Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 oktober 2012
Het programma Ruimte voor de Rivier is door u aangewezen als Groot Project. Conform
de Regeling Grote Projecten stuur ik u hierbij, mede namens de staatssecretaris van
Economische zaken, Landbouw en Innovatie, de twintigste voortgangsrapportage1. Deze rapportage gaat over de eerste helft van 2012.
Voortgang in de verslagperiode
In de verslagperiode heb ik voor de volgende maatregelen een projectbeslissing genomen:
-
– Dijkverlegging Cortenoever
-
– Dijkverlegging Voorsterklei
-
– Hoogwatergeul Veessen- Wapenveld
Daarmee is per 30 juni voor 25 van de 34 maatregelen een projectbeslissing genomen
en is de realisatiefase gestart. Dit betreft 86% van het PKB-budget voor de realisatiefase.
Daarnaast is in de verslagperiode bij zes maatregelen de daadwerkelijke uitvoering
gestart en is de schop de grond in gegaan.
Zomerbedverlaging Beneden-IJssel
In de verslagperiode is onderzoek verricht naar aanvullende maatregelen op de zomerbedverlaging
Beneden-IJssel. Aanvullende maatregelen zijn nodig omdat de zomerbedverlaging niet
kan worden uitgevoerd met de in de PKB beoogde waterstandverlagende effecten van 41
centimeter bij Zwolle. Door zomerbedverlaging wordt 21 centimeter gerealiseerd.
Met mijn brief van 21 juni j.l. heb ik uw Kamer geïnformeerd over mijn beslissing
om de hoogwatergeul Kampen (ook wel beperkte bypass Kampen genoemd) conform het regio-advies
beperkt in te zetten voor de korte termijn waterveiligheid in aanvulling op de verkorting
van de zomerbedverlaging in de Beneden IJssel. In lijn met deze beslissing en het
Algemeen Overleg met uw Kamer van 4 juli 2012, heb ik de projectbeslissing (SNIP-3)
voor beide projecten inmiddels genomen. Het ontwerpbesluit voor de scopewijziging
van de PKB Ruimte voor de Rivier wordt momenteel voorbereid. Hiermee wordt de beperkte
bypass aan het basis maatregelenpakket van de PKB toegevoegd en wordt de maatregel
verkorte zomerbedverlaging aangepast.
Het programmabudget bedraagt per 30 juni 2012 € 2 180,8 miljoen. De raming bedraagt
€ 2 151 miljoen met een bandbreedte van 9,8 procent (was in VGR19 10 procent). Dit
betekent dat de verwachte uitgaven zullen uitkomen tussen de € 2,0 en € 2,4 miljard.
Stroomlijn
Ik heb besloten dat de verantwoordelijkheid voor het vegetatiebeheer voor wat betreft
de waterveiligheid in de uiterwaarden bij het Rijk blijft en dus niet bij derden wordt
belegd. Het Rijk is als rivierbeheerder verantwoordelijk voor de goede staat van de
rivieren inclusief de uiterwaarden, met Rijkswaterstaat als uitvoerende organisatie.
Rijkswaterstaat kan zonodig op grond van de Waterwet (gedoogplicht) vorderen dat rechthebbenden
moeten toelaten dat op hun gronden te ruwe vegetatie wordt verwijderd. Over de aanpak
van het vegetatiebeheer van het rivierbed wordt u in een separate beleidsbrief geïnformeerd.
Voortgang na de verslagperiode
In de vorige verslagperiode heb ik u gemeld dat de waterveiligheid bij 8 maatregelen
eind 2015 nog niet gerealiseerd zal zijn. Dit betrof de hoogwatergeul Veessen-Wapenveld,
de dijkteruglegging Lent, de dijkverleggingen Cortenoever en Voorsterklei, de dijkverbetering
Nederrijn/ Betuwer/ Tieler- en Culemborgerwaard, de twee dijkverbeteringen bij de
Lek (Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden en Betuwe/ Tieler – en Culemborgerwaard)
en de zomerbedverlaging Beneden- IJssel.
Medio juli 2012 is het contract met de aannemerscombinatie omtrent de dijkteruglegging
Lent getekend, waarin opgenomen is dat de oplevering van de waterveiligheid voor eind
2015 zal plaatsvinden. Daarmee zijn er 7 in plaats van de eerdergenoemde 8 maatregelen
waarvan de waterveiligheid naar de huidige inzichten na 2015 gerealiseerd zal worden.
Eind september heb ik de projectbeslissing voor waterberging in het Volkerak-Zoommeer
genomen. Deze maatregel is nodig om de waterveiligheid in Noord-Brabant en Zuid-Holland
te borgen. Het Volkerak-Zoommeer wordt ingezet bij extreem hoogwater op het Hollandsch
Diep wanneer tegelijkertijd de zeekeringen gesloten zijn. Dit is gemiddeld eens in
de 1400 jaar nodig. Deze maatregel is uniek omdat het de enige waterbergingsmaatregel
is binnen het programma Ruimte voor de Rivier.
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
J. J. Atsma
1) Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer