Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2005-200630071 nr. 15

30 071
Wijziging van de Mededingingswet als gevolg van de evaluatie van die wet

nr. 15
AMENDEMENT VAN HET LID HEEMSKERK

Ontvangen 14 juni 2006

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I worden na onderdeel L drie onderdelen ingevoegd, luidende:

La

In artikel 54 komt te vervallen: gedurende de tijd gelegen tussen 18.00 en 8.00 uur.

Lb

Artikel 55 komt te luiden:

Artikel 55

1. De in artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd een woning zonder toestemming van de bewoner te betreden en te doorzoeken, voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.

2. De in het eerste lid genoemde bevoegdheden worden zo nodig uitgeoefend met behulp van de sterke arm.

Lc

Na artikel 55 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:

Artikel 55a

1. Voor het betreden of het doorzoeken, bedoeld in artikel 55, eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank te Rotterdam. De machtiging kan bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd. De machtiging wordt zo mogelijk getoond.

2. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.

3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.

4. Het betreden of het doorzoeken vindt plaats onder toezicht van de rechter-commissaris.

5. De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.

Artikel 55b

1. Een machtiging als bedoeld in artikel 55a is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt:

a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;

b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven;

c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden berusten;

d. het doel en voorwerp van het onderzoek;

e. de dagtekening.

2. Indien het betreden of het doorzoeken dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.

3. De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven.

4. Artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden is niet van toepassing.

Artikel 55c

1. De ambtenaar die is binnengetreden of een doorzoeking als bedoeld in artikel 55 heeft verricht, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent het binnentreden of de doorzoeking.

2. In het verslag vermeldt hij:

a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid;

b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;

c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden berusten;

d. de plaats waar is binnengetreden of is doorzocht en de naam van degene bij wie is binnengetreden of de doorzoeking is verricht;

e. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop de doorzoeking is begonnen en is beëindigd;

f. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht en overigens is voorgevallen;

g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die zijn binnengetreden of aan de doorzoeking hebben deelgenomen.

3. Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop is binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven.

4. Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop is binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, aan degene bij wie is binnengetreden of bij wie de doorzoeking is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel van het onderzoek daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar die is binnengetreden of de doorzoeking heeft verricht, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie is binnengetreden of bij wie de doorzoeking is verricht.

5. De artikelen 10 en 11 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.

II

In artikel I wordt na onderdeel JJ een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

JJa

In artikel 89c wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.

III

Artikel I, onderdeel KK komt te luiden:

KK

In artikel 89d worden de volgende wijzigingen aangebracht:

1. In het tweede lid wordt «de verordening» vervangen door: verordening 1/2003.

2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde lid, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:

3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.

D

In artikel I wordt na onderdeel KK een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

KKa

In artikel 89e wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot derde en vierde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:

2. Indien een inspectie dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.

Toelichting

Dit amendement maakt het mogelijk dat de NMa de bestuursrechtelijke bevoegdheid krijgt tot het doorzoeken van elke plaats, met inbegrip van het betreden van een woning, zonder dat hiervoor toestemming van de bewoner hoeft te worden gegeven. Voor een doorzoeking geldt de rechtswaarborg dat de rechter-commissaris een machtiging moet afgeven.

Met het mogelijk maken van het doorzoeken van elke plaats en binnentreden van de woning zonder toestemming van de bewoner, krijgt de NMa dezelfde zelfstandige bevoegdheid als de Europese Commissie. De opsporingsbevoegdheid van de NMa wordt derhalve door dit amendement verruimd, hetgeen zal strekken tot een betere handhaving van de Mededingingswet.

Artikel 21 van verordening 1/2003 geeft de Europese Commissie de bevoegdheid een inspectie uit te voeren. Op grond van de huidige Mededingingswet kan de NMa wel bijstand verlenen aan een inspectie die wordt uitgevoerd door de Europese Commissie. Uitgangspunt bij de nationale Mededingingswetgeving dient te zijn dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de Europese bevoegdheden en dat de instrumentele mogelijkheden van de NMa zo veel mogelijk dezelfde zijn als die van de Europese Commissie.

Heemskerk