Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630096 nr. 12

30 096
Wijziging van de Gemeentewet in verband met het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting (OZB) op woningen en het maximeren van de resterende OZB-tarieven (Afschaffing gebruikersdeel OZB op woningen)

nr. 12
AMENDEMENT VAN HET LID VAN DER STAAIJ

Ontvangen 28 september 2005

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I vervalt onderdeel B.

II

Artikel I, onderdeel D, wordt vervangen door:

D

In artikel 220f, eerste lid, wordt «voor elke volle € 2268» vervangen door: voor elke volle € 2500.

III

In artikel I vervalt onderdeel E.

IV

In artikel I, onderdeel G, komt artikel 221, tweede lid, te luiden:

2. Bij de toepassing van het eerste lid zijn de artikelen 220b, 220d tot en met 220i alsmede het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18, 19, eerste lid, onderdelen b en c, tweede lid, onderdelen b en c, en artikel 22, derde lid, van de Wet waardering onroerende zaken van overeenkomstige toepassing.

V

In artikel II vervalt de zinsnede «zoals bedoeld in artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet,».

VI

In artikel III vervalt de zinsnede «zoals bedoeld in artikel 220a, tweede lid, van de Gemeentewet,».

Toelichting:

Dit amendement beoogt het schrappen van het maximeren van de overige OZB-tarieven. Het invoeren van nadere maximeringsbepalingen vormt een niet te rechtvaardigen ingreep in de lokale autonomie. Het kabinet verzekert dat door de compensatie adequaat wordt voorzien in de financieringsbehoefte van gemeenten. Ook is er de afgelopen jaren slechts sprake geweest van een geringe tariefstijging. Er is dus geen reden om aan de te nemen dat de lokale democratie niet naar behoren zal functioneren.

Indien dit amendement wordt aangenomen vervalt in het opschrift de zinsnede «en het maximeren van de resterende OZB-tarieven».

Van der Staaij