Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630096 nr. 11

30 096
Wijziging van de Gemeentewet in verband met het afschaffen van het gebruikersdeel van de onroerendezaakbelasting (OZB) op woningen en het maximeren van de resterende OZB-tarieven (Afschaffing gebruikersdeel OZB op woningen)

nr. 11
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 september 2005

Per brief van 15 september (kenmerk 05-049) verzoekt uw Kamer om nadere informatie over de compensatie van de afschaffing gebruikersheffing OZB op woningen, zoals deze verwerkt zal worden in de septembercirculaire van het gemeentefonds. Deze informatie zou voor de kamerbehandeling beschikbaar moeten zijn.

Gaarne voldoe ik aan uw verzoek om nadere informatie over de afschaffing OZB en het extra compensatiebedrag van € 85 miljoen. In de nota naar aanleiding van het verslag (kamerstuk 30 096, nr. 8) zijn de overwegingen van het kabinet om te komen met een extra compensatiebedrag al gegeven.

De gemeenten zijn daarna via de website van mijn ministerie geïnformeerd over het extra compensatiebedrag. In de bijlage is deze informatie opgenomen1. Het betreft een algemene toelichting op de verwerking van € 85 miljoen, opgesteld voor de financieel deskundigen bij gemeenten, en een excelbestand. In het eerste werkblad van het excelbestand worden de basisgegevens en berekeningen gegeven. In het tweede werkblad wordt de nieuwe suppletie-uitkering per gemeente voor de jaren 2006–2009 gegeven. Hiermee heeft u de actuele stand van zaken voor de compensatieregeling, die ook leidend zal zijn in de komende septembercirculaire van het gemeentefonds. De suppletieregeling en de extra compensatie voor gemeenten die ten tijde van de meicirculaire een voordeel hadden en dit door de herberekening op actuale WOZ-waarden dreigden te verliezen, zorgt ervoor dat geen enkele gemeente in 2006 er in reële termen op achteruit gaat. Dit onder de veronderstelling van een gemiddeld beleid ten aanzien van kwijtschelding en dergelijke. Voor de meeste gemeenten treedt per saldo in reële termen een voordeel op. De suppletieregeling wordt in de komende jaren afgebouwd naar de mate het accres daarvoor de ruimte biedt. Hierdoor treedt ook na 2006 als gevolg van de afschaffing van het gebruikersdeel OZB voor geen enkele gemeente een reële achteruitgang op (conform onze definitie) en is voor de meeste gemeenten sprake van een vooruitgang. De afbouw van de suppletieregeling is daarbij benodigd om ervoor te kunnen zorgen dat gemeenten toegroeien naar het rekentarief en gemeenten met een tarief dat thans onder het rekentarief ligt hierdoor meer beleidsruimte beschikbaar krijgen.

De septembercirculaire zal naar verwachting eind september verschijnen. Dan kan ook de nadere informatie over de wet WMO, uiteraard onder voorbehoud van parlementaire behandeling, aan de gemeenten ter beschikking gesteld worden. Dit is afgesproken in een bestuurlijk overleg Financiële verhouding van 14 september jl. met de VNG.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes

Verwerking extra compensatie van € 85 miljoen in verband met de afschaffing van het gebruikersdeel OZB woningen per 1-1-2006

In verband met de extra compensatie van € 85 miljoen wordt de suppletie-uitkering OZB uit de meicirculaire 2005 aangepast. Met de extra middelen wordt gerealiseerd dat de gemeenten, gegeven de afschaffing OZB, er reëel ten opzichte van 2005 niet op achteruitgaan, en ook niet ten opzichte van de meicirculaire. Hieronder wordt de nieuwe suppletie-uitkering toegelicht. In het excel-bestand dat u hier kunt downloaden kunt u de basisgegevens en de berekeningen vinden die tot de nieuwe suppletie-uitkering voor 2006 tot en met 2009 hebben geleid. In het eerste werkblad worden de basisgegevens en berekeningen gegeven. In het tweede werkblad wordt de nieuwe supletie-uitkering per gemeente voor de jaren 2006–2009 gegeven.

Gebruikte basisgegevens

De gebruikte WOZ-waarden 2006 zijn hetzelfde als de WOZ waarden die in de meicirculaire voor de bepaling van de suppletie-uitkering zijn gebruikt (bevoorschotting, betaalmaand februari 2005). Deze waarden zijn gebaseerd op de door ons ontvangen eigen opgaven van gemeenten voor 2005 middels het zogenaamde ramingsformulier. Voor de gemeenten waar we op dat moment nog geen ramingsformulier van hadden ontvangen hebben we zelf een raming gemaakt op basis van de oude WOZ-waarde en de marktontwikkelingen per gemeente. De WOZ-waarde 2005 van de woningen zijn voor areaal uitbreiding opgehoogd met 1,3% en voor niet-woningen met 1,8% op basis van een meerjaarsgemiddelde om naar het niveau van 2006 te komen.

