nr. 15
AMENDEMENT VAN HET LID HEEMSKERK
De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:
I
In artikel I worden na onderdeel L drie onderdelen ingevoegd, luidende:
La
In artikel 54 komt te vervallen: gedurende de tijd gelegen tussen 18.00
en 8.00 uur.
Lb
Artikel 55 komt te luiden:
Artikel 55
1. De in artikel 52, eerste lid, bedoelde ambtenaren zijn bevoegd
een woning zonder toestemming van de bewoner te betreden en te doorzoeken,
voor zover dat voor de uitoefening van de in artikel 5:17 van de Algemene
wet bestuursrecht bedoelde bevoegdheden redelijkerwijs noodzakelijk is.
2. De in het eerste lid genoemde bevoegdheden worden zo nodig uitgeoefend
met behulp van de sterke arm.
Lc
Na artikel 55 worden drie artikelen ingevoegd, luidende:
Artikel 55a
1. Voor het betreden of het doorzoeken, bedoeld in artikel 55, eerste
lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast
met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank te Rotterdam. De machtiging
kan bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd. De machtiging wordt
zo mogelijk getoond.
2. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige
toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens
te beslissen.
3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover
het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad binnen veertien
dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.
4. Het betreden of het doorzoeken vindt plaats onder toezicht van
de rechter-commissaris.
5. De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn
niet van toepassing.
Artikel 55b
1. Een machtiging als bedoeld in artikel 55a is met redenen omkleed
en ondertekend en vermeldt:
a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;
b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de
machtiging is gegeven;
c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden
berusten;
d. het doel en voorwerp van het onderzoek;
e. de dagtekening.
2. Indien het betreden of het doorzoeken dermate spoedeisend is dat
de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris
zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.
3. De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde
dag na die waarop zij is gegeven.
4. Artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden is niet van
toepassing.
Artikel 55c
1. De ambtenaar die is binnengetreden of een doorzoeking als bedoeld
in artikel 55 heeft verricht, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk
verslag op omtrent het binnentreden of de doorzoeking.
2. In het verslag vermeldt hij:
a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid;
b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris
die de machtiging heeft gegeven;
c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden
berusten;
d. de plaats waar is binnengetreden of is doorzocht en de naam van
degene bij wie is binnengetreden of de doorzoeking is verricht;
e. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop de doorzoeking
is begonnen en is beëindigd;
f. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht en overigens is voorgevallen;
g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen
die zijn binnengetreden of aan de doorzoeking hebben deelgenomen.
3. Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop is
binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris
die de machtiging heeft gegeven.
4. Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag
na die waarop is binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, aan degene
bij wie is binnengetreden of bij wie de doorzoeking is verricht, uitgereikt
of toegezonden. Indien het doel van het onderzoek daartoe noodzaakt, kan deze
uitreiking of toezending worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt
in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet
mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris
of de ambtenaar die is binnengetreden of de doorzoeking heeft verricht, het
afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie is binnengetreden
of bij wie de doorzoeking is verricht.
5. De artikelen 10 en 11 van de Algemene wet op het binnentreden
zijn niet van toepassing.
II
In artikel I wordt na onderdeel JJ een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
JJa
In artikel 89c wordt, onder vernummering van het derde lid tot vierde
lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:
3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover
het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad binnen veertien
dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.
III
Artikel I, onderdeel KK komt te luiden:
KK
In artikel 89d worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1. In het tweede lid wordt «de verordening» vervangen
door: verordening 1/2003.
2. Onder vernummering van het derde en vierde lid tot vierde en vijfde
lid, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidende:
3. Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover
het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de raad binnen veertien
dagen beroep open bij de rechtbank te Rotterdam.
D
In artikel I wordt na onderdeel KK een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:
KKa
In artikel 89e wordt, onder vernummering van het tweede en derde lid tot
derde en vierde lid, een nieuw lid ingevoegd, luidende:
2. Indien een inspectie dermate spoedeisend is dat de machtiging
niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo
spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.
Toelichting
Dit amendement maakt het mogelijk dat de NMa de bestuursrechtelijke bevoegdheid
krijgt tot het doorzoeken van elke plaats, met inbegrip van het betreden van
een woning, zonder dat hiervoor toestemming van de bewoner hoeft te worden
gegeven. Voor een doorzoeking geldt de rechtswaarborg dat de rechter-commissaris
een machtiging moet afgeven.
Met het mogelijk maken van het doorzoeken van elke plaats en binnentreden
van de woning zonder toestemming van de bewoner, krijgt de NMa
dezelfde zelfstandige bevoegdheid als de Europese Commissie. De opsporingsbevoegdheid
van de NMa wordt derhalve door dit amendement verruimd, hetgeen zal strekken
tot een betere handhaving van de Mededingingswet.
Artikel 21 van verordening 1/2003 geeft de Europese Commissie de bevoegdheid
een inspectie uit te voeren. Op grond van de huidige Mededingingswet kan de
NMa wel bijstand verlenen aan een inspectie die wordt uitgevoerd door de Europese
Commissie. Uitgangspunt bij de nationale Mededingingswetgeving dient te zijn
dat zoveel mogelijk wordt aangesloten bij de Europese bevoegdheden en dat
de instrumentele mogelijkheden van de NMa zo veel mogelijk dezelfde zijn als
die van de Europese Commissie.
Heemskerk