaven onmogelijk maakt. Het besluit bevat überhaupt geen bepalingen over licentie-uitgaven. Licentie-uitgaven blijven mogelijk, maar de wettelijke regel is dat die uitgaven pas na vier maanden in het boekenclubaanbod tegen een boekenclubprijs kunnen worden opgenomen. Hierdoor ontstaat evenwicht tussen de belangen van de boekhandel en die van de boekenclub. Enerzijds heeft de boekhandel het voordeel dat deze de boeken direct kan aanbieden. Anderzijds heeft de boekenclub het voordeel dat deze na de vier-maandentermijn de boeken voor een lagere prijs aan zijn leden kan aanbieden. Vanzelfsprekend kan de ECI ook optreden als gewone boekverkoper en in die hoedanigheid de boeken ook binnen vier maanden aanbieden, zij het dan uiteraard voor de vaste prijs. De boekenclub kan ook heel goed besluiten de licentie-uitgaven alleen in de eigen winkels te verkopen.

De ECI was vertegenwoordigd in het overleg dat is gevoerd in het kader van de voorbereiding van het besluit en ook recent is met het oog op definitieve afronding gesproken en gecorrespondeerd met de ECI.

4. Overige vragen

De leden van de fractie van D66 wijzen op de kortingsmogelijkheid voor grote afnemers. Zij vragen in dat verband naar de mogelijkheid om grote afnemers die vaak één exemplaar van een boek of muziekuitgave afnemen ook korting te verlenen.

De in het besluit opgenomen kortingsmogelijkheid voor grote afnemers is gebaseerd op artikel 13, onderdeel a, van de Wet op de vaste boekenprijs. Uit dit artikel volgt dat in het besluit alleen kortingen kunnen worden geregeld voor de gevallen waarin meerdere exemplaren van een boek worden afgenomen. Indien deze kortingsmogelijkheid ook zou moeten gelden voor grote afnemers die telkens één exemplaar tegelijkertijd afnemen, dan is wetswijziging nodig. Het besluit is op handhavingsaspecten getoetst. In hoeverre de kortingsregeling tot uitvoeringsproblemen leidt zal de praktijk moeten uitwijzen.

De leden van de fractie van D66 wijzen op een uitvoeringsprobleem dat kan ontstaan bij de regeling over de korting voor studieboeken. Eerstejaars studenten beschikken bij aanvang van het collegejaar nog niet over een geldige collegekaart. Genoemde leden vragen op welke wijze dit kan worden opgelost.

Terecht wijzen de leden van de fractie van D66 er op dat hier een uitvoeringsprobleem kan optreden. Dit is ook onderkend en inmiddels wordt in overleg met de branche en het Commissariaat voor de Media gezocht naar een werkbare oplossing.

De leden van de fractie van D66 vragen of de kritiek van Boek Specials Nederland terecht is dat door de inwerkingtreding van de wet niet-erkende uitgevers gedupeerd worden door verzwaring van de regels die kan leiden tot prijsstijgingen.

De verplichting om een vaste prijs vast te stellen en toe te passen geldt gelijkelijk voor iedereen die boeken of muziekuitgaven uitgeeft dan wel verkoopt. Het wettelijke systeem van prijsbinding kan immers alleen maar sluitend zijn wanneer een ieder die een boek of muziekuitgave uitgeeft of verkoopt voor de wet gelijk is. Daarmee wordt bereikt dat het uitgesloten is dat in het handelsverkeer naast een circuit waar de vaste prijs van toepassing is, een circuit zou kunnen ontstaan dat zich aan de regels van de vaste prijs zou kunnen onttrekken. Uitgevers en boekverkopers die in de oude situatie niet onder de regels van de Handelsreglementen vielen, vallen nu wel onder de wet. Dat brengt uiteraard extra lasten met zich mee, maar die lasten hebben alle andere uitgevers en boekverkopers ook. De regering meent met de initiatiefnemers van de wet dat – in de woorden van de leden van de fractie van D66 – dit noodzakelijk is om het grotere goed van de vaste boekenprijs te behouden. Over het besluit is gestructureerd overleg gevoerd met vertegenwoordigende organisaties in de boekenbranche. Boek Specials Nederland – een afzonderlijke niet-erkende uitgever – is bij de totstandkoming van het besluit niet gehoord.

5. Slotopmerkingen

De Wet op de vaste boekenprijs is in werking getreden op 1 januari 2005. Het is voor de toepassing van de wet en de uitvoeringspraktijk van groot belang dat het Besluit vaste boekenprijs zo snel mogelijk in werking kan treden. In antwoord op de desbetreffende vraag van de leden van de fractie van de PvdA merkt de regering op dat datgene wat in het besluit is geregeld een nadere uitwerking is van de in de wet opgenomen delegatiemogelijkheid en dat zoveel mogelijk aansluiting is gezocht en gevonden bij de gang van zaken onder het Reglement Handelsverkeer. Op basis daarvan concludeert de regering dat de materie dus ook geregeld kán worden in een algemene maatregel van bestuur. De regering zou het besluit dan ook zo spoedig mogelijk in werking willen doen treden. Latere inwerkingtreding zal tot gevolg hebben dat onder meer de kortingsregeling voor studenten niet tijdig vóór de start van het studiejaar van kracht wordt.


XNoot
1

Samenstelling:

Leden: Van de Camp (CDA), Cornielje (VVD), voorzitter, Lambrechts (D66), Hamer (PvdA), Van Bommel (SP), Vendrik (GL), Mosterd (CDA), Blok (VVD), Balemans (VVD), Slob (CU), Vergeer (SP), Tichelaar (PvdA), Joldersma (CDA), De Vries (CDA), Van Vroonhoven-Kok (CDA), Aasted Madsen-van Stiphout (CDA), Eski (CDA), Smeets (PvdA), ondervoorzitter, Eijsink (PvdA), Leerdam (PvdA), Van Miltenburg (VVD), Kraneveldt (LPF), Hermans (LPF), Van Dam (PvdA), Visser (VVD), Azough (GL), Roefs (PvdA).

Plv. leden: Ferrier (CDA), Rijpstra (VVD), Bakker (D66), Bussemaker (PvdA), Vacature (SP), Tonkens (GL), Brinkel (CDA), Hirsi Ali (VVD), Örgü (VVD), Van der Vlies (SGP), Kant (SP), Dijksma (PvdA), Hessels (CDA), Sterk (CDA), Atsma (CDA), Van Bochove (CDA), Van Hijum (CDA), Verbeet (PvdA), Arib (PvdA), Stuurman (PvdA), De Krom (VVD), Varela (LPF), Nawijn (LPF), Adelmund (PvdA), Aptroot (VVD), Halsema (GL), Kalsbeek (PvdA).

XNoot
1

Zie brief 4 mei 2005 van de Raad Nederlandse Detailhandel aan de staatssecretaris, R-05.100/SV/SP.

XNoot
1

De Raad Nederlandse Detailhandel (RND) richt zich op algemene onderwerpen die de detailhandel betreffen; branchespecifieke onderwerpen vallen onder de betreffende branchevereniging. De aandachtsgebieden van de RND zijn: arbeidszaken, betalingsverkeer, criminaliteit, e-business, regionale belangenbehartiging en ruimtelijke ordening (en milieu). Volgens het jaarverslag over boekjaar 2003/2004 van Vendex, waar V&D onderdeel van is, was op dat moment de voorzitter van de RND tevens voorzitter van de hoofddirectie van Vendex.

XNoot
2

Zie Boekblad van 22 en 28 februari 2005.