De raming van het aantal woonruimten 2006 per gemeente is hetzelfde als die in de meicirculaire voor de bepaling van de suppletie-uitkering zijn gebruikt (bevoorschotting, betaalmaand februari) en afkomstig van het CBS. Het geraamde aantal woonruimten 2006 is berekend door deze aantallen bij iedere gemeente te verhogen met 0,52%.

De gebruikte feitelijke tarieven gebruikersdeel OZB woningen voor de jaren 2002 en 2005 zijn afkomstig van het Coelo (omgezet naar eenheden van € 2 500). De tarieven zijn door gemeenten aan het Coelo opgegeven in de zogenaamde enquête lokale lasten.

Berekening te compenseren inkomstenderving

Het uitgangspunt bij de te compenseren inkomstenderving per gemeente blijft evenals in de meicirculaire het gereconstrueerde tarief 2005 op basis van de tarieven 2002. Alleen als het feitelijke tarief 2005 hoger is dan het gereconstrueerde tarief 2005 wordt de te compenseren inkomstenderving berekend op basis van de feitelijke tarieven 2005. We nemen dus de beste uitkomst voor de gemeente.

Het excel-bestand dat de suppletie-uitkering voor 2006 tot en met 2009 bevat wordt toegelicht aan de hand van de eerste regel van het bestand. (Dit betreft de gemeente Appingedam).

In de eerste drie kolommen (kolom D, E en F) van het eerste werkblad (berekening herverdeeleffect OZB) van het bestand worden achtereenvolgens de gebruikte ramingen voor de WOZ-waarde van de woningen,van de niet-woningen in 2006 en het geraamde aantal woonruimten in 2006 gegeven. De gebruikte WOZ-waarden en de aantallen woonruimten komen overeen met de WOZ-waarden en woonruimten die in de berekeningen voor de meicirculaire zijn gebruikt. In Appingedam is de WOZ-waarde van de woningen voor 2006 geraamd op € 653,9 miljoen, de WOZ-waarde niet-woningen op € 168,5 miljoen en het aantal woonruimten op 6 032.

In kolom H wordt het gereconstrueerde tarief 2005 (per € 2 500) van het gebruikersdeel OZB woningen op basis van de tarieven 2002 gegeven. Dit is berekend op dezelfde wijze als in de meicirculaire. Deze berekening wordt elders in deze informatierubriek nader toegelicht in een rekenvoorbeeld (geplaatst op 27 juni 2005). In Appingedam bedraagt het gereconstrueerde tarief (per € 2 500) € 3,73.

In kolom I worden de feitelijke tarieven 2005 van het gebruikersdeel OZB woningen (per € 2 500) gegeven1. In Appingedam bedraagt het feitelijke tarief 2005 € 3,70.

In kolom K wordt de inkomstenderving van het afschaffen van het gebruikersdeel OZB woningen berekend op basis van de gereconstrueerde tarieven 2005 (zie kolom H) en de geraamde WOZ-waarde 2006 (zie kolom D). De in kolom (K) berekende inkomstenderving komt overeen met de berekende inkomstenderving die ook in de meicirculaire is toegepast. In Appingedam bedraagt de inkomstenderving op basis van de gereconstrueerde tarieven 2005 € 976 556. Deze en volgende formules zijn onderdeel van het werkblad.

In de kolommen L tot en met N wordt de inkomstenderving berekend op basis van de feitelijke tarieven 2005 (zie kolom I) en de geraamde WOZ-waarde 2006 (zie kolom D). In kolom L wordt de inkomstenderving van het afschaffen van het gebruikersdeel OZB woningen berekend op basis van de feitelijke tarieven 2005 (zie kolom I) en de geraamde WOZ-waarde 2006 (zie kolom D).

Bij de te compenseren inkomstenderving op basis van de feitelijke tarieven vindt een correctie plaats voor de kwijtschelding, leegstand en oninbare vorderingen. Het correctie bedrag wordt op basis van gegevens over de jaren 2001, 2002 en 2003 voor het jaar 2006 geraamd op € 38 miljoen euro. Het bedrag van € 38 miljoen wordt naar rato van de uitkomst uit kolom L toegedeeld aan alle gemeenten.

De inkomstenderving op basis van de feitelijke tarieven 2005, verminderd met het berekende bedrag voor kwijtschelding e.d., wordt gegeven in kolom N. Voor Appingedam bedraagt de inkomstenderving op basis van de feitelijke tarieven inclusief kwijtschelding e.d. € 935 035.

De te compenseren inkomstenderving per gemeente wordt gegeven in kolom O. In principe is de te compenseren inkomstenderving gelijk aan de inkomstenderving op basis van de gereconstrueerde tarieven 2005 (kolom K) behalve als de inkomstenderving op basis van de feitelijke tarieven 2005 (kolom N) hoger is. In dat laatste geval wordt de inkomstenderving op basis van de feitelijke tarieven 2005 als de te compenseren inkomstenderving beschouwd. Omdat in Appingedam de inkomstenderving op basis van de gereconstrueerde tarieven (€ 976.56) hoger is dan de inkomstenderving op basis van de feitelijke tarieven 2005 (€ 935 035) wordt de te compenseren inkomstenderving in Appingedam gebaseerd op de gereconstrueerde tarieven (conform meicirculaire).

De compensatie via het inkomstencluster van het gemeentefonds

In de kolommen Q, R en S wordt de compensatie via het inkomstencluster van het gemeentefonds berekend. Dat wordt berekend als het verschil (kolom tussen de berekende belastingcapaciteit in het gemeentefonds vóór de afschaffing van het gebruikerdeel OZB woningen (kolom Q) en de verrekende belastingcapaciteit erna (kolom R). De berekening van de compensatie via het inkomstencluster wordt elders in deze informatierubriek nader toegelicht in een rekenvoorbeeld (geplaatst op 27 juni 2005). Het bedrag per woonruimte in de nieuwe situatie en de uitkeringsfactor zijn aangepast aan de bedragen uit de meicirculaire. De rekentarieven zijn gelijk aan de gebruikte rekentarieven in de meicirculaire.

In Appingedam bedraagt het inkomstencluster voor afschaffing € 1 581 218 en na afschaffing € 1 053 515. De compensatie via het inkomstencluster bedraagt voor Appingedam € 527 703.

Herverdeeleffect

Het herverdeeleffect wordt berekend in kolom U. Dit is het verschil tussen de te compenseren inkomstenderving (kolom O) en de compensatie via het inkomstencluster van het gemeentefonds (kolom S). Dit herverdeeleffect vormt de basis van de suppletie-uitkering. In het eerste jaar van de suppletie-uitkering (2006) wordt het herverdeeleffect volledig verrekend.

In Appingedam bedraagt het herverdeeleffect –/– € 448 854

Suppletie-uitkering 2006–2009

De suppletie-uitkering in 2006 wordt volledig bepaald door de omvang van het berekende herverdeeleffect per gemeente. De suppletie-uitkering voor 2006 wordt niet meer geactualiseerd. Dit betreft dus voor 2006 een hard cijfer. Uiteraard onder voorbehoud van parlementaire behandeling.

De suppletie-uitkering voor 2007–2009 zal in de meicirculaire van 2006 opnieuw worden berekend aan de hand van de meest actuele accres gegevens. De suppletie-uitkering voor 2010 zal in de meicirculaire 2006 worden toegevoegd aan het overzicht. In de meicirculaire 2006 is de suppletie-uitkering voor 2007 definitief en 2008–2010 zal een jaar later opnieuw worden berekend.

In Appingedam bedraagt de suppletie-uitkering voor 2006 € 448 854, en op dit moment voor 2007 € 407 110, voor 2008 € 388 258 en voor 2009 € 372 548.

De nieuwe suppletie-uitkering bestaat uit één deel. In de meicirculaire bestond de totale suppletie-uitkering nog uit een suppletie voor het herverdeeleffect en een aanvullende suppletie. Omdat er € 85 miljoen extra beschikbaar is gekomen voor de suppletie-uitkering is de noodzaak hiervoor komen te vervallen. Het voordeel van een suppletie-uitkering uit één deel is dat deze eenvoudiger is.

De middelen die in komende jaren vrijvallen uit de suppletie-uitkering worden aan het accres toegevoegd. In 2007 bedraagt de vrijval op basis van de huidige ramingen voor het reëele accres € 11,3 miljoen, in 2008 € 5,1 miljoen en in 2009 € 4,2 miljoen. De vrijval wordt bepaald door het tempo waarin de suppletie-uitkering wordt afgebouwd. Dit is afhankelijk van de ramingen van het nominale accres, het inflatiepercentage en de ontwikkeling van de uitkeringsbasis. Als deze ramingen in de meicirculaire in 2006 afwijken die uit de meicirculaire van 2005 veranderen de bedragen die vrijvallen.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

XNoot
1

Bron: opgave tarieven 2005 van het Coelo per € 2 268.