30 128
Grotestedenbeleid 2005–2009

nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VOOR BESTUURLIJKE VERNIEUWING EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 11 augustus 2006

In het Algemeen Overleg op 1 juni 2006 (kamerstuk 30 128, nr. 10) over het kabinetsstandpunt De Krachtige Buurt, vroeg de heer Balemans mijn ambtsvoorganger om een reactie op de brieven van het Landelijk Samenwerkingsverband Aandachtswijken (LSA), de G4 en de G27. Ik ga hieronder op deze vraag in. Vervolgens ga ik nader in op de democratische legitimiteit van beslissingen over buurtbudgetten en op de rijksbijdrage voor sociale herovering van wijken.

Wat betreft de brieven van het LSA, de G4 en de G27 kan ik de heer Balemans melden dat de reactie op die brieven al onderdeel was van het kabinetsstandpunt. Het kabinetsstandpunt is tevens een reactie op een aantal «ronde tafel»-bijeenkomsten met «sociale spelers» en op de werkconferentie die het kabinet met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en het LSA van 7 september 2005.

Het kabinet heeft er bewust voor gekozen om de ingebrachte adviezen en voorstellen niet stuk voor stuk te behandelen. Het kabinet heeft op basis van het WRR-advies «Vertrouwen in de buurt» de mondelinge en schriftelijke inbreng van sociale spelers een samenhangend betoog neergezet. Veel van de aanbevelingen in genoemde brieven komen daarin terug en raken vooral het gemeentelijke niveau (bijvoorbeeld ruimte geven aan voor bewoners en durven loslaten, meer bevoegdheden op uitvoeringsniveau bij de «frontliners», versterking van bewoners-betrokkenheid via buurtbudgetten).

Het Rijk heeft daarbij een ondersteunende en faciliterende rol. Het kan hierbij gaan om meer ruimte te bieden voor onorthodoxe aanpakken, het stimuleren van kennisuitwisseling, de inbreng van deskundigheid, het opruimen van knellende regelgeving en de financiële inzet via brede doeluitkeringen en extra impulsen.

Met betrekking tot de noodzakelijke democratische legitimatie van beslissingen over buurtbudgetten wil ik het volgende opmerken. Tijdens het AO hebben de heer Balemans en mijn ambtsvoorganger hierover van gedachten gewisseld.

Ik ben het met de heer Balemans eens dat op vele manieren de bewonersbetrokkenheid kan worden versterkt en initiatiefnemers moeten worden beschermd. De mate waarin dat kan gebeuren en op welke manier is per wijk of buurt verschillend. Ik wil graag benadrukken, in overeenstemming met de reactie mijn ambtsvoorganger, dat het te ver gaat om de bewoners te laten beslissen; daarvoor is de gemeente(deel)raad.

Het LSA, de G4 en de G27 vroegen alle om een rijksbijdrage ten behoeve van wijkbudgetten. De kabinetsreactie gaf op dat punt nog geen duidelijkheid. Inmiddels is die er wel. Dit jaar en volgend jaar is er € 25 miljoen beschikbaar om in de wijken met de meest ernstige problemen op het gebied van leefbaarheid en veiligheid te verbeteren. Op basis van objectieve criteria zijn twaalf steden op 21 juni 2006 uitgenodigd hun voorstellen in te dienen, te weten Almelo, Amsterdam, Arnhem, Den Haag, Dordrecht, Eindhoven, Heerlen, Leeuwarden, Nijmegen, Rotterdam, Schiedam en Utrecht. De betrokkenheid en activering van bewoners zal in de plannen een belangrijk element zijn. Kort ná de zomer worden de middelen toegekend.

De Minister voor Bestuurlijke Vernieuwing en Koninkrijksrelaties,

A. Nicolaï

Naar boven